NieuwOlympische Spelen

In de geest van Pierre de Coubertin: het IOC moet de olympische titels van Mathieu Cordang uit 1900 erkennen

Precies 125 jaar geleden wonnen de Nederlandse roeiers Roelof Klein en François Brandt een internationale wedstrijd in Parijs. Volgens het IOC was dit de eerste olympische titel voor Nederlandse sporters. Gek, want ze deden helemaal niet mee aan de Olympische Spelen.

Mathieu Cordang in 1897. Foto uit het publieke domein via de Gallica Digital Library en Wikicommons

Parijs organiseerde vorig jaar de Olympische Spelen. Net als in 1900 en 1924, alhoewel we de editie van 1900 vanwege de organisatorische puinhoop eigenlijk niet mee mogen tellen. Toch doet het IOC dit wel, wat nog steeds voor gedoe zorgt.

De wedstrijden van de Wereldtentoonstelling zouden dienen als de Olympische Spelen van 1900

Wereldtentoonstelling

Roelof Klein en François Brandt hebben in 1900 niet meegedaan aan de Olympische Spelen. Tijdens de voorbereidingen werd alleen maar gesproken over ‘den grooten Tentoonstellings-wedstrijd’.

Op 31 juli 1900 bijvoorbeeld plaatste De Locomotief een ingezonden mededeling over een vergadering van de Amsterdamse roeivereniging Minerva, waar gesproken werd over deelname aan ‘den grooten Tentoonstellings-wedstrijd te Parijs, den 26sten Augustus’. Met leedwezen vernam het bestuur, ‘dat vele roeiers, die het gaarne in een of meer Minerva-ploegen gezien had, om verschillende redenen verhinderd waren’.

Daarop werden roeiers van andere verenigingen aangeschreven, onder wie Brandt en Klein. Zij schreven zich in voor de twee met stuurman, samen met Herman Brockmann. In de finale werd Brockmann vervangen als stuurman door een Franse of Belgische jongen van een jaar of negen oud, omdat hij veel lichter was. Helaas kwam niemand op het idee om zijn naam te vragen en waar hij vandaan kwam, zodat we 125 jaar later nog steeds niet weten wie die knul was.

Hoe dan ook: op 26 augustus 1900 won de Nederlandse equipe met die onbekende jongen – vandaag exact 125 jaar geleden.

De roeikampioenen van 1900

Statistische verwarring

Aan het eind van het verhaal blijft er één vraag over: aan welk evenement deden deze sporters nou mee? Officieel waren de roeiers op de Wereldtentoonstellingswedstrijden geweest, maar het IOC bepaalde in 2012 met terugwerkende kracht dat Brandt, Klein en Brockmann de eerste olympisch kampioenen uit Nederland waren. En zo staat het sindsdien officieel in de boeken.

Deze onduidelijkheid is het directe gevolg van de slechte organisatie van de Olympische Spelen van 1900. Het was na Athene 1896 pas de tweede editie, waarbij het IOC nog een zeer zwakke organisatie was van slechts zes jaar oud. Tegenwoordig zijn de Olympische Spelen een gigantisch evenement, maar in die begintijd was daar geen sprake van. Niemand kon toen weten dat de internationale sport ooit zo groot zou worden als nu.

Parijs was in 1900 vooral gastheer van de Wereldtentoonstelling, een enorm evenement. Het IOC kon alleen maar hopen dat het dan ook wat sportevenementen mocht organiseren onder de naam van de Olympische Spelen. De organisatoren van de Wereldtentoonstelling hadden alleen geen enkele belangstelling, ondanks aanhoudende pogingen van IOC-voorzitter Pierre de Coubertin. In april 1899 werd hem duidelijk dat het echt onmogelijk was om zelfstandige Olympische Spelen te organiseren, en ging daarom alsnog een samenwerking aan met de Wereldtentoonstelling.

Zo waren er in 1900 toch sportwedstrijden in Parijs, waarbij De Coubertin de verantwoordelijkheid droeg voor het atletiekonderdeel. Alle andere sporten werden in de context van de Wereldtentoonstelling geplaatst, waardoor het te ver gaat om te zeggen dat Parijs in 1900 de Olympische Spelen heeft georganiseerd.

Toch riep het IOC de Nederlandse roeiers in 2012 met terugwerkende kracht uit tot olympisch kampioen. Dat was leuk voor de nationale medaillespiegel, want we kregen er gratis een olympische titel bij.

