NieuwOlympische Spelen

Steeds meer kampioenen krijgen een koninklijke onderscheiding en een eigen straatnaam

De Nederlandse medaillewinnaars in Tokio worden vandaag door koning Willem-Alexander en koningin Maxima ontvangen. Het zal ongetwijfeld koninklijke onderscheidingen regenen. De echte geluksvogels krijgen er ook nog een straatnaam bij.

Koningin Juliana en Ada Kok in 1968

Als niemand ziek is, of een andere afspraak heeft staan, brengen vandaag zo’n 65 tot zeventig Nederlandse sporters een bezoek aan de koning en de koningin, allemaal winnaar van een olympische medaille. Het is inmiddels gewoonte dat deze sporters de hand mogen schudden van de koning of de koningin.

De zon schijnt

In 1952 ging dat nog wel iets anders dan nu, want toen kwamen koningin Juliana, prins Bernhard en de drie oudste prinsessen na afloop van de Spelen van Helsinki naar het Olympisch Stadion in Amsterdam voor speciale sportwedstrijden, waar ook veel medaillewinnaars aan meededen, zowel uit Nederland als het buitenland. Natuurlijk ging net de zon schijnen toen de koningin de ereloge betrad, precies zoals het hoort.

Tijdens het defilé van sporters werden al die medaillewinnaars in één aparte groep verzameld, die vrolijk zwaaiden naar de Koninklijke familie. ‘De Olympische fanfare, welke in Helsinki elke ceremonie protocollaire had ingeleid, weerklonk door het stadion,’ aldus Leeuwarder Courant, ‘en op hetzelfde moment trad een aantal in het wit geklede meisjes, een rood-witblauwe sjerp om de schouders, naar voren om de olympische prijswinnaars een kleine lauwerkrans aan te bieden.’

De oudste melding van een koninklijke ontvangst van olympiërs is tijdens de Zomerspelen van 1960 in Rome, waar de hele familie op vakantie was om het allemaal met eigen ogen te zien. In het huis van de Nederlandse ambassadeur te Rome werd die ontmoeting geregeld. Vier jaar later was er een afspraak tussen de olympische deelnemers en koningin Juliana in een hotel in Eindhoven en in 1968 was er zo’n bijeenkomst in de RAI in Amsterdam. Bij die laatste gelegenheid stal zwemster Ada Kok – wie anders – de show.

Pas na de Winterspelen van 1988 ontving koningin Beatrix voor de eerste keer de medaillewinnaars in het woonpaleis, zo bevestigt de Rijksvoorlichtingsdienst. Natuurlijk was Yvonne van Gennip de grote ster. Later dat jaar gebeurde hetzelfde met de meest succesvolle deelnemers van de Zomerspelen, in die tijd nog in hetzelfde jaar als de Winterspelen.

In verschillende stappen ontwikkelde zich zo de traditie van het Koninklijk Huis om olympische medaillewinnaars te onthalen, zoals vandaag gebeurt. In die begintijd kregen de paralympische sporters die eer overigens nog niet, wat in 1988 voor verontwaardiging zorgde bij Henk Huisman, voorzitter van het jongerenplatform van de Gehandicaptenraad: “De koningin heeft de medaillewinnaars van de Olympische Spelen wel ontvangen. De voetballers. Maar de deelnemers aan de Paralympics hoeven niet te rekenen op een ontvangst op Huis ten Bosch.” Sinds 2000 is ook dat veranderd.

Lintjes en straatnamen

Tijdens de ontvangst vandaag worden ongetwijfeld de kampioenen benoemd tot Ridder in Orde van Oranje Nassau, behalve bij die sporters bij wie dit al is gebeurd vanwege een eerdere prestatie. De olympisch kampioenen van de Zomerspelen van 1984 moesten daar nog een jaartje op wachten, maar Van Gennip kreeg meteen na haar drieklapper van 1988 een lintje. De zomerkampioenen van 1988 – Nico Rienks, Ronald Florijn en Monique Knol – kregen óók pas een jaar later hun onderscheiding, maar misschien vond de koningin Van Gennip gezelliger dan dit drietal en wilde ze haar meteen al op de koffie.

Sinds 1992 is er eenheid in deze koninklijke onderscheidingen, waarbij de kampioenen in hetzelfde jaar hun lintje ontvangen, bij de teamsporten aanvankelijk alleen de coach en aanvoerder. Met het groeiende aantal goudenmedaillewinnaars groeit daarmee automatisch het aantal sporters met een koninklijke onderscheiding, al helemaal omdat sinds de Zomerspelen van 2012 álle leden van de winnende teamsporten hiermee worden onderscheiden, het nationale vrouwenhockeyteam van de Spelen in Londen als eerste. Dat tikt dus lekker aan.

Straatnamen

Met de meest duurzame onderscheiding voor een sporter heeft het Koningshuis dan weer niets te maken: het vernoemen van een sporter in een straatnaam. Onderzoek van de website Over Straatnamen afgelopen weekend liet zien dat er in Nederland inmiddels meer dan 200 van zulke straten zijn met de naam van bekende en onbekende sporthelden als Fanny Blankers-Koen, Anton Geesink en Lien Gisolf. En ook steeds meer levende olympiërs krijgen dit eerbetoon, zoals Pieter van den Hoogenband, Epke Zonderland en Anky van Grunsven. Op de Spelen van Tokio kwamen maar liefst zes Nederlandse sporters in actie, die al waren vernoemd – een record.

Het zal daarom waarschijnlijk een kwestie van tijd zijn dat Sifan Hassan en Harrie Lavreysen ook een eigen straat hebben, naast een olympische medaille en een koninklijke onderscheiding.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.