Mede dankzij de massamedia is de internationale sport zo enorm invloedrijk geworden
De Olympische Spelen van 1896 in Athene kregen een paar regeltjes in de kranten van toen. Nu wordt alles rechtstreeks uitgezonden op zestien schermen tegelijk.

Het stadion is de traditionele ontmoetingsplek van sporters en supporters, en daarmee van de fan-beleving, zoals dat nu aan vergadertafels wordt genoemd. Dankzij de media is er een band ontstaan met de thuisblijvers: de supporters en geïnteresseerden die de wedstrijden volgen via radio, tv, kranten of internet.
De techniek is in 130 jaar ingrijpend veranderd, van alleen geschreven teksten tot en met de sociale media van nu. Dat heeft zijn invloed gehad op de fan-beleving.
Elfstedentocht
Een goed voorbeeld is de relatie tussen de Elfstedentocht en de media, al is het misschien gek als we het over de Olympische Spelen hebbe. Toch laat dit goed zien hoe zich dat in de vorige eeuw heeft ontwikkeld, in de tijd dat die schaatstochten nog werden gereden.
Nog vóór de eerste officiële editie van 1909 verscheen er in de Hollandse pers (dus buiten Friesland) zo nu en dan wel eens een bericht over wat schaatsers, die op eigen initiatief binnen 24 uur een tocht hadden gemaakt langs alle Friese steden – een curiositeit.
Dankzij de interesse van sportpionier Pim Mulier kreeg deze marathontocht eind negentiende eeuw buiten Friesland meer bekendheid. In 1890 schaatste hij die zelf, waarover hij drie jaar later uitgebreid schreef in zijn boek Wintertijd. In 1909 overtuigde Mulier de Friese IJsbond om op 2 januari de eerste officiële Elfstedentocht te organiseren. Enkele weken later werd de Vereniging De Friesche Elf Steden opgericht, die sindsdien de verantwoordelijkheid draagt.

Tekening uit 1909 van de eerste Elfstedentocht
Kranten
Het is heel opvallend dat de Hollandse media vanaf dat begin in 1909 een enorme belangstelling hadden voor deze schaatstocht, die zich toch helemaal in Friesland afspeelde – begin vorige eeuw gevoelsmatig heel ver verwijderd van de rest van het land. Het was hierbij een groot voordeel dat Mulier in Friesland was geboren, maar opgroeide in Haarlem, als levende cocktail van Friese en Hollandse invloeden en netwerken.
Met terugwerkende kracht was zijn boek uit 1890 doorslaggevend voor de doorbraak van de Elfstedentocht. In de jaren daarna waren het wederom de media, die de tocht een mythische status hebben gegeven. De Telegraaf bijvoorbeeld had meteen op de ochtend na de tocht van 1912 een lang wedstrijdverslag. Dat was in die tijd heel bijzonder, omdat er ontzettend veel moeite moest worden gedaan om de laatste info vanuit Leeuwarden naar Amsterdam te sturen voor de ochtendkrant.
Zo las heel Nederland slechts enkele uren na de finish wat er allemaal in dat verre Friesland was gebeurd. De Telegraaf deed al die moeite om te concurreren met de andere dagbladen. Sport werd zo ingezet in de concurrentiestrijd van de grootste mediamerken, en zo ook de Elfstedentocht.
Film
Weer vijf jaar later werden de eerste filmbeelden gemaakt, die nog diezelfde week in Nederlandse bioscopen werden vertoond. In Den Haag bijvoorbeeld werd die film twee dagen ná de Elfstedentocht aangekondigd in krantenadvertenties, waarmee het voor de eerste keer mogelijk werd om te kijken naar bewegende sportbeelden zónder zelf bij het evenement zijn geweest.
Enkele dagen later werd de filmband per trein naar Leeuwarden vervoerd. ‘Half 10 gisteravond kwam de film hier uit Den Haag aan,’ schreef de Leeuwarder Courant. ‘Met een ijlbode werd zij van het station naar het theater gebracht en even over tien trokken de levendige wintertafereelen op het doek onze oogen voorbij.’
Dankzij de media maakte die fan-beleving ruim een eeuw geleden een revolutionaire stap. Een sportheld, zoals Elfstedenwinnaar Coen de Koning, werd zichtbaar en dus ook herkenbaar.
Coen de Koning in 1917
Radio
De volgende mediarevoluties dienden zich stapsgewijs bij de Elfstedentochten aan. Dat was soms met wat vertraging als er een groot aantal jaren tussen twee verschillende edities lag.
In 1929 was er voor de eerste keer een gesproken verslag op de radio, waar vier jaar later al de technische mogelijkheid was ontwikkeld om rechtstreeks uit te zenden vanaf de finishlijn in het centrum van Leeuwarden. Het luide gejuich van de Friezen toen provinciegenoot Abe de Vries uit Dronrijp als eerste in beeld kwam was zo rechtstreeks in heel Nederland te horen.
Dankzij de aanwezigheid van de radio was de Elfstedentocht werkelijk een nationaal evenement geworden, waarbij de luisteraars in Maastricht en Middelburg voor de eerste keer konden meegenieten wat op exact hetzelfde moment in Leeuwarden gebeurde. Dat was zó nieuw, dat veel luisteraars aanvankelijk dachten dat er een grap werd gemaakt.
Het was precies in deze tijd dat het aantal deelnemers aan de Elfstedentocht enorm steeg, juist omdat de radio ervoor had gezorgd dat dit sportevenement over heel Nederland een bekend fenomeen werd. Het begrip Elfstedenkoorts komt uit deze tijd, uit 1940, enkele maanden vóór de Duitse inval.