Vanwege de precedentwerking was het wel volkomen onverantwoord. Er waren namelijk nog meer Nederlandse winnaars op die Wereldtentoonstellingswedstrijden. Als het IOC consequent is, moet het die ook erkennen als olympisch kampioen, maar elke aanvraag is afgewezen.

Mathieu Cordang

Zo ontving NOC*NSF in 2022 een brief van Stan Cordang en Lammert Visscher, als nazaten van Mathieu Cordang. Ze schreven over hun beroemde voorouder uit het Limburgse Blerick, die in 1900 in Parijs was geweest, waar hij de 24-uurswedstrijd en de 3.000 meter had gewonnen. Provinciegenoot Harie Meijers eindigde ook twee keer op de eerste plaats bij het baanrennen: op de 2000 meter en de tandemrace, in het laatste geval samen met de Italiaan Gian Ferdinando Tommaselli.

Cordang en Visscher willen dat hun voorouder dezelfde erkenning krijgen als de roeiers, wat NOC*NSF inderdaad heeft gedaan – in tegenstelling tot het IOC. De gemeente Roermond stuurde zelfs een verzoek naar Lausanne, maar dat werd afgewezen.

Hetzelfde gebeurde daarna bij een aanvraag van de provincie Limburg, die ook Meijers in de aanvraag betrok. In reactie verdedigde het IOC zijn besluit met een beroep op het Centrum voor Olympische Studies: ‘Van de vijftien wielerevenementen die in Parijs werden gehouden, worden er door wielerhistorici slechts drie als olympische evenementen beschouwd. De vier evenementen waaraan Harie Meijers deelnam, worden als niet-olympisch beschouwd. Professionele wielrenners namen deel aan niet-olympische evenementen en ontvingen daarvoor geldprijzen. Het geval van Matthieu Cordang is vergelijkbaar met dat van Meijers.’

Lekker vaag, want welke wielerhistorici hebben dat onderzoek dan verricht? Welke bronnen hebben zij gebruikt? Waar kan ik die studie inzien? Het IOC zegt er niets over, zodat ik geen idee heb. Als professioneel sporthistoricus ben ik niet gewend om op die manier te discussiëren.

Harie Meijers, via de Gallica DIgital Library

Nieuw onderzoek

Ik ben er dan weer wel aan gewend om argumenten te baseren op onderzoek. Precies 125 jaar na die zogenaamde Olympische Spelen heb ik zo enkele teksten gevonden van Pierre de Coubertin, waaruit blijkt dat de visie van het IOC van 1900 heel anders was dan de huidige visie van het IOC.

Mijn eerste bron is Olympism Selected Writings¸ een verzamelbundel met teksten van De Coubertin. Het werd in 2000 door – nota bene – het IOC uitgegeven, met op pagina 383 een belangrijke passage over de aanwezigheid van professionele sporters op de Olympische Spelen. De Coubertin was er geen voorstander van, zo schreef hij in juni 1900, waarna hij uitlegde waarom hij het voor één keer accepteerde.

Het motief dat wellicht het meest deze beslissing heeft beïnvloed, is als volgt. We staan aan het begin van een nieuwe eeuw, en de Parijse Expositie is zeker een uniek, bijna uitzonderlijk, moment om vertegenwoordigers van buitenlandse naties van alle klassen aan te trekken en samen te brengen.

Daarom is het van belang om records vast te leggen, die een soort atletisch startpunt zullen vormen voor de twintigste eeuw. De amateurs en professionals, zonder zich ook maar enigszins te vermengen, zullen elkaar aan het werk kunnen zien, en vergelijkingen die nuttig zullen zijn voor de sport zullen het resultaat zijn.

Ik zeg niet dat ik bekeerd ben tot deze manier van denken; het is niet de mijne, en ik zal alles in mijn macht doen om ervoor te zorgen dat de volgende Olympische Spelen terugkeren naar de ware theorie van het amateurisme, die het nutteloze van de professional uitspreekt en diens verdwijning wenst. Maar ik leg nu een andere visie van de kwestie uit, die niet zonder belang is en die aanvaard kan worden, omdat door het handhaven van een absolute scheiding tussen amateurs en professionals wordt voorkomen dat de eersten hun status als amateurs verliezen door zich met de laatsten te vermengen. De directe en persoonlijke belangen van amateurs zullen zo beschermd en gewaarborgd worden in 1900, en dat is het belangrijke punt.

Hier erkende De Coubertin dus de aanwezigheid van professionele sporters in 1900, en daarmee ook van Cordang en Meijers.

