NieuwOlympische Spelen

Het Sportpaleis dat Amsterdam nooit kreeg

Amsterdam heeft een halve eeuw gedroomd van de bouw van een Sportpaleis, maar ondanks heel veel pogingen is het er nooit van gekomen.

Schets uit 1933 van het Sportpaleis, dat er nooit kwam

In Antwerpen staat het Sportpaleis, een multifunctionele evenementenhal uit 1932. Ook Amsterdam wilde zo’n gebouw, waarvoor heel veel initiatieven werden genomen.

De jaren 20

De oudste melding is van bijna honderd jaar geleden. In 1924 werden vanuit Den Haag obligaties aangeboden om 2,4 miljoen gulden op te halen voor een Nationaal Sportpaleis met overdekte wielerbaan – overigens nog zonder duidelijkheid of dat in Amsterdam, Den Haag of in een andere stad zou komen. Dat doet er ook niet meer toe, want nog in hetzelfde jaar werden de initiatiefnemers door de politie opgepakt wegens oplichting en valsheid in geschrifte. De klopjacht werd een nationale affaire toen de dagbladen de volledige namen plaatsten van de criminelen.

Enkele jaren later was Amsterdam in de ban van de Olympische Spelen en verrezen er overal nieuwe locaties in de stad. Dat smaakte naar meer en zo plaatste De Telegraaf in april 1927 een montagefoto van een enorme ijsbaan in het centrum van de stad, ook onder de naam Sportpaleis. Volgens de krant was er ‘een commissie van Amsterdamsche heeren’ voor de aanleg van de ijsbaan ‘zoo groot als het Koningsplein’.

Het Leeuwarder Nieuwsblad was iets concreter, want die krant had het over een hoogte van 21 meter, een lengte van honderd meter en breedte van 36 meter. Verder voegde het daaraan toe dat er ‘honderden tegelijk kunnen rondzwieren’ met ruimte voor 4.200 toeschouwers. ‘Mocht zulks om de een of andere reden geen doorgang vinden, dan ligt het in de bedoeling het Sportpaleis in plan Zuid te doen verrijzen.’ Bij gebrek aan geldschieters ging ook dit plan niet door.

De jaren 30

In de jaren 30 waren er door heel Nederland werkverschaffingsprojecten als antwoord op de enorme werkloosheid – óók in de sport. Het Sportpaleis leek er zo toch te komen, nabij het Olympisch Stadion. Er waren zwaargewichten bij betrokken, die samenwerkten met architect J. F. van Erven Dorens.

‘Men spreekt van een kunstrijbaan,’ wist De Provinciale Gelderse en Nijmeegsche Courant eind 1932, ‘van een gelegenheid om een overdekt concours-hippique te houden, van turnhallen, restaurants en wat dies meer zij, behoorend bij een dergelijke instelling.’ Hiervoor was een half miljoen gulden nodig, in onze tijd vergelijkbaar met bijna vijf miljoen euro. Ook dit keer kwam het niet tot uitvoering, waarschijnlijk vanwege de bouw van de Kuip in Rotterdam vanaf 1935. Dat stadion was gróter dan het Olympisch Stadion en dat lag gevoelig in de hoofdstad. De aandacht ging daarom naar uitbreiding van het Olympisch Stadion met een tweede ring.

En toen brak de oorlog uit en dacht niemand meer aan een Sportpaleis.

De jaren 40

Na de Bevrijding droomde Amsterdam gewoon verder van het Sportpaleis, vooral toen het gemeentebestuur zich in 1947 zich tot het Internationaal Olympisch Comité wendde ‘met het verzoek Nederland met de organisatie van de Olympische Spelen 1952 te willen belasten’. Bij toekenning zou dan eindelijk het Sportpaleis worden gerealiseerd voor onder meer boksen, schermen en worstelen.

In het Stadarchief Amsterdam ligt een complete map vol optimistische vergezichten om na twintig jaar dan eindelijk te komen tot verwezenlijking van het Sportpaleis, maar opnieuw was de werkelijkheid te weerbarstig. Het IOC wees de Spelen van 1952 toe aan Helsinki en daarmee kwam voor de zoveelste keer een einde aan het Sportpaleis.

Het Parool was er niet blij mee, bleek op 22 juni 1950: ‘Amsterdam heeft nog altijd (we mogen wel zeggen: al jaren) een respectabele verlanglijst: stadhuis, IJtunnel, congresgebouw, sportpaleis, om maar een paar voornaamste punten te noemen. Minder respectabel is de wijze waarop die verlanglijst wordt aangepakt: op zijn elf-en-dertigst.’

De jaren 60

In 1963 pakte Amsterdam de draad maar weer eens op, ditmaal via de Stichting Sport Initiatieven Amsterdam SIA, die eerder al een beslissende rol had gespeeld bij de realisatie van de Jaap Edenbaan. Voor zo’n tien miljoen gulden kon het Sportpaleis worden gebouwd op het terrein naast het Olympisch Stadion, aldus SIA, waarna Joop den Uyl als wethouder voor de Publieke Werken namens het College van B&W zelfs een toezegging deed. Hij stuurde op 22 april 1963 een positieve brief, zo is te herleiden via het Stadsarchief Amsterdam, maar tot zijn grote verbazing liet SIA daarna maanden verlopen zónder antwoord. De verbazing zal nog groter zijn geweest toen bleek dat er inmiddels al wél een architect aan het werk was gezet om het Sportpaleis uit te tekenen, inclusief wielerbaan, een ijshockeyveld en ruimte voor verschillende zaalsporten.

De gemeente was zo zorgvuldig buiten de besluitvorming gehouden en daarom zal het niemand hebben verbaasd dat ook deze poging tot mislukken gedoemd was. Wat in 1924 met veel bombarie was begonnen met het uitgeven van nep-obligaties was bijna een halve eeuw later nog steeds niet gerealiseerd.

Daarom een geheimtip voor iemand met de ambitie om ooit nog eens een heel groot stadion in Amsterdam te bouwen: noem dat nóóit het Sportpaleis.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.