Duits handbal in 1928
Olympische SpelenZomerspelen

Handbal was in 1928 bijna een olympische sport

Op de Olympische Spelen van 1928 mochten twee demonstratiesporten worden toegelaten: één uit het gastland zelf en één uit het buitenland. Omdat polderend Nederland er niet uitkwam bij de eigen sport werd zowel korfbal als kaatsen toegelaten – één sport teveel dus.

Bij de buitenlandse sporten waren vier verzoeken ingediend: basketbal, lacrosse, handbal en pelote basque, een balspel dat lijkt op kaatsen. Om het makkelijk te maken werden er ook nog twee verschillende varianten van handbal voorgesteld: het Duitse veldhandbal en de Ierse variant van deze sport. Dat kon in 1927 nog, omdat er nog geen overeenstemming was over de internationale spelregels. Handbal viel toen nog zelfs onder de atletiekbond, want een eigen internationale bond kwam pas in 1946. De meest gangbare spelregels waren overigens de Duitse.

Net korfbal, maar dan zonder korf

Omdat de bezigheid in 1928 zo nieuw was in ons land legde Het Volk de aard van het spelletje nog eens uit: ‘Handbal wordt door 2 x 11 deelnemers gespeeld op een terrein gelijk aan een voetbalveld, terwijl het spel eenigszins doet denken aan korfbal behalve, dat men in plaats van een gewoon doel als bij voetballen heeft.’

Vier sporten stond dus kandidaat als demonstatiesport voor 1928. ‘Na veel beraadslagingen en afwegingen’, meldde het officiële rapport van Amsterdam 1928, ‘viel de keuze op lacrosse, dat was voorgesteld door het Canadese Olympische Comité.’ Hiervoor werden teams uit Canada, de VS en Groot-Brittannië uitgenodigd.

Een half jaar vóór de Spelen werd nog wel het idee geopperd om een handbalwedstrijd tussen Duitsland en Oostenrijk te spelen op een terrein net naast het Olympisch Stadion – als officieus onderdeel van het programma. Daar heb ik niets van teruggevonden, maar wel werd handbal naar de Olympische Spelen gesmokkeld door de Duitse turnploeg in haar demonstratie. Als onderdeel toonden ze het handbalspel, ‘dat in Duitschland zeer populair is’. Maar goed, dat was toch anders dan een competie.

Het échte olympische debuut van handbal was in 1936 in Berlijn, overigens ook als demonstratiesport. Sinds 1972 (München) is het een echte olympische sport, in dat jaar alleen voor mannen. Vier jaar later (Montreal) volgden de vrouwen.

Van de drie olympische debuten van handbal had er dus één in Nederland kunnen zijn, maar zo is het niet gegaan. Lacrosse werd dus gekozen, maar daar was geen enkele belangstelling voor in ons land. ‘Het komt ons voor,’ verzuchtte een medewerker van Het Centrum in 1928, ‘dat het beter is, lacrosse maar niet in Holland in te voeren. Dit wilde spel zou het lijstje sportongevallen maar verlengen.’

Handbal daarentegen werd daarna wél een bekende sport in ons land, alhoewel er nog nooit een Nederlands team op de Olympische Spelen uitkwam. Als Nederland dit WK wint, kan het voor de eerste keer meedoen. Of het wordt tweede als Brazilië wint, dat als gastland sowieso naar de Spelen gaat. De laatste mogelijkheid is dat Oranje de finale haalt van een kwalificatietoernooi in maart. Maar dat is toekomst en dat snapt een sporthistoricus niet.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.