NieuwOlympische Spelen

Nederland kreeg al in 1894 een uitnodiging voor de Olympische Spelen

Nederland deed in 1896 niet mee aan de eerste Olympische Spelen van het moderne tijdperk. Pierre de Coubertin had ons land hiervoor wel uitgenodigd, blijkt uit een brief, die sporthistoricus Jelle Zondag heeft gevonden. 

Pierre de Coubertin

Frits baron van Tuyll van Serooskerken geldt als de grondlegger van de Nederlandse olympische beweging. De baron uit Velsen was het eerste Nederlandse IOC-lid en maakte het mogelijk dat de Olympische Spelen van 1928 plaatsvonden in Amsterdam.

De eerste Nederlander die correspondeerde met IOC-voorman Pierre de Coubertin was hij echter niet. Deze eer is weggelegd voor de tot dusver nauwelijks bekende voetbalbestuurder en scheidsrechter L.J. Wijnands. Dat blijkt uit het boek Volkskracht. Sport, lichamelijke opvoeding en de versterking van Nederland, 1880-1940, dat deze week verschijnt.

Troebelen

Het jubileumboek van de Nederlandse Voetbalbond uit 1929 noemt Wijnands als een van ’s lands belangrijkste scheidsrechters uit de oerjaren van het Nederlandse voetbal. Op 6 februari 1894 floot hij de eerste officieuze interland van een Nederlands elftal, toen een team bestaande uit spelers van HFC, RAP, HVV, Sparta en Victoria op het Sparta-terrein in Rotterdam aantrad tegen Felixtowe FC uit Engeland. Nederland verloor met 0-1, maar Wijnands floot volgens de overlevering een puike wedstrijd.

Wijnands combineerde zijn optredens als arbiter met een bestuursfunctie bij de voetbalbond (toen de Nederlandsche Voetbal en Atlethiek Bond NV&AB). In oktober 1892 werd hij benoemd tot tweede secretaris, om een jaar later te promoveren tot eerste secretaris. Deze functie legde hij in mei 1897 neer, volgens het jubileumboek uit 1929 na ‘troebelen in de boezem van het bestuur’.

Pierre de Coubertin 

Als secretaris was Wijnands belast met de binnenkomende en uitgaande bondscorrespondentie. Zo kreeg hij in het voorjaar van 1894 een brief van de Franse baron Pierre de Coubertin op zijn bureau. De Fransman was bezig met de organisatie van een olympisch congres in Parijs, waar zou worden besloten tot oprichting van een Internationaal Olympisch Comité en om de Olympische Spelen nieuw leven in te blazen. De Coubertin poogde sportbestuurders uit zoveel mogelijk landen bij zijn project te betrekken en schreef daartoe ook het bestuur van de NV&AB aan.

Wijnands antwoordde De Coubertin dat hij zijn uiterste best zou doen op het congres aanwezig te zijn. Op de oorspronkelijke deelnemerslijst staat ook een niet nader genoemde afgevaardigde van de NV&AB, maar het congresverslag meldt dat deze op het laatste moment moest afhaken, omdat hij niet op tijd in Parijs kon komen.

De brief van Wijnands aan Pierre de Coubertin van 8 april 1894

De Coubertin vroeg Wijnands ook om de correspondentiegegevens van andere Nederlandse sportbestuurders. De NV&AB-secretaris verschafte hem de contactgegevens van zijn collega J.C. Burkens van de Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond, maar deze was in Parijs evenmin present. Navraag bij de ANWB-archivaris leert dat er in bondsarchief niets te vinden is over een mogelijk contact tussen Burkens en De Coubertin.

Verder schreef Wijnands dat het Olympische Congres de volledige sympathie had van de Nederlandse voetbalbond. Toch duurde het nog enkele jaren voordat een Nederlander definitief bij de olympische beweging betrokken zou raken. Toen Frits van Tuyll van Serooskerken in 1898 een brief van De Coubertin ontving, leidde dit wel tot contact tussen beide sportbestuurders, waarna de baron uit Velsen als eerste Nederlander toetrad tot het IOC.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jelle Zondag
Jelle Zondag (1985) is promovendus bij de Onderzoeksgroep Sportgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar werkt hij aan een proefschrift over de ideologische geschiedenis van sport, lichamelijke opvoeding en beweegcultuur in Nederland. Hij is bestuurslid van de Stichting de Sportwereld en redacteur van de Canon van de Lichamelijke Opvoeding. Zelf is hij actief als voetballer, wielrenner en hardloper.