NieuwOlympische SpelenSport en politiek

Geen Nobelprijs voor stalinistische cheerleaders

De olympische beweging hengelt al negentig jaar naar de Nobelprijs voor de Vrede – tijdens deze Winterspelen opnieuw. Trap er niet in.

Het Amerikaanse IOC-lid Angela Ruggiero heeft een pleidooi gehouden voor de Nobelprijs voor de vrede voor het gezamenlijke Koreaanse vrouwenijshockeyteam. Tegelijkertijd trekt een groep van meer dan 200 Noord-Koreaanse cheerleaders wereldwijde aandacht met hun danspasjes op de tribunes. Er is tenslotte niets mooier dan vrolijke Noord-Koreanen bij hun vijandige zuidenburen – in ieder geval beter dan de atoomknop van Kim.

Trap er niet in. Zowel het pleidooi voor de Nobelprijs voor de olympische beweging als stalinistische propaganda bij internationale sportevenementen hebben we namelijk al eens eerder gezien. Negentig jaar aan geschiedenis balt zich nu opeens samen in het openingsweekend van de Winterspelen van 2018.

Sportevenementen in verdeelde landen

Zoals in onze tijd het zuiden en noorden van Korea elkaar vijandig zijn gezind, was dat ruim veertig jaar geleden ook het geval met West-Duitsland en de DDR. De Olympische Spelen van 1972 in München en het WK voetbal twee jaar later in West-Duitsland zorgden daarom voor een bijzondere politieke dynamiek, net als nu bij de Winterspelen in Pyeongchang en dertig jaar geleden bij de Zomerspelen in Seoul. Het prestige van het kapitalistische gastland werkte als een rode lap op het communistische buurland.

Bij de Zomerspelen van 1972 bijvoorbeeld stelde de West-Duitse organisatie voor om de volksliederen bij ceremonies af te schaffen, omdat die nationalisme in de hand zouden werken. Dat klinkt heel nobel, maar het ging er vooral om dat het volkslied van de DDR niet op West-Duits grondgebied te horen zou zijn. De DDR deed er daarom weer alles aan om zoveel mogelijk gouden medailles te behalen, en slaagde in zijn opzet door er méér te winnen dan de West-Duitsers zelf. Op eigen grondgebied werd de Bondsrepubliek verslagen door de DDR.

Ministerie van Staatsveiligheid

De DDR had zich ook geplaatst voor het WK voetbal van 1974. De politieke lading van deze deelname werd nóg groter toen dit land in dezelfde poule werd geplaatst als het gastland, zodat er een directe confrontatie op het programma stond. De DDR liet vanaf de loting daarom niets meer aan het toeval over, reconstrueerde het tv-programma Andere Tijden in 2006. Onder de directe leiding van het ministerie van Staatsveiligheid werden 1.500 supporters zorgvuldig geselecteerd om voor het oog van zoveel mogelijk camera’s met Oost-Duitse vlaggen te zwaaien op West-Duits grondgebied. De codenaam van deze operatie was Aktion Leder.

Deze supporters kwamen uit de hele DDR, maar dan wel van de partijcentrale, de ministeries en de jeugdbeweging. Getrouwde voetballiefhebbers kregen de voorkeur, mits ze zonder partner reisden, omdat de kans op vluchten dan was te verwaarlozen. Voor de zekerheid zat er bij elke tien supporters toch nog één veiligheidsagent van de Stasi.

Horst Slaby was één van deze supporters. “We kwamen de trein uit, dan was er aanwezigheidscontrole, we gingen naar het stadion en dan weer: aanwezigheidscontrole. Op de terugweg idem dito. Je had het gevoel dat er onder de supporters een groep van zo’n honderd man vooral ons in de gaten hield.” Ze zwaaiden met DDR-vlaggen en marcheerden naar het stadion alsof het een partijparade was. Hun land won met 1-0 van de West-Duitsers, waarmee de actie was geslaagd – óók omdat alle Oost-Duitsers weer naar hun eigen land terugkeerden.

De Noord-Koreanen gebruiken in 2018 dezelfde stalinistische propaganda. Trap er niet in.

