Viervoudig olympisch kampioen zette zijn winnende paarden aan het werk om oorlogsslachtoffers te helpen
Charles Pahud de Mortanges won in 1928 een gouden olympische medaille met zijn paard Marcroix. In 1940 zette hij hetzelfde paard aan het werk om oorlogsslachtoffers te verzorgen.

Charles Pahud de Mortanges en zijn paard Marcroix op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam en in 1940 in Huize Kareol in Aerdenhout, Foto’s uit het publieke domein
Op de Nationale Sportherdenking bij het Olympisch Stadion is er aandacht voor de paardensport in de Tweede Wereldoorlog.
Er is heel wat te doen om voor tachtig man van allerlei aan- en af te voeren
Succesvol
Charles Pahud de Mortanges is de meest succesvolle Nederlandse olympiër van de vorige eeuw. Hij deed mee aan de vier Olympische Spelen van 1924 tot en met 1936 en won in totaal vier gouden medailles en één zilveren medaille. Dat is precies één zilveren medaille méér dan Fanny Blankers-Koen.
Tegelijkertijd is hij één van de onbekendste olympiërs, want eigenlijk weet niemand meer van zijn sportieve prestaties. Dat geldt ook voor zijn werk in de Tweede Wereldoorlog, waarover Marian Rijk het boek De lange weg naar Londen schreef.
Kareol
Pahud was kapitein bij de cavalerie, maar na de Nederlandse capitulatie werd de krijgsmacht ontbonden. Samen met geneesheer C. Kroon opende hij in juli 1940 een herstellingsoord in Huize Kareol in Aerdenhout, waar zwaargewonde soldaten en burgers werd begeleid in de laatste fase voor hun terugkeer naar de maatschappij.
Kroon verzorgde het medische deel, waar Pahud de Mortanges zowel het leger als de sport vertegenwoordigde. De patiënten kregen een revolutionaire behandelmethode met een grote rol voor sport en lichaamsbeweging, toen volkomen onbekend in het Nederlandse zorgsysteem. Er waren daarom faciliteiten voor allerlei sporten. Zoals Kroon zei: “Ons parool was steeds: onze patiënten moeten bezig zijn.”
Pahud zette hiervoor zelfs zijn springpaarden in, waarmee hij had deelgenomen aan de wedstrijden: Marcroix, Mädel wie Du en Silverstar. “We kunnen ze best gebruiken in deze dagen,” zei de ritmeester. “Er is heel wat te doen om voor tachtig man van allerlei aan- en af te voeren.”
Met Marcroix had Pahud maar liefst drie gouden olympische medailles gewonnen. Samen met Mädel wie Du was hij in actie gekomen op de Zomerspelen van 1936 in Berlijn. Silverstar had hij in 1937 in België aangeschaft.
Plezier
Een verslaggever van De Telegraaf was verbaasd toen hij de paarden zo hard aan het werk zag. “Vindt u dat niet erg?,” vroeg hij aan de ritmeester.
“Waarom zou hij niet arbeiden,” antwoordde hij. ” Elken dag doet hij ’n paar ritjes naar de stad, de oude heer zit nog vol jeugdig vuur, maar hij kan gereden worden op ’n bokkebitje, hij is nergens bang voor, hij ziet geen spoken op den weg en werkt met plezier.”
In mei 1942 werd Pahud door de Duitsers weggevoerd, waarmee een einde kwam aan zijn werk bij Kareol. Hij ontsnapte, waarna hij zich aansloot bij de Prinses Irene Brigade.
Na de oorlog werd Pahud voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité en lid van het IOC.

