Olympische SpelenSport en politiek

Sport verbroedert het beste als er geen Fransen meedoen

Sport verbroedert. We zullen het de komende tijd weer vaak gaan horen met de Olympische Winterspelen in aantocht, gehouden in dat verdeelde land. Maar wie heeft die uitspraak eigenlijk ooit bedacht?

De gedachte van verbroedering gaat veel verder terug dan de moderne sport en de Olympische Spelen. Er zijn al opmerkingen te vinden van anderhalve eeuw geleden bij de gymnastiek, de voorloper van de moderne sport.

Op een internationaal turnfeest in Rotterdam in mei 1865 verzamelden zich deelnemers uit Nederland, Engeland en Duitsland, die geestdriftig werden toegesproken over het doel en nut van het turnen – toentertijd geheel gebaseerd op de principes van de Deutsche TurnvereinMet levendige toejuiching werden die aangehoord.

De Rotterdamsche Courant sprak in het verslag over de onderlinge verbroedering van de Duitse en Nederlandse verenigingen. De Slag bij Waterloo werd er ook nog bijgehaald, daarbij gedenkende hoe, nu vijftig jaar geleden, Duitschers en Nederlanders elkander ook de broederhand reikten, en op de velden van Waterloo zoo schitterend bewezen, dat eendragt magt maakt.

Geen verbroedering uit mensenliefde, maar verbroedering op het slagveld. Verbroederen werkt blijkbaar het beste zonder Fransen erbij – in ieder geval in 1865.

Eén en verenigd

Het Nederlandse Gymnastiekverbond sprak in 1877 ook over verbroedering tijdens het vieren van zijn vijftienjarige bestaan. Dat gebeurde in Leeuwarden met wederom deelnemers uit het buitenland, uit Londen en België. In de avonduren uitte een spreker de wens dat hun samenzijn mocht strekken tot verbroedering der gymnasten, uit het vaderland niet alleen, maar ook uit het buitenland. Dit keer geen woord over Waterloo, alhoewel er nog geen Fransen waren om mee te verbroederen.

Twee jaar later in Maastricht kregen die eindelijk ook een kans toen het Gymnastiekverbond daar een internationale uitvoering had. En met succes, want de aanwezigen verbroederden zich in hoog tempo, begrijpen we door het Algemeen Handelsblad:

Indien de gymnastiekuitvoering geen ander nut had, dan dat zij moest dienen om de banden van vriendschap tusschen de zonen van een en hetzelfde vaderland en van andere rijken nauwer aan te halen, dan had zij haar doel al dubbel bereikt. Bij die uitvoering toch hield elk verschil van nationaliteit op. De Fransch, Duitsch- en Nederlandschsprekende gymnasten maakten één geheel uit, gehoorzamende allen het commando van één aanvoerder, gevoelden zich als beoefenaars der gymnastiek één en vereenigd. En deze verbroedering was nog verder zichtbaar bij de feesten, die ter eere der gymnasten gegeven werden en waarbij ‘t als in een vriendenkring toeging.

Klef gedoe

Via de gymnastiek verspreidde zich zo de gedachte dat sport verbroedert, totdat het ook werd opgenomen in het olympisch jargon. Het is een mantra geworden. Het staat tenslotte altijd goed als organisatoren van een sportevenement heel druk zijn met verbroedering, vooral als er subsidie wordt aangevraagd. Wie is er tegen vrede en verbroedering? Niemand toch?

Toch kan dit te ver gaan, en te klef worden, aldus een boze columnist in de Sumatra Post van 15 augustus 1916. Hij mopperde over sportbladen met een toontje van vertrouwelijke kameraadschap, dat slecht en wel onsmakelijk is. Vooral dat gedoe over verbroedering stond hem tegen. De verbroederings-maniakken konden wel eens probeeren zich wat te verheffen, sloot hij venijnig af.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.