Nobelprijs

Dat geldt ook voor de oproep voor de Nobelprijs voor de Vrede, waar de olympische beweging al negentig jaar wanhopig naar hengelt. De eerste poging was in 1928, toen het Noorse sportblad Idrättslief het IOC met deze ereprijs wilde onderscheiden, na afloop van de Olympische Spelen in Amsterdam. ‘Het blad is van meening,’ aldus De Nieuwe Rotterdamsche Courant, ‘dat juist de Amsterdamsche Olympische Spelen bewezen hebben, dat de sport de volken tot elkaar brengt. De sport brengt de naties vaak gemakkelijker tot elkaar dan de diplomatie.’ Er werd geen gehoor aan gegeven.

In 1936 kwam het IOC zelf met het voorstel om Pierre de Coubertin voor te dragen, als oprichter van deze organisatie. De Coubertin was er op dat moment erg slecht aan toe, aldus een uitvoerig verhaal in Het Vaderland. ‘Te Garmisch-Partenkirchen heeft het Internationale Olympische Comité de zaak besproken en o.a. besloten een bedrag te zijner beschikking te stellen, waardoor de ergste zorgen verlicht konden worden.’

Verschillende landen ondersteunden de kandidatuur, ook het Nederlands Olympisch Comité. ‘Zou het niet een waardige en verdiende bekroning zijn van het werk van de Coubertin, indien aan hem die prijs werd toegekend?’ aldus NOC-voorzitter Schimmelpenninck van der Oye. Zelfs een algemeen pleidooi tijdens de opening van Berlijn 1936 mocht niet baten, mede omdat het IOC niet werd erkend als organisatie die met dergelijke voorstellen mocht komen. In september 1937 stierf hij, waarna zijn lichaam in Lausanne en zijn hart in Olympia werd begraven.

In 1952 waren de Zomerspelen in Helsinki en de Winterspelen in Oslo, om de hoek van de vergaderzaal van het Nobelcomité. Daarom werd in 1953 weer eens een poging gewaagd om het IOC te onderscheiden, op verzoek van Zweedse en Finse parlementariërs, ‘zulks op grond van de zending welke het I.O.C. vervult in het belang van de toenadering tussen de volken.’ Ook dit keer kreeg het verzoek geen gehoor, net als in 1956 toen het IOC wederom werd genoemd. Dat jaar werd helemaal geen prijs uitgereikt, omdat niemand ‘zich zodanig verdienstelijk heeft gemaakt voor de bevordering van de vrede, dat hem de hoge eer waardig gekeurd kon worden’.

De boodschap was duidelijk: we geven liever helemaal niemand de vredesprijs dan dat het IOC die krijgt.

Internationale afgang

In de jaren tachtig herleefde de interesse voor de Nobelprijs – in het tijdperk van de onaangenaam ijdele voorzitter Juan Antonio Samaranch. In 1982 was er een voordracht, net als in 1984 van de internationale gewichtheffederatie en de internationale federatie van het amateurboksen. ‘Volgens beide federaties levert het lOC onder president Samaranch een grote bijdrage aan de wereldvrede door het stimuleren en organiseren van internationale sportuitwissellngen, en het stimuleren van de sportbeoefening in 157 landen.’

In 1986 stond het IOC zo in dezelfde rij als Nelson Mandela, maar beide haalden het niet. Anton Geesink deed in 1988 een oproep, als IOC-lid in de Telegraaf: “Samaranch verdient geen gouden medaille, maar niets minder dan de Nobelprijs voor de Vrede.” Het Joegoslavische ministerie voor Sport deed enkele maanden na Geesink een vergeefse poging.

In 1993 werd het zelfs pijnlijk toen het IOC zichzelf opdrong vanwege het naderende eeuwfeest. Een reclamebureau werd ingehuurd om die Nobelprijs even te regelen. Het liep uit op een regelrechte afgang, want geheel tegen de protocollen in werd de aanvraag vooraf publiekelijk afgeschoten. Hanna Kvanmo van het Nobelcomité kwam niet meer bij van het lachen toen zij van de actie hoorde en ook collega Odvar Nordli wist niet wat hij meemaakte: “Natuurlijk worden er voor andere kandidaten eveneens campagnes gevoerd, maar om daarvoor een reclamebureau in te schakelen, is volledig nieuw. Nogal heftig naar mijn smaak.”

Precies 25 jaar later probeert de olympische beweging het dus weer opnieuw, beneveld door de danspasjes van stalinistische cheerleaders. Trap er niet in, want Noord-Korea is net zo doortrapt als de DDR in 1974 – net als het IOC zelf.

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.