In het plakboek van Tinus Osendarp zit een museumstuk van de Olympische Spelen van 1936
Andere Tijden Sport besteedt deze week aandacht aan de oorlogsjaren van atleet Tinus Osendarp. In zijn persoonlijke plakboek werd zijn startnummer van de Olympische Spelen van 1936 gevonden.
Uit het privé-plakboek van Tinus Osendarp
In 1980 blikte atleet Tinus Osendarp terug op zijn leven, vooral de oorlogsjaren. Hij sprak met de radiozender L1, net als baanrenner Cor Wals en atletiekbestuurder Ad Paulen. Dat was heel bijzonder, want Wals reed in de oorlogsjaren met het SS-teken op zijn shirt. Paulen streed juist tegen het nationaalsocialisme.
Jeroen van den Kroonenberg vond dit vergeten interview tijdens het onderzoek voor de uitzending van Andere Tijden Sport over Osendarp. ‘In dit programma vertellen ze over hun ervaringen in de sport en in de politiek,’ openden de makers 44 jaar geleden.
Gezond egoïsme
Osendarp won in 1936 twee bronzen medailles op de Olympische Spelen in Berlijn, op de 100 en 200 meter. Uniek voor Nederland, want hij is daarmee de enige mannelijke atleet uit ons land met een individuele medaille op een olympisch sprintonderdeel – twéé zelfs.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog koos hij de kant van de Duitsers, waarvoor hij na afloop zwaar werd gestraft. Hij belandde uiteindelijk in Zuid-Limburg om daar de rest van zijn leven in stilte door te brengen, onder meer als mijnwerker. Op die manier kwam L1 hem op het spoor.
Osendarp legde onder meer uit waarom hij koos voor atletiek, nadat hij aanvankelijk was begonnen als voetballer bij het Haagse VUC. “Ik vond het heerlijk om uit die startblokken te komen, althans uit de startholes. Wij kwamen uit de grond, en probeerden dan in zo’n snel mogelijke tijd die honderd meter af te raffelen. Ik vond het altijd iets heerlijks.”
Op de sprint hoefde hij met niemand rekening te houden. “Bij voetballen kan ik tachtig minuten falen. Dan maak ik de winnende goal en ben ik toch de held. Atletiek is een individuele sport. Je probeert te winnen, dat moet in je zitten. Ieder mens moet een gezond egoïsme hebben.”
In 1933 werd hij ontdekt als snelle loper en eindigde meteen als tweede achter Chris Berger, toen de nationale heerser op de korte afstand. Een jaar later al debuteerde hij op het EK atletiek in Turijn, dat toen voor de eerste keer werd gehouden.

Dit is ook een museumstuk: het persoonsbewijs van Osendarp op de Olympische Spelen van 1936
Superatleet
Tijdens de Spelen van 1936 in Berlijn eindigde Osendarp zowel op de 100 als 200 meter als derde en was daarmee de snelste Europeaan. “U was blond,” merkte L1 op, “met blauwe ogen. U werd in Duitsland extra gevierd als de eerste blanke Arische atleet toen, denk ik.”
Osendarp: “Ja, daar werd toen natuurlijk veel over gesproken.” Dat hij beide keren achter Jesse Owens eindigde, was voor hem geen probleem. “Hij was een superatleet. Daar was ik nog maar een kleine jongen bij, met wat deze man presteerde op de 100 meter en 200 meter.”
Het politieke misbruik van deze Olympische Spelen was hem ontgaan. “Als we toen geweten hadden wat er allemaal daarna was gebeurd, dan hadden die Spelen daar nooit gehouden moeten worden. Maar dat is allemaal napraten. Op het moment zelf is het absoluut niet tot ons doorgedrongen. Daar waren wij helemaal niet politiek bewust voor.”
Zo was er voor Osendarp geen direct verband tussen de nazipropaganda van 1936 en zijn keuzes tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Van huis uit waren wij pro-Duits. Mijn vader had een exporthandel en leverde veel aan Duitsland. Op dat moment waren wij het eens met het nationaalsocialisme. Als kind ik dat in de jaren dertig meegekregen. Mijn idee in die tijd was dan ook van een verenigd Europa met Duitsland aan de leiding. Dat heb ik verkeerd gezien, oké, daar heb ik voor geboet.”
Plakboek
Van den Kroonenberg kreeg ook het persoonlijke plakboek van Osendarp in bruikleen van de familie. Het begint met krantenknipsels van het EK van 1934. Aan het eind zit een curieus gesprek met de atleet in 1984 in een onbekende krant, vlak voor aanvang van de Spelen van Los Angeles. Er werd met geen woord gesproken over de oorlogsjaren en de nasleep ervan, wat een hele prestatie is.
Dat er in dit plakboek niets uit de Tweede Wereldoorlog is opgenomen is dan weer niet zo verrassend, omdat dit bestaat uit de goede herinneringen. Het is daarnaast toch niet zo moeilijk om dat materiaal ergens anders te bemachtigen. Er is een persoonlijk dossier van Osendarp bij de Bijzondere Rechtspleging, er zijn gedigitaliseerde kranten en tijdschriften uit die tijd en we hebben nog de foto’s en filmbeelden, die de Duitsers maakten in het Gelderse dorp Ellecom, waar de sport- en exercitieterreinen van de SS werden aangelegd. Osendarp is daar regelmatig geweest.
Toch bevat dat plakboek uniek en onbekend materiaal. In december 1936 ontving Osendarp bijvoorbeeld een brief van de firma Maggi, die een verkiezing had uitgeschreven voor de meest populaire deelnemer. ‘Het doet ons veel genoegen U te kunnen berichten, dat U tot de 10 uitverkorenen behoort, waarbij U zich in goed gezelschap bevindt van mannen als Zijne Excellentie Minister Colijn, Prof. Dr. Mengelberg e.a.’
Tien jaar later was er van die populariteit helemaal niets meer over.
Startnummer
Helemaal bijzonder is het startnummer 299 dat Osendarp in 1936 gebruikte op de Olympische Spelen. Ook dat is in zijn plakboek opgenomen. Als er ooit een Rijksmuseum van de Sport komt, hoort dat er zeker in – juist om het verhaal te vertellen over de Nederlandse sport in de jaren 30 en 40.
Daar kunnen we dan de woorden van Ad Paulen aan toevoegen, die in 1980 eveneens met L1 sprak. De sportbestuurder was nog steeds weinig vergevingsgezind voor collaborateurs.
“Aan de andere kant heb ik wel het idee dat mensen die hun straf hebben uitgezeten als gewone burgers moeten worden opgenomen. Eén van de voorbeelden is Tinus Osendarp. Dat was een hele bekende man en die had zich in de oorlog misdragen. Daar heeft hij dus twaalf jaar voor gekregen.”
De uitzending van Andere Tijden Sport is dinsdag 22 juli vanaf 22.05 op NPO 1. Auke Kok en ondergetekende zijn sprekers.

