HockeyNieuwOlympische Spelen

Het olympische hockeyteam van India bleef 32 jaar ongeslagen

Het hockeyteam van Brits-Indië zijn debuut op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Pas 32 jaar later verloor dit land voor de eerste keer een hockeywedstrijd, inmiddels als India.

Brits-Indië tegen Nederland in de finale van 1928. Foto uit de collectie van NOC*NSF

Nooit in de olympische geschiedenis heeft een sportteam zo’n overdonderend debuut gemaakt als Brits-Indië, de koloniale voorloper van India. Het nationale hockeyteam maakte eind 1927 bekend dat het zou deelnemen aan de Olympische Spelen in Amsterdam. Niemand in Europa kon zich nog een voorstelling maken van de kracht van dat team, zelfs de Britten niet, die toch de baas speelden in dat land.

‘Alle berichten kwamen op hetzelfde neer,’ aldus De Olympiade in mei 1928, het tijdschrift van Amsterdam 1928. ‘Ze zijn even sterk als de Engelschen.’ Dat bleek snel de grootste sportieve misvatting te zijn in minstens 960 jaar, want al bij de oefenwedstrijden was geen enkel Europees team opgewassen tegen het team uit Brits-Indië. Tijdens een bezoek aan moederland werd het team van All-England met 4-0 weggetikt. En twee dagen na aankomst in Amsterdam werd de eerste wedstrijd in Nederland met 15—2 gewonnen.

Dhyan Chand

Op 17 mei 1928 betrad deze ploeg voor het eerst het olympische speelveld, op de eerste dag van de Olympische Spelen in Amsterdam. Een beetje gek, want het hockey- en het voetbaltoernooi werden nog vóór de openingsceremonie op 28 juli gespeeld. Oostenrijk had de eer als eerste tegenstander op te treden, dat in één helft al drie treffers had geïncasseerd. De wonderspits Dhyan Chand legde die dag vier keer de bal in hun netje. Er was geen houden aan, wist De Olympiade eigenlijk al voordat deze wedstrijd werd gespeeld: ‘Wie één keer tegen ze gespeeld heeft, of ze zag spelen, weet het. Maar tracht eens snellere spelers te vinden, als ze er niet zijn, tracht eens een dergelijke techniek in 4 jaren te leeren. Dat gaat niet.’

Het was wat onhoffelijk, maar dit wonderteam speelde zijn eerste twee wedstrijden niet op het hoofdpodium van het Olympisch Stadion, maar in het nabijgelegen Nederlandsch Sportpark. De volgende dag tegen België werd er maar liefst negen keer gescoord. Met vijftien doelpunten vóór en nul tegen begon zo het tijdperk van het hockey uit Brits-Indië, dat alleen door bijna niemand werd gezien. Volgens de officiële gegevens van de organisatie zaten er tegen België precies 978 toeschouwers op de tribune. Pas bij de derde wedstrijd werd Brits-Indië in het Olympisch Stadion geplaatst, om daar met 5-0 van Denemarken te winnen.

Als vanzelfsprekend haalde Brits-Indië de finale met Nederland als tegenstander. De enige vraag was met hoeveel het gastland zou verliezen, wat met 3-0 nog reuze meeviel. Zonder één tegentreffer won het hockeyteam uit Brits-Indië de eerste gouden medaille voor een Aziatisch land, nóg historischer.

11.802 dagen

Zo legde Brits-Indië in Amsterdam de basis voor een onwaarschijnlijk lange zegeperiode op de Olympische Spelen, want pas op 9 september 1960 werd er voor de eerste keer verloren. Het land heette inmiddels allang India, maar bleef gewoon doorgaan met winnen. Ruim 32 jaar na het debuut in Amsterdam werd de finale verloren tegen aartsvijand Pakistan.

Om precies te zijn: het hockeyteam van Brits-Indië / India heeft de eerste 11.802 dagen op de Olympische Spelen geen enkele keer verloren. In diezelfde periode was de opkomst en ondergang van Adolf Hitler, werd er een wereldoorlog gevoerd, maakte India zich na een bloedige strijd vrij van Groot-Brittannië en werd Limburgia één keer landskampioen in het Nederlandse voetbal.

Dát is pas een debuut!

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.