Ernest Jahncke werd geroyeerd door het IOC omdat hij zich als enige uitsprak tegen Adolf Hitler
Het is de 65e sterfdag van de Amerikaanse sportbestuurder Ernest Lee Jahncke. Zijn loopbaan bij het IOC is een pijnlijk symbool van de liefde van de internationale sport voor dictatoriale systemen.

Ernest Lee Jahncke in 1930, Foto Harris & Ewing via Wikimedia Commons
Belgische historici hebben de nodige moeite bij het evalueren van hun landgenoot Henri de Baillet Latour. Tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn was hij de voorzitter van het IOC, waarbij hij zich niet uitsprak tegen het politieke misbruik van de nazi’s. Integendeel, want zijn enige collega die er wél iets over zei, werd door hem uit de organisatie verwijderd.
Het IOC royeert liever mensen die tégen het fascisme zijn dan de fascisten zelf – nog steeds trouwens
Berlijn 1936
Ernest Lee Jahncke had Duits bloed, maar werd geboren in het Amerikaanse New Orleans. Sinds 1927 zat hij namens de Verenigde Staten in het IOC. In het dagelijks leven was hij een belangrijk man bij de Amerikaanse marine.
Eigenlijk was er niemand bij het IOC die hem kende, omdat hij nooit kwam opdagen bij vergaderingen. Alleen bij een bijeenkomst in 1932 in zijn eigen land vanwege de Olympische Spelen in Los Angeles heeft hij zich laten zien.
Het was daarom een grote verrassing toen hij in 1935 opeens protesteerde tegen de organisatie van de Spelen van 1936 door het nationaalsocialistische Duitsland. Hij pleitte zelfs voor een Amerikaanse boycot – zeer uitzonderlijk voor een IOC-lid. ”Sportiviteit en Hitler gaan niet samen,” zo ongeveer vatte hij zijn weerzin samen.
Jahncke riep daarmee enorme weerstand op binnen zowel de Amerikaanse sport als het IOC. Avery Brundage omschreef als voorzitter van het Amerikaans Olympisch Comité de oproep tot boycot als verraad aan de Amerikaanse atleten.
Ook vanuit het IOC werd de druk steeds groter om terug te treden, vooral door De Baillet Latour. Jahncke negeerde dat allemaal en herhaalde juist zijn oproepen om maatregelen. Die stuurde hij ook naar Amerikaanse kranten, zodat dit debat flink oplaaide.

Henri de Baillet Latour stond liever naast Adolf Hitler dan Ernest Jahncke, foto Deutsches Bundesarchiv via Wikimedia
Royement
In een persoonlijke brief aan De Baillet Latour zette de Amerikaan de zaak op scherp, zo reconstrueerde Norbert Muller in 2022 in Journal of Olympic History. ‘Jahncke schreef dat De Baillet Latour door zijn daden een vaste positie in de geschiedenis zou verwerven – vlak naast Hitler en ver van Coubertin.’
De voorzitter was razend. Tijdens de Olympische Winterspelen van 1936 in Garmisch-Partenkirchen (óók nazi-Duitsland!) belegde hij in het grootste geheim een vergadering, waarvan Jahncke vooraf niet op de hoogte werd gesteld. Er waren dan ook maar vijftien mensen aanwezig, waaronder Brundage, die toen nog geen IOC-lid was!
Zij hebben ongeveer twee uur gesproken over de Amerikaanse dissident. In de zomer van 1936, vlak voor de openingsceremonie van de Zomerspelen, werd Jahncke met onmiddellijke ingang geroyeerd. Officieel was dat vanwege zijn aanhoudende afwezigheid tijdens vergaderingen, maar iedereen snapte dat het IOC een ander probleem had geëlimineerd: openlijke twijfel binnen de eigen organisatie over de vriendschappelijke omgang met fascisten.
In zijn plaats als IOC-lid kwam – joh! – Brundage, die van 1952 tot en met 1972 IOC-voorzitter was. Jahncke werd zo vervangen door de belichaming van alles wat smerig, corrupt en doortrapt is in de internationale sport. Brundage is het eeuwige verraad van elke vorm van sportief idealisme.
Collaborateurs
Hoe dan ook, Jahncke was het eerste IOC-lid dat werd geroyeerd. Dat werd daarna nooit meer herroepen door het IOC, dat in 2025 dus nog steeds de dramatische uitsluiting steunt van hun enige lid, dat vooraf zijn stem durfde te verheffen tegen het politieke misbruik van de Spelen van 1936. Liever Hitler dan Jahncke.
Wat deze affaire nog ernstiger maakte, was de opstelling van het IOC na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Er waren toen minstens zeven IOC-leden uit Italië, Frankrijk en Duitsland, die zich in de voorgaande jaren schuldig hadden gemaakt aan oorlogsmisdaden, collaboratie en misdaden tegen de menselijkheid. Zo werd Francois Pietri in eigen land voor vijf jaar het staatsburgerschap van Frankrijk ontnomen voor zijn gedrag, waar landgenoot Marquis Melchior de Polignac berucht werd als één van de ergste collaborateurs.
En toch handhaafde het IOC deze oorlogsmisdadigers binnen de organisatie. Na hun dood werden ze zelfs geëerd voor hun olympische werk, zonder dat er ook maar één woord werd gezegd over de misdaden, waarvoor deze mensen waren veroordeeld.
De boodschap was duidelijk: het IOC royeert liever mensen die tégen het fascisme zijn dan de fascisten zelf – nog steeds trouwens. Met dank aan De Baillet Latour, zodat het ook voor Nederlanders wat beter is te begrijpen waarom Belgische onderzoekers de nodige moeite hebben om hem een plaats in de geschiedenis te geven.

