NieuwOlympische Spelen

Het IOC voerde tevergeefs campagne voor de Nobelprijs voor de Vrede

Donald Trump vindt zichzelf geschikt voor de Nobelprijs voor de Vrede. Het Internationaal Olympisch Comité schakelde hiervoor in de jaren 90 zelfs een campagnebureau in.

De Nobelprijs van de Vrede van 1911 voor Tobias Asser. Foto uit het publieke domein via het Joods Historisch Museum / Europeana

Al bijna honderd jaar nomineert de internationale sportwereld zichzelf voor de belangrijkste vredesprijs ter wereld – zowel de FIFA als het IOC. Ze lijken president Trump wel.

Het Nobelcomité dacht er anders over

Bekroning

Het Noorse sportblad Idrättslief vond in 1928 dat het IOC de Nobelprijs moest krijgen, in het jaar van de Olympische Spelen in Amsterdam. ‘Het blad is van meening,’ aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant, ‘dat juist de Amsterdamsche Olympische Spelen bewezen hebben, dat de sport de volken tot elkaar brengt. De sport brengt de naties vaak gemakkelijker tot elkaar dan de diplomatie.’

Het Nobelcomité dacht er anders over.

In 1936 werd Pierre de Coubertin voorgedragen door het IOC , als oprichter van deze organisatie. De Coubertin was er op dat moment erg slecht aan toe, aldus een uitvoerig verhaal in Het Vaderland. Verschillende landen ondersteunden de kandidatuur, ook het Nederlands Olympisch Comité. ‘Zou het niet een waardige en verdiende bekroning zijn van het werk van De Coubertin, indien aan hem die prijs werd toegekend?’ aldus voorzitter Schimmelpenninck van der Oye.

Het Nobelcomité dacht er anders over.

In 1952 waren de Zomerspelen in Helsinki en de Winterspelen in Oslo, om de hoek van de vergaderzaal van het Nobelcomité. Daarom werd in 1953 opnieuw een poging gewaagd, op verzoek van Zweedse en Finse parlementariërs, ‘zulks op grond van de zending welke het I.O.C. vervult in het belang van de toenadering tussen de volken.’

Het Nobelcomité dacht er anders over, net als in 1956 toen het IOC wederom werd genoemd. Dat jaar werd er zelfs helemaal geen prijs uitgereikt, omdat niemand ‘zich zodanig verdienstelijk heeft gemaakt voor de bevordering van de vrede, dat hem de hoge eer waardig gekeurd kon worden’.

Liever niemand dan het IOC.

Afgang 

In de jaren tachtig herleefde de interesse. Het was het tijdperk van voorzitter Juan Antonio Samaranch, nota bene met een fascistisch verleden als minister in het dictatoriale Spanje van generaal Franco.

Zo was er een voordracht in 1982, net als twee jaar later van de internationale gewichtheffederatie en de internationale federatie van het amateurboksen. ‘Volgens beide federaties levert het IOC onder president Samaranch een grote bijdrage aan de wereldvrede door het stimuleren en organiseren van internationale sportuitwissellingen, en het stimuleren van de sportbeoefening in 157 landen.’

Het Nobelcomité dacht er anders over.

In 1986 stond het IOC in dezelfde rij als Nelson Mandela, maar beide haalden het niet. Anton Geesink deed in 1988 een oproep, als IOC-lid in De Telegraaf: ‘Samaranch verdient geen gouden medaille, maar niets minder dan de Nobelprijs voor de Vrede.’ Het Joegoslavische ministerie voor Sport deed enkele maanden later een poging.

Het Nobelcomité dacht er anders over.

In 1993 werd het ronduit pijnlijk toen het IOC zichzelf opdrong vanwege het naderende eeuwfeest, opgericht in 1894. Een reclamebureau werd ingehuurd om die Nobelprijs even te regelen. Het liep uit op een regelrechte afgang, want geheel tegen de protocollen in werd de aanvraag vóóraf al publiekelijk afgeschoten.

Hanna Kvanmo van het Nobelcomité kwam niet meer bij van het lachen. Ook collega Odvar Nordli wist niet wat hij meemaakte: “Natuurlijk worden er voor andere kandidaten eveneens campagnes gevoerd, maar om daarvoor een reclamebureau in te schakelen, is volledig nieuw. Nogal heftig naar mijn smaak.”

Nieuwe eeuw

Ook in de 21e eeuw keerde het thema enkele malen terug op de agenda. Rond de Winterspelen van 2010 kwam er zelfs steun voor een voordracht van de VN-adviseur van de sport. IOC-lid Angela Ruggiero droeg de samengestelde Koreaanse ploeg voor, die in actie kwam op de Winterspelen van 2018 in Pyeongchang.

Het Nobelcomité dacht er anders over.

Zo blijft Philip Noel-Baker de enige olympiër met een Nobelprijs voor de Vrede. In 1920 was hij winnaar van zilver en in 1959 werd hij onderscheiden. En dan niet als sporter, maar vanwege zijn campagne voor ontwapening.

FIFA

De FIFA aast ook al lange tijd op een Nobelprijs. In 1956 werd de voormalige voorzitter Jules Rimet voorgedragen, maar die stierf tijdens de beraadslagingen van het comité. De voetbalwereld probeerde het in 1989 opnieuw met de voordracht van FIFA-voorzitter Joao Havelange. De Noorse voetbalbond bracht deze kandidatuur over na een initiatief van Heinrich Rothlisberger, voorzitter van de Zwitserse voetbalbond. Tevergeefs, net als een volgende poging in 1994.

Vladimir Poetin zei in 2015 dat Sepp Blatter als toenmalig voorzitter de onderscheiding verdiende, nota bene een dag voordat de ethische commissie van de FIFA zijn verhoren begon die zouden leiden tot de schorsing van de Zwitser. Poetin liet zo ongetwijfeld zijn waardering blijken voor het toekennen van het WK voetbal van 2018 aan zijn land.

De relatie tussen de FIFA en het centrum van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo werd in 2015 zelfs zo slecht dat het partnership met de FIFA eenzijdig werd stopgezet vanwege de aanhoudende schandalen.

Zo zullen het IOC en de FIFA in 2025 wederom niet worden onderscheiden, waar Trump ook rekening mee mag houden. Het Nobelcomité denkt er namelijk anders over.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al dertig jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.