De Elfstedentocht van 1933
Televisie
De televisie zorgde er na de Tweede Wereldoorlog voor dat deze nationale belangstelling nog veel groter werd, waarbij de winnaars uitgroeiden tot nationale helden. Jeen van den Berg werd na zijn zege in 1954 een geliefde spreker op de televisie. Dat was nog niets in vergelijking met de mythische status van Reinier Paping nadat hij in 1963 de zwaarste editie aller tijden had gewonnen – mede omdat het daarna 22 jaar duurde voordat hij een opvolger kreeg.
In dit moderne mediatijdperk vanaf 1985 nam Evert van Benthem als tweevoudige winnaar die status over, vastgelegd tijdens enkele van de grootste nationale mediaproducties van de vorige eeuw.
We zijn inmiddels al meer dan een kwarteeuw verwijderd van de laatste Elfstedentocht, een tijdperk met heel veel nieuwe revoluties in de media en de techniek. Hoe dat zal uitpakken bij een eventuele volgende editie weet nog niemand, maar dankzij internet is het al wel zeker dat dan elke schaatser op elk moment van de dag kan worden gevolgd, en dat wereldwijd. Familieleden, vrienden en supporters kunnen dan iedereen realtime volgen, of die nou meedoet aan de wedstrijd of de toertocht.
Zo zien we via de Elfstedentocht hoe de fan-beleving in meer dan 125 jaar is veranderd – exemplarisch voor de sport. In 1890 had Mulier drie jaar nodig om zijn Elfstedenverhaal via de media te delen. Voor een volgende Elfstedentocht – als die er al komt – hebben de media allang de techniek ontwikkeld om de 30.000 deelnemers realtime te volgen, ieder voor zich. Het maakt dan ook niet meer uit of die mediagebruiker in Friesland zelf zit of in de schaduw van een piramide in de Egyptische woestijn. Want waar ooit het stadion de exclusieve plek voor fan-beleving was, is dat nu de hele wereld.

Olympische Spelen
De Olympische Spelen konden uitgroeien tot een mega-event, omdat er steeds meer mogelijkheden waren om die wereldwijd te verslaan. Tot 1928 was dat vooral via kranten. Radio was toen ook al mogelijk, maar de organisatie in Amsterdam weigerde die toegang te geven uit angst voor minder toeschouwers.
In 1932 werden de Spelen in Los Angeles gehouden. Er werden toen al decennia filmbeelden gemaakt, maar vanwege de nabijheid van Hollywood werd dat verslag opeens compleet anders. Film en sport kwamen daar definitief bij elkaar. Berlijn ging vier jaar later weer verder waar LA was gebleven en voegde er nog wat hakenkruisvlaggen aan toe.
In 1936 was er voor de eerste keer een tv-verslag, maar nog op zeer beperkte schaal. Een Amerikaanse satelliet zorgde ervoor dat de Spelen van 1964 voor de eerste keer live over de hele wereld werd uitgezonden.
Daarmee werden de Olympische Spelen een wereldwijd evenement, om het nog niet te hebben over de huidige tijd van sociale media. Het wordt eens tijd dat we dit ook eens gaan meemaken met de Elfstedentocht.


