Home > Olympische Spelen > Overleden sporters in 2014
Jeen van den Berg
Olympische SpelenSchaatsenVoetbalWielrennen

Overleden sporters in 2014

In de sportwereld overleden er dit jaar weer talloze toonaangevende personen. Hieronder worden enkelen van hen weer in herinnering geroepen.

De voetbalwereld

De Zwarte Parel Eusébio da Silva Ferreira (71) hoort in één adem genoemd te worden met Pelé, Maradona en Cruijff. Hij werd geboren in Mozambique, maar hij emigreerde als tiener naar Portugal. Zijn snelheid in combinatie met een verwoestend schot maakte van hem een geduchte aanvaller.

Eusébio speelde van 1961 tot en met 1975 voor Benfica. Met de club uit Lissabon werd hij elf keer landskampioen en won hij vijf keer de beker. Zijn grote doorbraak kwam in 1962 toen Eusébio met Benfica ten koste van Real Madrid in het Olympisch Stadion in Amsterdam de Europa Cup 1 veroverde. De wedstrijd werd geleid door de legendarische Nederlandse scheidsrechter Leo Horn.


Het was voetbal van uitzonderlijke kwaliteit, aldus de aanwezigen. De Leeuwarder Courant schreef: ´De doelpunten waren in dit felle, maar toch niet bijzonder onsportieve duel vrijwel allemaal van heel goed gehalte en de toeschouwers hebben staaltjes voetbaltechniek en schoten gezien, waarvan de meeste voetballers in Nederland slechts dromen. De enorme schoten van de Portugezen Eusébio en Coluna en van de Hongaarse Spanjaard Puskas, waren alleen al een gang naar het stadion waard.´ Ondanks een snelle voorsprong van Real Madrid won Benfica met 5-3, waarbij de laatste twee doelpunten werden gemaakt door de Zwarte Parel.

Eusébio droeg 64 keer het shirt van Portugal, waarin hij 41 keer scoorde. Negen van die doelpunten maakte hij tijdens het WK van 1966 in Engeland. Portugal werd toen derde en Eusébio was met negen doelpunten topscorer van het toernooi. Na zijn loopbaan groeide hij uit tot boegbeeld van het Portugese voetbal.

De Spanjaard Luis Aragonés (75) was als speler tussen 1957 en 1974 actief in de Spaanse competitie, onder meer voor Atlético. Met die club veroverde hij drie landstitels als speler en één als trainer. In 2004 werd hij aangesteld als bondscoach van Spanje. Vier jaar later versloeg zijn elftal Duitsland met 1-0 in de EK-finale.

Aragonés wordt als een van de grondleggers gezien van het tiki-taka voetbal, dat gekenmerkt wordt door een hoog percentage balbezit, veel bewegende spelers en een hoog baltempo. Zijn opvolger Vicente del Bosque vervolmaakte die speelstijl. Het leverde uiteindelijk de wereldtitel (2010) en een tweede Europese titel (2012) op.

Aragonés kwam ook negatief in het nieuws. Zo noemde hij Thierry Henry een ‘zwarte klootzak’. De trainer zei letterlijk tegen zijn aanvaller Jose Antonio Reyes: ‘Zeg maar tegen die zwarte klootzak dat jij beter bent. Zeg dat maar namens mij. Jij bent de beste.’ Aragonés werd hier opmerkelijk genoeg nooit voor bestraft.

Sir Thomas Finney (91) begon zijn loopbaan kort voor de Tweede Wereldoorlog bij de lokale club Preston North End FC, waarvoor hij tot 1960 zou blijven spelen. Hij werkte daarnaast ook voor het loodgietersbedrijf van zijn familie, vandaar zijn bijnaam de Preston plumber.


Gedurende de oorlog diende hij onder veldmaarschalk Montgomery in Egypte. Tijdens verlof voetbalde hij daar ook, onder meer tegen de latere acteur Omar Sharif.

In 1946 debuteerde Finney in het eerste elftal van Preston. Hij was een veelzijdige aanvaller. Ondanks aanbiedingen uit het buitenland, zou hij altijd bij Preston blijven. Hierdoor won hij nooit een grote titel. Toch wordt hij beschouwd als een van de grootste spelers uit de Engelse voetbalgeschiedenis.

In de nationale ploeg vormde hij een sterk aanvalsduo met Stanley Matthews. Hij kwam 76 keer uit voor Engeland en maakte 30 interlanddoelpunten.

