Olympische Spelen

Het idee voor een olympisch vluchtelingenteam komt uit 1923

Tijdens de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro deed een vluchtelingenteam mee met dezelfde status als de andere deelnemers. Het was voor de eerste keer dat zo’n Team Refugees meedeed, maar in de geschiedenis van Olympische Spelen heeft dit onderwerp al wel vaker op de olympische vergadertafel gelegen. De Russische prins Ouroussof kwam een kleine eeuw geleden als eerste met zo’n voorstel.

Prins Ouroussof nam in 1910 namens Rusland plaats in het IOC en bleef tot aan zijn dood in 1933 in functie. En dat was heel merkwaardig, omdat precies in die periode de communisten de macht grepen in zijn land waarna de prins naar Frankrijk verhuisde. De nieuwe machthebbers hielden zich niet met het IOC bezig en zouden tot 1952 ook niet meedoen aan de Spelen. Ondertussen bleef Ouroussof wel lid van het IOC en dat hij daar sprak namens het niet-bestaande tsaristische Rusland maakte niemand uit.

Vóór de revolutie uitbrak woonde Ouroussof zelfs nog een tijd in Nederland bij het Russische gezantschap in Den Haag – totdat hij in 1910 werd overgeplaatst naar Bulgarije. In die hoedanigheid bezocht hij in 1909 zelfs een tenniswedstrijd in Den Haag, waar de complete elite zich had verzameld met ministers en gezanten. De prins sloeg er ook zelf graag een balletje, blijkt uit sommige uitslagenlijsten van die tijd.

Na de revolutie in zijn land voegde hij zich echter bij de grote stroom vluchtelingen, wat hem op het idee bracht om een speciaal team te sturen naar de Olympische Spelen van 1924 in Parijs. Op de IOC-bijeenkomst van 1923 in Rome kwam hij met het voorstel om een gezamenlijke deelname mogelijk te maken van Sovjet-sporters en Russische vluchtelingen, maar daarvoor kreeg hij geen meerderheid – bang dat het IOC was om zich te mengen in een Russisch politiek conflict. Een tweede poging in 1929 mislukte opnieuw. Weer vier jaar later was Ouroussof dood en daarmee ook zijn plan voor deelname van vluchtelingen aan de Olympische Spelen.

Helsinki 1952

In aanloop naar de Zomerspelen van 1952 kreeg het IOC een verzoek van The Union of Free Eastern European Sportsmen (UFEES) om een team toe te laten van vluchtelingen uit de communistische landen in Oost-Europa. Het ging hierbij om sporters die hadden gewoond in de landen die na de Tweede Wereldoorlog in de Sovjet-invloedssfeer terecht waren gekomen en vanwege politieke reden hun land waren ontvlucht.

Het zou gaan om enkele tientallen sporters, die in de jaren daarvoor bij elkaar zestien olympische titels en twintig wereldkampioenschappen hadden gewonnen. Zij konden niet meer meedoen aan de Spelen vanwege conflicten met de nieuwe machthebbers en met zo’n vluchtelingenteam zouden ze toch die mogelijkheid krijgen. Sport en politiek zijn tenslotte van elkaar gescheiden, nietwaar?

Het IOC wilde hier echter zijn vingers niet aan branden, mede omdat de Sovjet-Unie zich in precies dezelfde tijd aanmeldde bij het IOC om ook aan die Spelen van 1952 mee te doen. Het zou er dan niet gezelliger op worden als er vluchtelingen toe werden gelaten die door de communisten als tegenstanders werden gezien. Dat bleek, want alleen al door het bespreken van het voorstel van de UFEES daalde het humeur van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten tot onder het nulpunt. Het voorstel haalde het dus ook niet.

Geheime agenda

In Journal of Olympic History staat hierover een boeiend verhaal van de Amerikaan Toby C. Rider. Uit recent historisch onderzoek bleek namelijk dat er meer aan de hand was met de UFEES. Deze club was niet zozeer een onafhankelijke organisatie die met betraande ogen keek naar het lot van de niet-communistische sporter, maar kreeg zijn geld direct van de CIA!

Het idee van een vluchtelingenteam maakte zo onderdeel uit van de Amerikaanse strategie in de Koude Oorlog, die toen net in gang was gezet. Zoals gewoonlijk bij de internationale sportwereld was een nobele gedachte niets anders dan een rookgordijn voor machtspolitiek op het hoogste niveau.

En dat is meteen het verschil van Team Refugees met het mislukte voorstel van 1952: dit keer is er geen belangrijk olympisch land dat aanzien verliest als er vluchtelingen meedoen. Zo is er politieke ruimte om iets nobels te doen. Gelukkig dat het dan eindelijk eens een keer kan.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.