Home > Olympische Spelen > Italiaanse filmmakers gingen tekeer als amateurs tijdens Amsterdam 1928
Olympische SpelenZomerspelen

Italiaanse filmmakers gingen tekeer als amateurs tijdens Amsterdam 1928

De officiële film van de Olympische Spelen van 1928 werd pas in 2016 voor de eerste keer in een bioscoop vertoond.

Het kan ons niets schelen of er foto’s en films gemaakt worden; voor een film der Spelen als historisch document voor degenen die niet kunnen komen, voor het nageslacht en als propaganda voor de over vier jaren te houden Olympiade voelen we niets.

Op 22 maart 1929 kwamen in Den Haag enkele honderden mensen bijeen om de Nederlandse première mee te maken van de officiële film over de Olympische Spelen van 1928. Als eregast was prins Hendrik aanwezig, de man van koningin Wilhelmina.

Dat klinkt feestelijker dan het daadwerkelijk was, want in het buitenland waren de beelden van Amsterdam 1928 toen al lang te zien, waar het in eigen land meer dan een half jaar had geduurd voordat het zo ver kwam. En dan ook nog eens in besloten kring, in een warm en volgepakt zaaltje buiten het officiële bioscoopcircuit.

Dat de film niet in een officiële bioscoop werd vertoond was het gevolg van een splijtende ruzie tussen het Nederlands Olympisch Comité en de Nederlandsche Bioscoopbond in aanloop naar de Spelen. Het NOC weigerde de rechten aan Nederlandse filmmakers te verkopen, omdat het meende elders meer geld te verdienen.

Geen interesse

Eigenlijk was het NOC helemaal niet geïnteresseerd in de nalatenschap van de Spelen van Amsterdam. “Het kan ons niets schelen of er foto’s en films gemaakt worden; voor een film der Spelen als historisch document voor degenen die niet kunnen komen, voor het nageslacht en als propaganda voor de over vier jaren te houden Olympiade voelen we niets. Er komen foto’s in de pers, dat kon nu eenmaal niet anders, en verder interesseert het ons niet, of het moest al wezen wegens een er mede te verwerven inkomsten. De volgende Olympiade gaat ons niet aan, als deze maar goed afloopt.”

Het jarenlange werk van Nederlandse filmpioniers als Jan Mol en Dick Laan (inderdaad, van Pinkeltje) was daarmee in één klap teniet gedaan. In 1925 startte de Nederlandsche Athletiekunie een experiment om finishfoto’s te maken; een jaar nadat de Internationale Atletiekfederatie uitvoerig had gesproken over het grote belang hiervan. Mol had hiervoor een revolutionair apparaat ontwikkeld dat 120 beeldjes per seconde kon registreren.

Ook Laan was hierbij betrokken, zoals hij in zijn autobiografie schreef: “Er waren plannen om een kleine ontwikkelcentrale in het nieuwe stadion zelf onder te brengen, want één van de voorwaarden was dat alle finishes van de loopwedstrijden zouden worden opgenomen met een langzaam-werkend apparaat en dat, wanneer er twijfelgevallen waren, de films onmiddellijk ontwikkeld en afgedrukt moesten worden, zodat hierdoor de uitslag beter bepaald kon worden.”

Intussen had het NOC de film- én fotorechten verkocht aan een Zwitsers bedrijf voor 180.000 duizend gulden, in onze tijd vergelijkbaar met een kleine anderhalf miljoen euro. Een maand later bleek echter dat de Zwitsers de financiering niet konden regelen, waarna de gesprekken begonnen met LUCE, een Italiaans staatsbedrijf onder directe leiding van de fascistische dictator Mussolini. Behalve het vastleggen van de Spelen zelf zou het filmbedrijf ook opnames maken van de Zuiderzeewerken en de stad Amsterdam, waarmee Nederland een mooie propagandafilm zou krijgen. De fotorechten bleven in Nederland.

Amateurs

Na een aantal ongezellige gesprekken met het NOC sprak de Nederlandsche Bioscoopbond definitief een veto tegen de film uit en legde zelfs een verbod op tegen de vertoning in ons land. Een bioscoop die hier niet naar luisterde zou geen enkele film meer krijgen en daarmee failliet gaan. LUCE zou verder geen enkele medewerking krijgen van de Nederlandse filmmakers.

Onder deze omstandigheden gingen de Italianen aan het werk; volgens Dick Laan als stuntelige amateurs. Tijdens een atletiekwedstrijd was er bijvoorbeeld een camera óp de sintelbaan gezet, precies in de loop van de aanstormende atleten. Laan voorkwam nog net een botsing door een tierende Italiaan weg te slepen, waarna de hele LUCE-ploeg het werk in de steek ligt en het op een zuipen zette in de stad.

Misschien was het rancune dat Laan dit opschreef, maar de Italianen liepen inderdaad redelijk willekeurig met de camera door het stadion om iets op te nemen. Daarnaast zijn ze hun afspraak niet nagekomen om beelden te maken van Amsterdam en de Zuiderzeewerken, maar dat zal het NOC weinig hebben uitgemaakt. Dat kon het toch al niet schelen of er films of foto’s werden gemaakt.

De boycot gebroken

Ruim een half jaar na afloop was dan eindelijk de opname in ons land te zien, maar dan alleen voor genodigden. De boycot bleef gehandhaafd, zodat er nooit een Nederlandse bioscoop is geweest die de Amsterdam 1928-film heeft getoond. Bioscoop Concordia uit Bussum heeft het nog geprobeerd, maar kreeg meteen de bond op zijn dak waarna de vertoning alsnog werd afgelast.

In 2016 is deze film gerestaureerd door het IOC, waarna deze werd vertoond in EYE. Zo heeft het 88 jaar geduurd voordat deze opname over Amsterdam 1928 voor de eerste keer in een officiële bioscoop was te zien!

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.