NieuwOlympische Spelen

Geen land ter wereld verloor meer olympiërs in de concentratiekampen dan Nederland

Het is vandaag Internationale Herdenkingsdag van de Holocaust. Nederland verloor in de oorlogsjaren zeventien Joodse olympiërs. Ook werden er twee Duitse olympiërs vermoord, die naar Nederland waren gevlucht. Geen land ter wereld verloor méér olympiërs in de kampen.

Het beeld van Prometheus is het oorlogsmonument van de Nederlandse sport. In 1947 werd het onthuld op de tribunes van het Olympisch Stadion. Nu staat dit op het plein voor het stadion

Wereldwijd zijn er ruim 400 olympiërs omgekomen in de Tweede Wereldoorlog, op welke manier dan ook. Al die gegevens zijn verzameld op de website Olympedia.

Elk land heeft daarin zijn eigen verhaal. Duitsland is het land met de meeste oorlogsslachtoffers onder de olympiërs. Het waren er 110, onder wie Luz Long, de vriend van Jesse Owens op de Olympische Spelen van 1936, die in 1943 op 30-jarige leeftijd stierf tijdens de landing op Sicilië. Worstelaar Werner Seelenbinder daarentegen werd in 1944 vermoord in het concentratiekamp, omdat hij was aangesloten bij het communistische verzet.

De 25 omgekomen olympiërs uit Estland werden dan weer bijna allemaal vermoord door de Russen. De Estlandse IOC-leden Friedrich Akel en Joakim Puhk werden in 1940 geëxecuteerd door de Sovjets. Zo heeft elke omgekomen olympiërs een eigen geschiedenis en weerspiegelt de dodenlijst van elk land zijn specifieke situatie in de oorlogsjaren.

Nederland

Dat geldt zeker voor Nederland met 38 omgekomen olympiërs, van Koos Schouwenaar op 19 september 1940 tot en met Gerardus van der Wel op 31 mei 1945. Tien hadden meegedaan aan een olympisch turntoernooi. Er zaten drie internationals bij van het hockeyteam, dat in 1928 zilver won in Amsterdam. Er was een olympiër, die in 1914 de Varsity had gewonnen, nota bene in de boot met Meinoud Rost van Tonningen, later één van de meest beruchte collaborateurs. Een andere roeier stierf als landverrader. En dan ligt er ook nog een Engelse olympiër op de oorlogsbegraafplaats in Brunssum.

Zeventien van deze vermoorde olympiërs waren Joods, onder meer al die turners. De Duitse turnneven Gustav en Alfred Flatow komen daar nog bij, want zij waren na de machtsovername van Hitler in 1933 naar Nederland gevlucht om uit handen te blijven van de nazi’s. Tevergeefs, want ze werden alsnog gedeporteerd en in Theresienstadt vermoord.

Daarmee zijn er negentien Joodse olympiërs uit Nederland vermoord in een concentratiekamp. Geen enkel ander land verloor méér Joodse olympiërs in oorlogstijd. Deze kille cijfers weerspiegelen de algemene omstandigheden van de oorlog in Nederland, waar zo’n 75% van alle Joden is vermoord, veel meer dan in bijvoorbeeld België en Frankrijk. En dat zien we dus keihard terug in de gegevens van Olympedia, als een zeer grimmige spiegel van de werkelijkheid.

Het complete overzicht

Gestorven aan het front:

Tjapko van Bergen (roeien 1928) – 2 februari 1944 aan het Oostfront
Alexander van Geen (moderne vijfkamp 1936) – 27 februari 1942 op de Javazee
Eddy Kahn (ruitersport 1936) – 19 augustus 1944 in Normandië

Gestorven bij een bombardement 

Tjeerd Pasma (vijfkamp 1928) – 28 december 1944 in Ede
Jos Seckel (Kunstolympiade 1928 en 1932) – 3 maart 1945 in Den Haag

Gestorven bij een executie

Piet Ruimers (atletiek 1908) – 6 april 1945 op Texel

Gestorven bij een poging om naar Engeland te vluchten:

Ernst Moltzer (zeilen 1936) – 15 november 1941 op de Noordzee
Koos Schouwenaar (roeien 1928) – 22 juni 1941 op de Noordzee

Gestorven als leden van het verzet:

Albert Heijnneman (atletiek 1920) – 20 februari 1944 in Scheveningen
Ernst de Jong (roeien 1936) – datum en omstandigheden onbekend
Richard Schoemaker (schermen 1908) – 3 mei 1942 in Oranienburg
Pierre Versteegh (ruitersport 1936) – 3 mei 1942 in Oranienburg

Gestorven in kampen in Europa en Azië:

Stella Agsteribbe (turnen 1928) – 17 september 1943 in Auschwitz
Jan Ankerman (hockey 1928) – 27 december 1942 in Rangoon
Cornelis Compter (gewichtheffen 1928) – 23 februari 1945 in Mauthausen-Gusen
Abraham d”Oliveira (turnen 1908) – 26 maart 1943 in Sobibor
Emile Duson (hockey 1928) – 15 maart 1942 in Tiga Runga
Felix Hess (Kunstolympiade 1928) – 9 april 1943 in Sobibór
Alfred Flatow (Duitsland, turnen 1896 en 1900) – 28 december 1942 in Theresienstadt
Gustav Flatow (Duitsland, turnen 1896 en 1900) – 29 januari 1945 in Theresienstadt
Hans Fokker (zeilen 1928) – 2 juli 1943 in Thanbyuzayat
Isidore Goudeket (turnen 1908) – 9 juli 1943 in Sobibor
Ru van der Haar (hockey 1936) – 15 mei 1943 in Maoemere
Mozes Jacobs (turnen 1928) – 9 juli 1943 in Sobibor
August Kop (hockey 1928) – 30 april 1945 in Pakan Baru
Frits Lamp (atletiek 1924) – 27 mei 1945 in Pakan Baru
Heinz Levy (boksen 1924) – 31 juli 1944 in Auschwitz
François Marits (schieten 1924) – 2 april 1945 in Hannover
Elias Melkman (turnen 1928) – 3 januari 1942 in Auschwitz
Lion van Minden (schermen 1908) – 6 september 1944 in Auschwitz
Abraham Mok (turnen 1908) – 29 februari 1944 in Auschwitz
Jacob van Moppes (worstelen 1908) – 26 maart 1943 in Sobibor
Lea Nordheim (turnen 1928) – 2 juli 1943 in Sobibor
Simon Okker (schermen 1906 en 1908) – 6 maart 1944 in Auschwitz
Ans Polak (turnen 1928) – 23 juli 1943 in Sobibor
Jonas Slier (turnen 1908) – 5 november 1942 in Auschwitz
Johannes van der Vegte (roeien 1920) – 15 maart 1945 in Soengei Sengkol
Israel Wijnschenk (turnen 1928) – 31 januari 1943 in Auschwitz
Hans van Walsum (roeien 1936) – 2 januari 1943 in Neuengamme
Gerardus van der Wel (atletiek 1920) – 31 mei 1945 in Bergen Belsen

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.