Op zijn 100e sterfdag zien we nog steeds de nalatenschap van sportpionier Van Tuyll van Serooskerken
Op 13 februari 1924 overleed baron Frits van Tuyll van Serooskerken. De Nederlandse sport was in diepe rouw, maar precies een eeuw later hebben we geen idee meer van zijn nalatenschap. Je kan er gewoon doorheen lopen!

Baron van Tuyll van Serooskerken. Foto uit het publieke domein via het Regionaal Archief Nijmegen
1898: het eerste Nederlandse IOC-lid
Het Internationaal Olympisch Comité is opgericht in 1894 zónder Nederlandse inbreng. De eerste Olympische Spelen van 1896 in Athene waren ook zonder Nederlanders.
Op 17 februari 1898 schreef tijdschrift Het Sportblad dat hierin verandering was gekomen. ‘Het comité der Olympische spelen had tot dusverre geen Hollanders onder zijn leden. Deze lacune bestaat thans niet meer nu de heer Baron van Tuyll van Serooskerken zitting in het comité genomen heeft.’
Het was maar een klein berichtje, want ruim 125 jaar geleden kon niemand weten dat het IOC zou uitgroeien tot één van de grootste en machtigste organisaties wereldwijd. In 1898 stelde die hele olympische beweging in ons land nog niets voor. Van Tuyll van Serooskerken was pas het negentiende lid in de geschiedenis van het IOC.
Het was lastig werken, omdat er nog geen Nederlands Olympisch Comité bestond. Van Tuyll slaagde er toch in om met de belangrijkste sportbonden een vergadering te organiseren over eventuele deelname aan de Olympische Spelen van 1904 in de Verenigde Staten. Dat werd de eerste nationale vergadering in ons land over de Olympische Spelen, gehouden op 5 maart 1902 in Krasnapolsky in Amsterdam. Uiteindelijk deed ons land toch niet mee aan deze Spelen.
Vanaf 1898 heeft Nederland 120 jaar een permanente vertegenwoordiging gehad in het IOC, maar daaraan is een einde gekomen na het opstappen van Camiel Eurlings.
1912: NOC*NSF
Op 11 september 1912 was de officiële oprichting van het Nederlands Olympisch Comité. Er werd een commissie gevormd voor de statuten en het huishoudelijk reglement.
Enkele maanden later was het allemaal al geregeld, aldus Nieuws van den Dag: ‘De Staatscourant van 12 December bevat de statuten van de op 11 Sept. jl. te Amsterdam opgerichte vereeniging „Het Nederlandsch Olympisch Comité”, gevestigd te ‘s-Gravenhage. De vereeniging is aangegaan voor een tijdvak van 29 jaren en stelt zich ten doel de bevordering van lichaamsoefening in alle vormen.’
Van Tuyll van Serooskerken werd benoemd als voorzitter, de eerste ooit van wat nu NOC*NSF is.
1917: het Algemeen College van Advies voor de Lichamelijke Opvoeding
De Nederlandse Sportraad heeft een hele verre voorloper, want in 1917 werd het Algemeen College van Advies voor de Lichamelijke Opvoeding ingesteld op aandringen van het kabinet van Cort van der Linden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd namelijk in heel Europa sport en lichamelijke opvoeding gebruikt voor de trainingen van de soldaten. Door deze militaire belangstelling was sport een zaak van nationaal belang geworden.
‘Het was een uniek moment,’ schreef Jan Rijpstra in de Canon van de Lichamelijke Opvoeding, ‘want politiek gezien was er tot dan toe weinig aandacht voor de lichamelijke opvoeding en sport in het parlement geweest. Van Tuyll van Serooskerken zag mogelijkheden om de lichamelijke opvoeding en sportbeoefening meer voor het politieke voetlicht te brengen.’ Hij werd daarom tot voorzitter benoemd.
