Stap in de tijdmachine voor een reis naar de eerste Olympische Spelen
Precies 130 jaar geleden werden in Athene de eerste moderne Olympische Spelen gehouden. We reizen terug naar die dag.

Stereofoto van het Olympisch Stadion in Athene, afkomstig uit het publieke domein
De Olympische Spelen bestaan 130 jaar. Dat had in 1896 niemand verwacht.
Hoe u het onbeschrijfelijke te beschrijven?
Juliaanse kalender
Stel dat je met mij een reis maakt met een tijdmachine naar het Athene van 1896. Als ik vooraf niet zeg wat ons reisdoel is, heb je niet door dat je getuige bent van de eerste editie van de Olympische Spelen.
De eerste verwarring begint al bij de datum. In Griekenland werd eind negentiende eeuw de Juliaanse kalender gebruikt, als één van de laatste landen ter wereld. Volgens die tijdrekening was het in Athene 25 maart bij de opening van die Olympische Spelen. In ons land werd allang de Gregoriaanse kalender gebruikt, zodat het hier 6 april was.
Voor het goede historische perspectief moeten we wel uitgaan van 25 maart, want dat is een hele belangrijke dag in Griekenland – nog steeds trouwens. Op 25 maart 1821 was de Griekse onafhankelijkheidsverklaring na een eeuwenlange Turkse overheersing. Exact 75 jaar later begonnen de Olympische Spelen in Athene, wat een hele bewuste keuze was om het Griekse nationalisme te benadrukken.
Het Algemeen Handelsblad schreef dan ook dat die Olympische Spelen heel belangrijk waren voor Griekenland. ‘Want het maakt zich tot vriend ieder die het kennen leert en die van den Akropolis neerziet op het hernieuwde land. In de aanstaande maand nu zullen van alle zijden der wereld de nieuwe vrienden toesnellen naar de heilige stad der beschaving, het met olijvengroen bekroonde Athene aan de blauwe zee.’
Er was nog meer symboliek in Athene. De festiviteiten van deze Spelen waren een dag eerder al begonnen, wat weer een bewuste keuze was van Pierre de Coubertin, de oprichter van het IOC. Zowel in de Grieks-Orthodoxe Kerk (24 maart) als in de Christelijke Kerk (5 april) was het toen Eerste Paasdag. Het verhaal van de wederopstanding werd zo toegepast op de olympische beweging.

De Olympische Spelen van 1896
Geen ringen
De tijdreiziger zal ook merken dat het aanzien van de Olympische Spelen in 1896 compleet anders was dan in onze tijd.
Er waren in Athene géén olympische ringen, want die werden pas in 1920 geïntroduceerd.
Er was géén olympisch vuur, want dat werd pas in 1928 geïntroduceerd in Amsterdam.
Er was géén fakkeltocht vanuit Olympia, want die werd pas in 1936 geïntroduceerd in Berlijn.
Er was géén openingsceremonie, want die werd pas in 1908 geïntroduceerd in Londen.
Er waren géén vrouwelijke deelnemers, want dat gebeurde pas in 1900 voor de eerste keer.
Er waren géén landenteams, want de sporters deden allemaal individueel mee en niet namens hun land. Dat gebeurde pas in 1908 voor de eerste keer.
Daarom is het bijna onmogelijk om een vergelijking te maken tussen de eerste en laatste editie van de Olympische Spelen. In 1896 waren er in Athene ongeveer 250 atleten uit veertien landen, alleen maar mannen. In 2024 waren er 10.763 olympiërs in Parijs, afkomstig uit 206 landen. De helft daarvan was vrouw.

Maurits Wagenvoort, de enige Nederlandse ooggetuige
Geen Nederlanders
Alleen al het Nederlandse team van 2024 bestond uit méér sporters dan de complete Spelen van 1896 bij elkaar opgeteld. Ter vergelijking: in 1896 was er geen enkele sporter uit ons land.
De Voetbalbond had vooraf nog wel belangstelling getoond, schreef sporthistoricus Nico van Horn in 2012 in het vaktijdschrift De Sportwereld, maar het lukte niet om een vertegenwoordiger te sturen naar de oprichtingsvergadering van het IOC in 1894. Tot hun grote schrik werd daar het voetbal geschrapt uit het programma. ‘Geen wonder dat de voetbalmensen daarna hun belangstelling volledig verloren,’ aldus Van Horn.
Toch zijn er enkele Nederlandse ooggetuigenverslagen van Athene 1896. De Nederlandse zaakgelastigde in Athene, P.Ch. van Lennep, schreef enkele rapporten, maar die waren niet openbaar totdat Van Horn ze in 2012 als de eerste buitenstaander onder ogen kreeg.
De verhalen van Maurits Wagenvoort waren dan weer wel voor iedereen beschikbaar, onder zijn pseudoniem Vosmeer de Spie. Hij was als particulier correspondent van het Algemeen Handelsblad in Athene. Het tijdschrift Nederland plaatste later dat jaar zijn complete verslag van veertien pagina’s lang, overigens grotendeels historisch.
Het onbeschrijfelijke
Zo hebben we op de 130e verjaardag van de Olympische Spelen toch nog enkele Nederlandse verslagen. Wagenvoort had in ieder geval zin in het sportevenement. ‘Wat zouden we die Olympische spelen gaarne zien!’ schreef hij twee weken voor aanvang. ‘Mogen ze opnieuw de groote waarheid verkondigen dat het gezond harmonisch ontwikkelde lichaam de beste tempel is voor den gezonden harmonisch ontwikkelden geest.’
Vooral bijzonder is zijn ooggetuigenverslag van de marathonzege van de Griekse atleet Spiridon Louis, het absolute hoogtepunt van deze Olympische Spelen. Tot dan toe waren die niet zo heel bijzonder en was het maar de vraag of er ooit nog een volgende editie zou komen. Door die gigantische vreugde-explosie in Griekenland na die marathon werden de Spelen tóch nog een succes, groter dan de sport alleen.
En net op dat historische moment stond Wagenvoort tussen al die uitzinnige Grieken. ‘Hoe u het onbeschrijfelijke te beschrijven?’, stamelde hij. ’Deze honderdduizend menschen, als de overwinnaar een Griek blijkt te zijn, bewogen door een bezielende geestdrift, woelende, zich uitzettende en samenpersende, juichende, schreiende, delireerende, dat is een heerlijk schouwspel om aan te zien en door meegesleept te worden tot geestdriftig juichen ook!’
Ik hoop dat we Wagenvoort tegenkomen tijdens onze tijdreis, zodat we een praatje met hem kunnen maken.