Scheidsrechter Jef Dorpmans (88) debuteerde als voetballer in 1941 op zestienjarige leeftijd in het eerste elftal van Vitesse. Na zijn spelerscarrière werd hij scheidsrechter. ‘Ik ben met een fluitje van 35 cent de hele wereld overgegaan’, zo zei hij in juni 2012 op Sportgeschiedenis.nl. ‘Het ging mij altijd goed af. Dat had vooral te maken met mijn uitstraling. Want trainen, dat deed ik nooit. Dat wisten ze ook wel bij de KNVB, maar daarover praten was taboe. Dan was ik onherroepelijk geschorst.’

Dorpmans werd vooral bekend door het Europa Cup I-duel in de herfst van 1971 tussen Borussia Mönchengladbach en Internazionale FC. Bij een stand van 2-1 in het voordeel van de Duitse ploeg werd Roberto Bonisegna van Inter getroffen door een colablikje dat iemand uit het publiek naar hem had gegooid. De wedstrijd eindigde uiteindelijk in een 7-1 overwinning voor BMG.

Als gevolg van het colablikje-incident werd de wedstrijd echter overgespeeld en toen bleef het 0-0. De wedstrijd in Milaan wonnen de Italianen met 4-2. Het colablikje nam Dorpmans mee naar huis, waar het decennia lang is gebleven. Later stond Dorpmans het af aan het Home of History van Vitesse in stadion GelreDome, vanwaar het blikje in juni 2012 naar Borussia Mönchengladbach verhuisde. Dorpmans overhandigde het hoogstpersoonlijk aan een vertegenwoordiger van de Duitse club.

Vujadin Boskov (82) won als speler van het Joegoslavisch elftal zilver op de Olympische Spelen in 1952. Later werd hij trainer. Na een periode als bondscoach van Joegoslavië, werd Boskov in 1974 de coach van FC Den Haag, waarmee hij een jaar later de beker won.

Met Real Madrid pakte hij de dubbel in Spanje en met Sampdoria veroverde hij de Europa Cup II, de landstitel en hij haalde in 1992 de finale van de Champions League, die werd verloren van FC Barcelona.

In 2000 was Boskov bondscoach van (klein) Joegoslavië. Het team werd in de kwartfinales van het EK in Nederland en België uitgeschakeld. De ploeg werd door Oranje met 6-1 van de mat geveegd.


De Blonde Pijl
Alfredo Di Stéfano (88) werd geboren in Buenos Aires en begon zijn carrière bij River Plate. Vanwege stakingen in Argentinië vertrok Di Stéfano naar Colombia waar hij drie seizoenen voor Millionarios speelde en drie keer de landstitel won.

Di Stéfano maakte veel indruk op Real Madrid en FC Barcelona, die allebei om zijn gunsten vochten. Madrid won de strijd en lijfde hem in 1953 in. De Argentijn zou elf seizoenen in Madrid blijven spelen. In die periode won hij vijf keer de Europa Cup 1 en acht landstitels.

Di Stefano kwam als international voor maar liefst drie landen uit. Zo speelde hij in 1947 zes interlands voor Argentinië en in 1949 vier duels voor Colombia. Als dertiger in dienst van Real Madrid speelde hij 31 interlands voor Spanje. Daarin scoorde hij 23 keer.

Volgens Pelé was Di Stefano een ware pionier. ‘De huidige band tussen Latijns-Amerikaanse spelers en Europese clubs is vooral aan Di Stéfano te danken. Hij was een ware legende.’

Joop van Basten (84) was vooral bekend als de vader van Marco, maar hij heeft zelf ook zijn sporen in het voetbal verdiend. Vader Van Basten was zelf als profvoetballer actief voor het Utrechtse DOS en HVC in Amersfoort. Later werd hij trainer van onder meer DOS, AFC Quick 1890, Spakenburg en UVV

Joop miste vanaf het moment dat zoon Marco bij EDO met voetbal begon, bijna geen enkele wedstrijd. Hij was zijn coach en begeleider.

IJs en IJzers

Jaap Havekotte (102) was als oprichter van Viking een grootheid in de schaatswereld. In de jaren veertig van de vorige eeuw nam ‘Ome Jaap’, meerdere keren deel aan nationale kampioenschappen en internationale schaatswedstrijden. Later begon hij met Co Lassche in Amsterdam de Viking Schaatsfabriek. Hij ging met zijn merk de strijd aan met het toen heersende Noorse merk Ballangrud. Mede door de successen van Ard Schenk en Kees Verkerk op zijn ijzers stapte de wereldtop over op Viking-schaatsen.

