Home > Boeken > Je mag één tijdreis maken: waar ga je heen?
BoekenNieuwOlympische Spelen

Je mag één tijdreis maken: waar ga je heen?

Stel je voor dat je één keer een reis mag maken met een tijdmachine. Waar ga je dan heen?

Ik weet het wel: ik kies voor Amsterdam in de zomer van 1928. Dan zou ik naar het Olympisch Stadion gaan, maar dan negentig jaar geleden. Ik zou verbaasd kijken naar dat flesje met dat Amerikaanse drankje waarvan ik niet weet hoe ik er een slok uit moet krijgen.

Mooi verhaal, zal ik dan denken. Misschien kan ik een hoofdstuk maken over de introductie van Coca-Cola in Nederland in de zomer van 1928 als ik een boek schrijf over Amsterdam 1928.

Ik zou ook vragen aan Schiphol of ik even met een vliegtuigje boven het stadion mag hangen tijdens de Olympische Spelen. Om dan dit te zien.

“Dan moet je wel oppassen,” zullen ze vast zeggen, “want gisteren was er nog een Franse piloot die bijna op het stadion was neergestort. Hij dacht dat het olympisch vuur in de Marathontoren het lichtsignaal was van Schiphol. Ook dacht hij dat de atletiekbanen onze landingsbanen waren. Het ging allemaal maar net goed.”

Mooi verhaal, zal ik dan denken. Daar kan ik misschien ook een hoofdstuk over schrijven.

Wat ik verder zou doen is ronddwalen door het stadion en door de catacomben. Ik zou door de stad dwalen om de sfeer te proeven. De Nederlandse hockey-aanvoerder Rein de Waal zei tenslotte dat hij zich Amsterdam 1928 herinnerde als een zomer met alleen maar zon, ook als het regende. Zo leuk was het geweest. Wat het voor hem nog leuker maakte was dat zijn hockeyteam de zilveren medaille won en dat zijn sport tijdens dit toernooi doorbrak in ons land.

Het klinkt misschien gek uit de mond van een sporthistoricus maar verder zou ik me niet zo druk maken om de sport zelf. Ik kom tenslotte uit 2018 en weet dat er in die tijd Wikipedia bestaat vol statistieken. Nee, ik zou vooral kijken naar de genialiteit van dit stadion die we negentig jaar later zijn vergeten. De architect Jan Wils en de bouwmeester Cornelis van Eesteren hebben enkele heel bijzondere dingen gedaan.

Zo hielden ze rekening met de zon en de wind. Door de ligging van het voetbalveld schijnt de zon in de breedte over het veld en niet over de lengte. Een ondergaande zon belemmert zo nooit het uitzicht van een keeper. Let er maar eens op bij voetbal op tv: als een keeper last heeft van de zon in de ogen is het veld van oost naar west gebouwd. Hier is dat probleem niet, want in dit stadion ligt het veld van noord naar zuid.

Het betekent ook dat de mensen aan de kant van de Koninklijke Loge nooit tegen de ondergaande zon kijken, want die staat achter hun. Aan de kant van de hoofdingang daarentegen kijk je er juist vol in. Daarom zitten de duurdere en exclusieve plekken bij de Koninklijke Loge. De Koningin keek nooit tegen de zon in.

In ons land scheelt dat ook met de wind, die bijna altijd uit het westen komt. Als het ook nog regent zit je in het Olympisch Stadion goed onder het dak aan de koninklijke kant, want de regen komt dan tegen de buitenkant van de stadionmuur. Alleen met oostenwind zit je daar verkeerd, maar dat komt dus niet zo vaak voor.

 

En het gaat nog verder: Wils en Van Eesteren zagen ons, de toeschouwers, als druppels. Niet als coladruppels, maar als waterdruppels. Elke bezoeker is zo een druppel. Een groep bewegende bezoekers wordt een beekje of een riviertje en het Stadionplein is een groot meer vol druppels. De wegen naar dit plein zijn dan weer de kanalen.

Als het goed gaat, liggen de druppels stil of bewegen ze rustig en gecontroleerd. Niets aan de hand, maar mensen die met water werken weten dat er altijd gevaar is voor overstromingen of een storm met dodelijke golfslag. Vooral het einde van een wedstrijd is een gevaarlijk moment, omdat iedereen dan tegelijk opstaat en naar buiten wil – vaak beneveld door emoties of alcohol. Zo worden die druppels opeens kolkende rivieren die via de trappenhuizen naar beneden stromen, naar de uitgang. Ze lozen hun druppels op het Stadionplein, dat meer van mensen. De brede wegen als de Amstelveenseweg en de Stadionweg zijn de kanalen waarlangs al die druppels weer veilig naar huis gaan.

Van het stoeltje tot en met de Amstelveenseweg is dus alles op elkaar afgestemd! Dit stadion werd in 1928 niet voor niets de stenen sportstad genoemd.

Want het werkte. Dit stadion was in 1928 in zeven minuten leeg na afloop van een uitverkocht evenement. En het werkte in 1995 nog steeds toen Ajax hier zijn thuiswedstrijden speelde in het succesvolle Champions League-jaar en 50.000 mensen dit stadion verlieten, dronken van geluk en vast nog iets anders. Ook toen was het Olympisch Stadion in zeven minuten leeg, dankzij de genialiteit van Wils en Van Eesteren in 1928. In die negentig jaar is er nooit een ongeluk geweest met bezoekers.

Heel indrukwekkend, zal ik dan denken. Waarom hebben we zulke kennis in 2018 niet meer? Daar moet ik een hoofdstuk over schrijven. En dat heb ik dan ook gedaan, als één van de 28 verhalen in mijn boek over Amsterdam 1928.

Die tijdreis nar de zomer van 1928 kan je dus al maken. Je mag daarom opnieuw kiezen: waar ga je dan heen?

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.