Er werd serieus werk afgeleverd. De commissie-Zwaardemaker, geleid door de gelijknamige hoogleraar Fysiologie uit Utrecht, onderzocht in 1919 de lichamelijke opvoeding aan de Nederlandse onderwijsinstellingen en kwam tot de conclusie dat die ‘in droevigen toestand verkeert’. Twee jaar later verscheen een rapport ‘betreffende de hoofdlijnen waarlangs de overheidsbemoeiing met de lichamelijke opvoeding zich zal hebben te bewegen’.
De verantwoordelijke minister overhandigde dat rapport aan de Tweede Kamer, zo merkte Rijpstra op, maar het parlement weigerde een debat over het onderwerp. De Kamervoorzitter was nog net bereid om het boekwerk onder te brengen ‘in de boekerij der Kamer’, waarin ook het werk van de commissie-Zwaardemaker stof mocht vangen.
Tot frustratie van de sportwereld van de vorige eeuw legde de overheid daarmee elk advies naast zich neer, waarmee de relatie tussen sport en overheid ruim honderd jaar later dus niets is veranderd. Van Tuyll van Serooskerken leeft voort in Michael van Praag, die als voorzitter van de Nederlandse Sportraad even weinig gehoor vindt bij de overheid als zijn hele verre en vergeten voorganger.
1928: de Olympische Spelen en het Olympisch Stadion
Van Tuyll van Serooskerken heeft rond de Eerste Wereldoorlog enkele malen tevergeefs geprobeerd om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Dat lukte hem uiteindelijk met de editie van 1928, die in Amsterdam werd gehouden.
Op een IOC-congres op 2 juni 1921 kreeg deze stad de voorkeur boven de Amerikaanse concurrenten. Achter de schermen was hiervoor een stiekem baronnenbesluit genomen tussen IOC-voorzitter baron Pierre de Coubertin en baron Van Tuyll van Serooskerken. Zo werd Amsterdam in 1928 voor enkele maanden de sportieve hoofdstad van de wereld.
Zonder de inbreng van de Nederlandse baron had het Olympisch Stadion dus nooit bestaan, in ieder geval niet zoals we het nu bijna honderd jaar kennen. Van Tuyll van Serooskerken maakte het alleen zelf niet meer mee, omdat hij al in 1924 overleed – een extra reden waarom de Nederlandse sport in diepe rouw was.
Als eerbetoon maakte Gra Rueb een standbeeld op het plein voor het Olympisch Stadion: een sporter met de olympische groet. Vanwege de gelijkenis met de fascistengroet of de Hitlergroet heeft dit beeld in de afgelopen jaren geleid tot hoogoplopende discussies, waarna het is verplaatst naar het trappenhuis. Deze nalatenschap bestaat dus nog wel, maar buiten het centrale zicht.
Sporthistoricus in het Beeld van de Olympische Groet, dat inmiddels is verplaatst
1930: straatnamen in Amsterdam
En dan kan je in de nabijheid van het Olympisch Stadion ook nog eens wonen op een adres met een verwijzing naar Van Tuyll van Serooskerken. ‘Naar baron Van Tuyll van Serooskerken, den Nederlandschen pionier der Olympische Spelen, zijn hier de voornaamste wegen genoemd,’ schreef het Algemeen Handelsblad op 3 december 1930.
Er werd hard gewerkt aan het Van Tuyll van Serooskerkenplein. ‘welks middenstuk thans nog een zandwoestenij is, doch ongetwijfeld plantsoen zal worden’. Ook de bouw van de Van Tuyll van Serooskerkenweg vorderde gestaag. De krant noemde deze wijk zelfs de Van Tuyll-stad, maar die naam is niet in gebruik geraakt.
‘Voor vrije dagen weet men nu de route,’ sloot het Handelsblad af. ‘Wie zich opmaakt ter ontdekkingsreis zal daarvan geen spijt hebben.’
Op de honderdste sterfdag van Van Tuyll van Serooskerken gaat dat advies nog steeds op. Begin op het plein op voor het Olympisch Stadion en loop bijna in een rechte lijn via de Van Tuyll van Serooskerkenweg naar het Van Tuyll van Serooskerkenplein. In vijftien minuten wandel je zo door een eeuw nalatenschap.


