Na 120 jaar onderzoek ontdekken de sportwetenschappers dat het vrouwenhart anders is dan een mannenhart
Amsterdam UMC en NOC*NSF hebben onderzoek gedaan naar het sporthart. Na meer dan honderd jaar is er ook eens aandacht voor het vrouwenhart, dat verschilt van het mannenhart.
Medisch onderzoek tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Let op de sigaret bij de onderzoeker! Foto uit het publieke domein via het Nationaal Archief
Er wordt al heel lang onderzoek gedaan naar het functioneren van het hart bij sporters. Tot voor kort stond niemand erbij stil dat het lichaam van een vrouw niet op dezelfde manier onderzocht kan worden als bij een man. Dat gold ook voor het hart.
De Hollanders hadden normale harten op een enkele uitzondering na
Athene 1906
De oudste melding van medisch onderzoek onder sporters is van schermer Johannes Osten. Hij deed in 1906 mee aan de zogenaamde Interim-Spelen in Athene en won daar een bronzen medaille.
In het dagelijks leven was hij luitenant-ter-zee, 2e klasse. Hij bereikte uiteindelijk de rang van viceadmiraal. In 1934 diende Van Osten op HMS De Zeven Provinciën toen daar de muiterij uitbrak, waarbij 23 doden vielen.
Voor Het Marineblad schreef Van Osten in juli 1906 een ooggetuigenverslag van maar liefst 34 pagina’s lang. Een interessante passage gaat over een Duitse arts, die sportwetenschappelijk onderzoek verrichte onder de deelnemers.
‘Een zekere dokter Schmit, een Duitscher, was ook in Athene om de Olympische Spelen bij te wonen, en speciaal om een studie te maken van de harten van alle deelnemers in verband met de sport, die zij beoefenden en den tijd gedurende welken en de wijze waarop zij zich getraind hadden.’
In Nederland was zulk onderzoek nog volkomen onbekend, aldus Van Osten. ‘Bij training zonder systeem, wordt er spoedig overtraind, hetgeen zeer schadelijk is voor het hart en de longen. Heeft iemand zich overtraind, dan komt de dokter er bij te pas. Dat is dunkt mij, de verkeerde weg. De dokter moest al direct beoordeelen of die en die training voor dien man met dat hart wel geschikt was.’
Electrisch toestel
Schmit had in Athene een eigen ruimte ingericht, waar hij alle deelnemers kon onderzoeken. Dat gebeurde vóór en ná hun wedstrijden, waarmee hij vergelijkingsmateriaal had. ‘Het hart werd door hem, met behulp van een electrisch toestel afgeteekend op een stuk papier.’
In dit onderzoek werden zo de harten van ruim 500 deelnemers onderzocht, waarna bleek dat die bij de Amerikanen in de beste conditie waren. Volgens Schmit was dat het gevolg van hun goede trainingen.
‘De Engelschen volgden op de Amerikanen, dan kwamen Zweden en Noren. De Hollanders hadden normale harten op een enkele uitzondering na. De harten der Duitschers, Franschen, Italianen en Grieken waren weer minder dan normaal.’
Johannes Osten in 1947, foto uit het publieke domein via het Nationaal Archief
Amsterdam 1928
In de jaren twintig kwamen er nieuwe medische inzichten, waarbij het steeds duidelijker werd dat er deugdelijke sportkeuringen moesten komen. Want welke invloed heeft inspannende lichaamsbeweging op een lichaam? Niemand die het wist.
Het idee ontstond om tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam een Internationaal Congres voor Lichamelijke Opvoeding te houden, het eerste in zijn soort. ‘Vele medici zouden gaarne in het belang der menschheid en der sport in 1928 willen experimenteeren,’ schreef professor dr. Frits Buytendijk, die de leiding kreeg.
‘Van alle zijden wordt uit het buitenland instemming met het plan betuigd,’ aldus De Telegraaf.
Begin 1927 hielp zowel het IOC als het NOC mee aan de realisatie van een laboratorium, waar Buytendijk medisch onderzoek kon doen naar de deelnemers aan de Spelen in Amsterdam. Vanuit de hele wereld kreeg de professor medewerking, ‘betreffende de organisatie van de onderzoekingen en waarnemingen, de benoodigde instrumenten, de financieele zijde van de zaak, enz’.
Volgens De Olympiade, het officiële orgaan van Amsterdam 1928, was dit erg belangrijk. ‘Onderzoekingen over de samenstelling van de verschillende organen bij zware spierinspanning, de aanpassing van circulatie aan lichaamsarbeid, de invloed van training en geregelde sportbeoefening op de physiologische processen, zooals hartswerking, stofwisseling, enz. zijn, nog weinig verricht. Evenmin weten wij iets met nauwkeurigheid omtrent het verband tusschen lichaamsbouw en geschiktheid voor sportprestaties.’
Ook in dit geval werd er dus gewezen op het functioneren van het hart bij sporters, maar dan wel in een breder kader dan in 1906 in Athene. Op het congres stond dit onderwerp daarom op de agenda als één van de drie hoofdpunten: ‘Hartrythme en sport’.
Ergebnisse der sportärtzlichen Untersuchungen
Tijdens die Spelen van 1928 werkten er maar liefst vijftig wetenschappers samen met Buytendijk. Een jaar later werden de onderzoeksresultaten gebundeld in Ergebnisse der sportärtzlichen Untersuchungen bei den IX. Olympischen Spielen in Amsterdam 1928. Het kan niet anders dan dat de meest actuele kennis van dat moment over het sporthart werd beschreven, maar helaas is er online geen versie te vinden.
De kans dat er een kleine eeuw geleden al onderscheid werd gemaakt tussen een man en een vrouw is dan weer te verwaarlozen, omdat de vrouwensport in die tijd helemaal in de beginfase stond. Het zou daarna nog bijna honderd jaar duren voordat dit inzicht eindelijk onderdeel werd van het onderzoek.