Jan Pesman (82) won tijdens de Winterspelen van Squaw Valley in 1960 brons op de 5.000 meter, maar keerde desondanks ontevreden naar huis. Op de tien kilometer stelde hij namelijk ernstig teleur, waarvoor hij een opvallende verklaring had. Hij had last van de zogenaamde ‘maandagziekte’: te veel rust en een gebrek aan ritme.

De schuldige was volgens Pesman coach Klaas Schenk – vader van Ard. Die had hem verboden om ook de 1.500 meter te rijden. ‘Hij vond het beter om mij te sparen,’ aldus Pesman. ‘Maar mij haalde het juist uit mijn ritme.’ Daarom ging het tijdens de tien kilometer helemaal mis. ‘Ik werd stijf in de kont. De maandagziekte, schoot er door m’n kop.’

Volgens Pesman is het is een boerenbegrip: ‘In het weekeinde gingen vroeger de paarden op stal. Hadden een week staan beulen op het land. Maandagochtend haalde je ze dan uit de stal. Leek er eerst niets aan de hand. Maar na een paar uur zag je ze een stijve rug krijgen. Zat alles vast.’


Mister Elfstedentocht
Jeen Van den Berg (86) schaatste de Tocht der Tochten in totaal zeven keer. In 1947 reed hij als 19-jarige knaap zijn eerste Elfstedentocht. Hij kwam als 24ste aan. Zeven jaar later won hij bij zijn tweede deelname in een recordtijd van 7 uur en 35 minuten.

Van den Berg maakte deel uit van een kopgroep van zes man die op de finish afstoof. Plotseling moest het groepje opzij naar een noodbruggetje. Van den Berg had het als eerste door. In de consternatie zag hij een bordje met daarop ‘einde’. Hij stak zijn armen al omhoog en liet zich uitglijden. Anton Verhoeven, die 5 meter achter hem reed, deed hetzelfde. ‘Hij gleed het publiek in. Daar hoorde ik mensen roepen jullie zijn er nog niet.’

Van den Berg perste er nog een keer alles uit en won alsnog. De rijders hadden de in kleinere letters geschreven tekst op het bordje over het hoofd gezien: ‘Einde… over 500 meter’. In 1956 werd Van den Berg zesde achter het vijftal dat arm-in-arm over de finish kwam. In de beruchte helletocht van 1963 werd hij derde. In 1997 volbracht Van den Berg als toerrijder de 15e en voorlopig laatste Elfstedentocht.

Veel te jong overleden

De Ivoriaanse voetballer Ibrahim Touré (28) speelde onder meer bij Metaloerg Donetsk en OGC Nice. Hij was de jongere broer van Yaya en Kolo Touré. Hij overleed na een korte strijd tegen kanker.

Ook de in de Oekraïne geboren tennisster Elena Baltacha (30) werd getroffen door deze vreselijke ziekte. Ze was drie jaar lang de Britse nummer één. Ze bereikte drie keer de derde ronde van een grand slam en won 11 ITF-toernooien. Haar hoogste WTA-ranking was de 49ste plaats.

De Belgische wielrenner Kristof Goddaert (27) werd slachtoffer van een verkeersongeluk in Antwerpen. De Belg kwam ten val met zijn fiets en werd vervolgens geschept door een bus. Zijn beste resultaten als profrenner waren de overwinning in de derde etappe in de Ronde van Wallonië van 2010 en de tweede plaats op het NK van België in 2012.

Mountainbikester Annefleur Kalvenhaar (20) overleed aan de gevolgen van een valpartij tijdens een race in het Franse Méribel. Ze gold als een groot talent. Zo werd ze afgelopen winter Europees kampioene bij de rensters onder 23 jaar.

Mixed Zone

Irma Schuhmacher (88) won tijdens de Olympische Spelen van 1948 in Londen brons met de estafetteploeg op de 4×100 meter vrije slag. Vier jaar later pakte Schumacher estafette zilver tijdens de Spelen in Helsinki. Shumacher werd in 1950 ook nog Europees Kampioen op de 100 meter vrije slag.

Lida van den Anker-Doedens (91) werd tijdens de Olympische Spelen van 1948 in Londen – na een bewogen race – tweede op de 500 meter.