Pierre de Coubertin, via Europeana / National Library of France

Iedereen is olympisch

In een tweede tekst gaf De Coubertin aan dat hij alle deelnemers van zowel de Olympische Spelen als de wedstrijden op de Wereldtentoonstelling beschouwde als olympiërs. Dat schreef hij al in april 1899, ruim een jaar vóór aanvang.

In 1909 blikte hij hierop terug in het boek Une Campagne de vingt-et-un ans. De passage gaat over de samenwerking vanaf 1899 tussen het IOC en de Wereldtentoonstelling om gezamenlijk alsnog zoveel mogelijk sportevenementen te organiseren. Daarvoor moest De Coubertin gedwongen samenwerken met Daniel Mérillon, die door de Franse regering was benoemd tot algemeen commissaris voor de lichamelijke oefeningen en sportwedstrijden voor de Wereldtentoonstelling.

Vanaf pagina 147 schreef De Coubertin:

Op 24 april stuurden we aan verschillende kranten een brief, gedateerd de dag ervoor, (…) met de voorwaarden waarover we het samen eens waren geworden. Tegelijkertijd informeerde ik meneer Mérillon over de steun waarop hij nu van ons kon rekenen en hij haastte zich om zichzelf daarmee te feliciteren met een bedankbriefje.

Maar dit waren slechts onofficiële inleidingen. Ongeveer twee weken later vond er officiële correspondentie plaats, waarin de nieuwe formule werd vastgelegd, volgens welke “de wedstrijden van de Wereldtentoonstelling zouden dienen als de Olympische Spelen van 1900 en gelijk zouden staan ​​aan de viering van de Tweede Olympiade.”

Per circulaire heb ik alle leden van het Internationaal Comité van deze regeling op de hoogte gebracht en hen verzocht hun uiterste best te doen voor het succes van de wedstrijden (…). Dit was niet in strijd met de statuten van het Internationaal Comité, dat als missie heeft de regelmatige organisatie van de Olympiades te bevorderen, maar zich niet te bemoeien met de details van de organisatie, waarbij het vanzelfsprekend is dat het meest direct betrokken land zijn handelingsvrijheid behoudt.

Feiten en rugnummers

Deze twee bronnen tonen ondubbelzinnig aan dat De Coubertin alle sporters van 1900 als olympiërs heeft beschouwd, zelfs al onduidelijk was of ze voor de Wereldtentoonstelling of voor de Olympische Spelen in actie waren gekomen. Verder maakte het hem voor die ene keer niet uit of ze amateursporter waren of professional.

Volgens die logica moet het IOC alsnog Cordang en Meijers erkennen als olympisch kampioen, net als bij Brandt en Klein. De argumenten van het Centrum voor Olympische Studies vervallen in ieder geval, als het IOC tenminste inziet dat de oorspronkelijke bronnen belangrijker zijn dan een 21-eeuwse interpretatie van onbekende wielerhistorici in onbekende onderzoeken. Als het IOC desondanks nog steeds een ander standpunt dan De Coubertin wil innemen, is dat geen enkel probleem, maar dan moet het wel eens met inhoudelijke argumenten komen. Geen anonieme onderzoekers meer, maar feiten en rugnummers.

Voor Nederland gaat het dan om vijf olympische titels, want naast de twee baanrenners was er nóg een winnaar:

  • Mathieu Cordang: wielrennen; 3.000 meter sprint, professionals.
  • Mathieu Cordang: wielrennen; 24 uurs-race met gangmaking (Bol d’Or), professionals.
  • Harie Meijers: wielrennen; 2.000 meter sprint, professionals.
  • Harie Meijers (met de Italiaan Fernando Tommaselli): wielrennen; tandem over 2000 meter, professionals.
  • Gerard Anne van den Bergh: schieten; militair geweer – 200 meter, junioren.

Als vanzelfsprekend geldt deze nieuwe beoordeling ook voor de andere deelnemende landen in 1900, want anders blijft het een statistische puinhoop.

De geschiedschrijving is namelijk niet iets dat een sportorganisatie vaststelt aan een vergadertafel, maar is een langdurig proces van onderzoek en debat met verschillende partijen. Alleen daarom hebben we een Rijksmuseum van de Sport nodig, zodat we zulke vraagstukken vanuit die verschillende standpunten kunnen bekijken.

De meerwaarde zien we meteen, want door dit nieuwe onderzoek kan het IOC na 125 jaar eindelijk handelen in de geest van Pierre de Coubertin.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al meer dan 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.