NieuwOlympische Spelen

Het mysterie van Amsterdam 1928

Rio de Janeiro probeerde al in 1936 de Olympische Spelen te organiseren, zo meldden Nederlandse kranten vanaf 1927. In de Braziliaanse archieven is er alleen niets meer over te vinden.

Geen Brazilianen

Nederland verheugde zich een negentig jaar geleden op de komst van Braziliaanse sporters naar de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam, vooral de voetballers. De Amsterdamse organisatoren hielden er in ieder geval rekening mee, want in februari 1927 werd er gesproken over maar liefst 150 sporters en officials die deze reis zouden gaan maken. De voetballers zouden zich het hele jaar al aan het voorbereiden zijn op het evenement in Nederland.

Als voorbereiding werd een Zuid-Amerikaans voetbaltoernooi georganiseerd, met Argentinië, Brazilië, Chili, Peru, Bolivia en Uruguay. ‘Al deze landen zijn blijkbaar van plan naar Amsterdam te komen,’ concludeerde de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 25 oktober 1927.

 

Wat er in die maanden allemaal precies gebeurde in Zuid-Amerika was te ver buiten het blikveld van de Nederlandse media, die tot eind maart 1928 meenden dat Brazilië aanwezig zou zijn op de Olympische Spelen. ‘Thans komt tenminste weer het bericht,’ aldus Sociaal-democratisch dagblad Voorwaarts op 6 februari 1928, ‘dat men in Brazilië de noodige maatregelen neemt om een elftal naar Amsterdam te zenden. De Brazilianen vinden echter blijkbaar het uitstapje naar Amsterdam nog niet ver genoeg, ze doen tenminste op het oogenblik moeite om na afloop der Olympische Spelen een toer door Europa te maken.’

Kort daarna maakte Colombia echter bekend niet naar de Spelen te komen vanwege de hoge kosten – een eerste hint dat Brazilië dit voorbeeld wel eens zou kunnen volgen. En dat was ook precies wat De Olympiade, het huistijdschrift van de Amsterdamse organisatie, een maand later officieel meedeelde: Brazilië doet niet mee. De Nederlandse pers reageerde teleurgesteld.

Braziliaanse officials in Amsterdam

Toch was de Braziliaanse sport vertegenwoordigd tijdens de Amsterdamse Spelen, maar dan door de officials. Het congres van de internationale schermbond Fédération Internationale d’Escrime werd bezocht door Oct. Fiach. Het IOC had in die tijd drie Braziliaanse leden (van de 68) en die waren er allemaal: Ferreira Santos, Arnaldo Guinle en Raul de Rio Branco. Het was een opmerkelijk hoog aantal IOC-ers voor een land dat niet meedeed aan de Olympische Spelen dat jaar.

Ze hadden wellicht een missie, want Rio de Janeiro wilde namelijk de Olympische Spelen ooit zelf eens organiseren – toen al. De stad had zich al in 1927 kandidaat gesteld voor de Spelen van 1936. Tijdens het IOC Congres een jaar later in Amsterdam werd dat bevestigd, zo meldde onder meer Het Volk: ‘De volgende kandidaten komen in aanmerking: Duitschland met Berlijn, Italië met Rome, Spanje met Barcelona, Hongarije met Boedapest, Egypte met Alexandrië, Zwitserland met Lausanne, Finland met Helsingfors en Brazilië met Rio de Janeiro.’

Alleen was het wat voorbarig om al in 1928 te verwachten dat het IOC zou besluiten waar acht jaar later de Spelen zouden worden gehouden – dat gebeurde pas in 1931. Een jaar daarvoor maakte het IOC wederom bekend dat Rio de Janeiro één van de kanshebbers was, inmiddels met nóg meer concurrenten. Berlijn werd uiteindelijk – zo weten we – de stad die deze Spelen mocht organiseren.

Rokende puinhopen

In de zomer van 2016 verscheen in The Journal of Olympic History een artikel van Marcia De Franceschi Neto – Wacker en Christian Wacker (een Duits-Braziliaans echtpaar, beide gespecialiseerd in sportgeschiedenis). Zij schreven dat er nog steeds onduidelijkheid bestond over deze kandidatuur van Rio. In de Braziliaanse archieven is geen zinnig woord over terug te vinden en ook uit de bestanden van de IOC wordt niet duidelijk hoe serieus dit was.

Een mogelijkheid zou kunnen zijn, zo menen de Wackers, dat de Europese pers Argentinië en Brazilië met elkaar verwarden – iets wat toentertijd veel voorkwam. Maar zowel in 1927 als 1930 werd de stad Rio de Janeiro letterlijk genoemd, wat toch niet wijst op verwarring van Brazilië en Argentinië. Het ging niet om het land, maar om de stad.

Ergens tussen 1927 en 1931 zou het in ieder geval ergens mis zijn gegaan voor Rio de Janerio zonder dat we weten wat er is gebeurd. Misschien was het wel omdat er in Brazilië grote politieke onrust was in die tijd – toen ook – en daar houden sportofficials niet van. Daarnaast bleef het land weg van de Spelen in Amsterdam, wat ook geen overtuigende strategie is voor een kandidatuur. Vier sportofficials zijn dan te weinig om dat weer goed te maken.

Zo deden de sporters uit Brazilië dus niet mee aan de Spelen van 1928 in Amsterdam en verdween de kandidatuur van Rio voor 1936 ergens in de rokende puinhopen van de ongeordende archieven. Tachtig jaar later heeft die stad dan alsnog de Spelen gekregen, samen met die rokende puinhopen.

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.