De boten werden in die tijd bij de start nog niet vastgehouden, de kanovaarsters moesten zich zo’n beetje op elkaar richten. Dat lukte niet al te best. Van de latere winnares, de Deense Karen Hoff, werd gezegd dat ze bij het vertrek zeker een halve lengte voorlag.

Er was ook nog geen baanmarkering. Een Hongaarse kon de rechte lijn niet houden en kwam in de baan van Van den Anker terecht. ‘Ze hinderde me ontzettend en het had weinig gescheeld of ze had me aangevaren’, vertelde de Nederlandse jaren later. ‘Honderd meter voor de finish kwam ze weer mijn kant uit. Ik ben toen zeer boos geworden. Op de golven van die boosheid ben ik toen zeer hard gaan varen. Op dat moment lag ik in de achterhoede, maar bij de finish was ik tweede.’

Hij werd bezongen door Bob Dylan en Denzel Washington speelde hem op het witte doek: bokser Rubin ‘Hurricane’ Carter (76).

Carter werd niet beroemd vanwege zijn bokscarrière. Zijn enige gevecht om een wereldtitel (in 1964) ging verloren. Hij verwierf echter wereldfaam vanwege zijn rol in een beruchte rechtszaak.

De zwarte Carter en zijn vriend John Artis werden in 1967 door een volledig blanke jury veroordeeld voor de moord op drie blanken in een café. De twee hadden een alibi, maar dat werd terzijde geschoven. Na zeven jaar gevangenschap publiceerde Carter zijn autobiografie. Het boek zette Dylan aan tot het schrijven van het nummer The Hurricane. Diverse bands hielden benefietconcerten om de juridische kosten van Carter te financieren. Ook Muhammad Ali trok ten strijde om Carter vrij te krijgen.

Dat gebeurde pas in 1985. Carter had 19 jaar onterecht vastgezeten.

Sprinter Mel Patton (89) nam op de Olympische Spelen van 1948 in Londen hij deel aan de 100, 200 meter en de 4 x 100 meter estafette. Op de 100 meter werd hij slechts vijfde. Op de 200 meter en de estafette verging het hem beter en won hij goud.

De Britse tafeltennisspeler Johnny Leach (91) werd in Stockholm in 1949 en in Wenen in 1951 wereldkampioen enkelspel. In 1953 leidde hij in Boekarest de Engelse ploeg naar het goud voor landenteams. In totaal nam de Engelsman deel aan veertien WK’s.

Hoewel Leach beide wereldkampioenschappen volgden op een jaar dat zijn landgenoot Richard Bergmann de wereldtitel won, was zijn toernooizege de eerste van een geboren Engelsman sinds die van Fred Perry in 1929. Bergmann was namelijk een geboren Oostenrijker, die naar Engeland was gevlucht voor de nazi’s.

Jan Nolten (84) maakte in de jaren vijftig van de vorige eeuw furore in de internationale wielerwereld. De coureur gold als groot klimtalent en leverde in de Tour van 1952 een legendarisch gevecht met Fausto Coppi op de flanken van de Puy de Dome. Pas in de laatste kilometer wist de Italiaanse geletruidrager de toen 22-jarige Nolten te achterhalen en van een historische zege af te houden.

Nolten boekte in totaal twee successen in de Ronde van Frankrijk. In 1952 won hij de zware bergetappe naar Monaco en een jaar later de rit naar Bordeaux. In 1956 was hij de snelste in een tijdrit in de Ronde van Italië. Noltens beste eindklassering in de Tour was de veertiende plaats in 1954. Nolten werd een grote toekomst voorspeld, maar een auto-ongeluk maakte in 1957 een vroegtijdig einde aan zijn wielerloopbaan.


De Russische ijshockeylegende Viktor Tichonov (84) was van 1978 tot 1992 bondscoach van het nationale team van de Sovjet-Unie. Daarmee werd hij acht keer wereldkampioen en veroverde hij drie olympische titels. Tichonov stond bekend om zijn keiharde trainingsmethodes en dictatoriale trekjes.

Tichonov begon zijn carrière als ijshockeyer bij CSKA Moskou. Op zijn dertigste stapte hij over naar het trainersvak. De grootste nederlaag uit zijn carrière leed hij in 1980. Toen verloor de Sovjet-Unie tijdens de Winterspelen in Lake Placid in de finaleronde van de Verenigde Staten. De wedstrijd is de geschiedenis ingegaan als The Miracle on Ice.

 

Micha Peters
Bedenker en beheerder van Sportgeschiedenis.nl. Journalist en (sport)historicus.