NieuwOlympische Spelen

Pim Mulier was in 1910 de eerste sporter met een koninklijke onderscheiding

Een aantal schaatsers heeft een koninklijke onderscheiding gekregen voor hun gouden medaille op de Olympische Winterspelen. Pim Mulier was in 1910 de eerste sporter met een lintje. 

Pim Mulier. Foto via de Beeldbank van het Noord-Hollands Archief

Jutta Leerdam, Femke Kok, Marijke Groenewoud, Antoinette Rijpma-de Jong en de mannen van de shorttrackploeg zijn sinds vandaag ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Dat hoort er tegenwoordig bij.

Wij hebben reden tot vreugde

Buitengewone prestatie

Grofweg zijn er twee manieren voor iemand in de sportwereld om een koninklijke onderscheiding te krijgen: tijdens de lintjesregen of door een buitengewone sportieve prestatie. Dat is niet altijd zo geweest.

Sportpionier Pim Mulier was in 1910 de eerste in de Nederlandse sport die werd gedecoreerd, in de jaren dat alleen sportbestuurders zo’n eerbetoon konden krijgen. ‘Ziedaar een heuglijk nieuws,’ schreef tijdschrift Sport. ‘Wij behooren niet tot de menschen, die overdreven waarde hechten aan een lintje, maar zal één onzer ontkennen, dat hier iemand is gedecoreerd, die de onderscheiding ten volle verdient?’

Volgens het tijdschrift had Mulier veel gedaan voor de zaak van de lichamelijke opvoeding en al helemaal voor het voetbal. ‘Wij hebben reden tot vreugde.’

Fanny Blankers-Koen kreeg in 1949 als eerste actieve sporter een koninklijke onderscheiding. Zo werd in die tijd tenminste gezegd, maar al in 1912 kreeg C.H. Labouchere een lintje, toen nog actief in de paardensport. Hoe dan ook: ‘In háár werd de sport geëerd,’ aldus Het Vrije Volk over Blankers-Koen.

Willem-Alexander

Exacte aantallen hebben we niet van sporters met een onderscheiding, maar na heel wat geploeter in archieven en wanhopige vragen op de sociale media zijn er zo’n 300 tot 400 sporters verzameld met een lintje – officials en coaches meegeteld. Tegenwoordig zit er vrij weinig tijd tussen een gouden olympische medaille en een onderscheiding, maar dat is eigenlijk pas het geval sinds koning Willem-Alexander in 1998 lid werd van het Internationaal Olympisch Comité, toen nog als kroonprins.

Een goed voorbeeld voor het geduld dat een sporter vroeger nodig had, was Joop Zoetemelk. In 1968 werd hij olympisch kampioen, maar ontving pas in 1983 een koninklijke onderscheiding. Marco van Basten wacht er nog steeds op.

De waterscheiding in deze sportieve lintjesregen ligt dus rond 1998, het jaar waarin Willem-Alexander plaatsnam in het IOC. Sindsdien kregen ongeveer net zoveel mensen uit de sportwereld een koninklijke onderscheiding als in de voorgaande 88 jaar, terug tot Mulier!

Dat tegenwoordig álle spelers van een winnend team worden gedecoreerd, en niet meer alleen de aanvoerder, heeft daar zeker toe bijgedragen. Dat is dan ook de reden dat Van Basten nog steeds niet is gedecoreerd: hij was in 1988 geen aanvoerder van Oranje.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al meer dan 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.