Olympische SpelenSport en politiekVraag het de redactie

De leus ‘NOlympics’ is in 1985 verzonnen in Amsterdam

Wie bedacht de term No Olympics, die tegenwoordig wereldwijd wordt gebruikt door tegenstanders van de Olympische Spelen? Het antwoord op deze vraag ligt in een archief in Amsterdam.

Het verzet tegen de Olympische Spelen is in het afgelopen decennium enorm toegenomen. Steden als Hamburg, Oslo en Boston trokken hun kandidatuur in nadat de bevolking zich hiertegen uitsprak – al dan niet via een referendum. Het kost het IOC zo steeds meer moeite om steden te vinden die dit evenement willen organiseren.

Het eerste referendum waarbij de olympische beweging in het stof hapte was al in 1972 toen de inwoners van Denver afdwongen dat de organisatie van de Winterspelen werd teruggegeven aan het IOC. Sinds een jaar of 25 komen steeds meer inwoners van een stad in opstand vanwege een olympische kandidatuur, zoals in Berlijn voor de Spelen van 2000. De algemene vrees is dat de kosten onbeheersbaar zijn en dat de inwoners er dan na afloop voor op mogen draaien – iets wat eigenlijk ook altijd het geval is.

HEB JE ZELF EEN VRAAG OVER SPORTGESCHIEDENIS?
HIER OPSTUREN

Amsterdam 1992

De eerste langdurige campagne tégen het bid van de eigen stad was ruim dertig jaar geleden in Amsterdam, zo merkt de Engelse auteur David Goldblatt op in het veelgeprezen boek The Games: a global history of the Olympics. ‘Amsterdam zette de toon,’ luidt zijn conclusie over het verzet tegen de kandidatuur voor de Spelen van 1992.

 

De oprichting van Komitee Olympische Spelen Nee in 1984 sloot aan bij de toenmalige tegencultuur in deze stad, met de kraakbeweging als meest luidruchtige exponent. Een jaar later introduceerde dit comité een term die inmiddels wereldwijd wordt gebruikt: No Olympics – kortweg NOlympics.

Via het archief van dit comité bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis is te herleiden dat deze leus halverwege 1985 moet zijn bedacht. In oudere notulen en brieven werd nog niet gesproken over No Olympics, maar op 20 augustus 1985 dook de spreuk als logo op in het briefhoofd, dat daarna standaard werd gebruikt in alle uitingen. De olympische ringen en de drie Amsterdamse kruizen werden hierin verweven, wat de actievoerders een claim opleverde van het IOC wegens misbruik van het merkenrecht, verstuurd via Het Haagsch Octrooibureau. ‘Met nadruk wijzen wij erop dat het I.O.C. en het N.O.C. U vanaf heden ten volle aansprakelijk stellen.’ Daar werd hard om gelachen in de Amsterdamse actiewereld.

Op 19 september 1985 verscheen de brochure No Olympics in Amsterdam, waarmee de term grotere bekendheid kreeg – nog steeds met de vijf ringen. Tegelijkertijd werden stikkers verspreid met het NOlympics-logo. ’10.000 stuks voor ongeveer 750 gulden,’ meldden de notulen. Op de Westerkerk verscheen een gigantisch spandoek met het logo. Er was simpelweg geen ontsnappen aan, tot razernij van de autoriteiten. Het ging soms ook te ver met graffiti, vernielingen en zelfs bomaanslagen – alhoewel nooit is aangetoond dat hiervoor dezelfde mensen verantwoordelijk waren als die bij het actiecomité waren aangesloten.

Briefhoofd

Kreativiteit

Amsterdam werd op 17 oktober 1986 als eerste afgevoerd van de kandidatenlijst toen het IOC bijeen kwam om de gaststad van 1992 aan te wijzen. De tegenstanders vierden hun triomf; de voorstanders waren verbijsterd. Exact een jaar na deze olympische vernedering van Amsterdam hief het actiecomité zichzelf op. ‘Met weinig geld en veel kreativiteit zijn we er in geslaagd publiciteit te halen,’ ronkte ­het in de aankondiging. Om af te sluiten met het onderschrift No Olympics Amsterdam – wéér met de olympische ringen en dus wéér in overtreding.

Meer dan dertig jaar later wordt deze term nog steeds gebruikt, want het actiecomité in Los Angeles tegen de Spelen van 2024 noemt zichzelf NOlympicsLA – tevens de hashtag voor op de sociale media. Zo heeft Amsterdam 1992 tóch een blijvende nalatenschap in de olympische beweging.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.