NieuwOlympische Spelen

Vuurpeloton op Texel doodde olympisch atleet Piet Ruimers

In de nacht van 5 op 6 april 1945 begon op Texel de Georgische Opstand. Het Waddeneiland veranderde na een rustig verlopen oorlogsperiode ineens in een slagveld. Onschuldige Texelaars eindigden voor een Duits vuurpeloton, zoals olympisch atleet Piet Ruimers.

Foto via de Oorlogsgravenstichting

Petrus Adrianus Antonius Ruimers (roepnaam Piet) werd op 21 oktober 1884 geboren in Rotterdam. Net als zijn een jaar oudere broer Jan werd hij lid van de Rotterdamse atletiekvereniging Pro Patria. De twee broers legden zich toe op het snelwandelen. Uit krantenverslagen uit die tijd blijkt dat Jan in de eerste jaren meestal de snelste was van de twee. De oudste broer bezat destijds de Nederlandse records op bijna alle afstanden.

Olympische Spelen in Londen

Hoewel Jan dus aanvankelijk de betere was, werd hij in 1908 niet afgevaardigd naar de Olympische Spelen, maar Piet wel. De Spelen vonden dat jaar plaats in Londen. De resultaten van de Nederlandse equipe waren niet echt om over naar huis te schrijven. Slechts twee bronzen medailles werden behaald: eentje door het voetbalteam en eentje door de vier-zonder-stuurman (roeien). Echt als een verrassing kwam dat niet, want de Angelsaksische landen waren in die jaren een stuk verder in hun ontwikkeling dan bijvoorbeeld Nederland.

Zo behaalde Groot-Brittannië vijf van de zes medailles bij de twee snelwandelonderdelen waarop Ruimers uitkwam. Ruimers strandde op zowel de 3.500 meter als de tien mijl in de series, maar zijn prestatie op die laatste afstand (1 uur, 27 minuten en 38,8 seconden) betekende wel de snelste tijd ooit door een Nederlander gelopen. In Het Sportblad werd tien jaar later realistisch teruggekeken op de Spelen van 1908. “Onze menschen hebben enorm veel geleerd en in die paar dagen te Londen werd meer verricht, dan in jaren, die vooraf waren gegaan.”

Nederlands kampioen

Ruimers had in Groot-Brittannië inderdaad goed opgelet, want samen met nog een andere atleet introduceerde hij in Nederland de Britse stijl van het snelwandelen: de schouders werden meer gebruikt, zodat een hogere snelheid kon worden gehaald. Ook wat het schoeisel betreft had hij het een en ander afgekeken. Voortaan liepen veel Nederlanders met lage hakken in plaats van hoge. Na de Spelen bleef Ruimers zich dus actief bezighouden met zijn sport.

Over een wedstrijd over 1.500 meter in augustus 1913 berichtte Het Sportblad: “Het snelwandelen gaf een aardige strijd tussen Ruimers en Kloek. Scheen het aanvankelijk dat laatstgenoemde een mooie kans voor de eerste plaats had, later bleek het, dat Ruimers nog heel wat in zijn schoenen had toen zijn tegenstander finaal uitgeloopen was. Ruimers’ spurt ondervond dan ook geen spoor van tegenstand.” In 1915 werd de Rotterdammer Nederlands kampioen op diezelfde afstand.

Einde loopbaan

Rond 1918 kwam er een einde aan de actieve sportcarrière van Ruimers. Het Sportblad berichtte over een wedstrijd in Eindhoven ter ere van het eerste lustrum van de Philips Sport Vereeniging en het commentaar over de prestatie van Ruimers liet aan duidelijkheid niet te wensen over: “Piet Ruimers demonstreerde dat er een tijd van komen en van gaan is, hij kon zich niet onder de beste vijf plaatsen.” Wanneer hij precies stopte, is onbekend. Wel is duidelijk dat hij actief bleef binnen zijn club, als trainer, penningmeester, bondsafgevaardigde, baancommissaris en scheidsrechter.

In De Revue der Sporten stond op 4 juli 1927 de volgende advertentie: “Piet Ruimers, de volijverige athletiekpropagandist in Rotterdam, is zijn 25e athletiekjaar ingegaan: geen actief athleet meer zoals vroeger, doch een gewaardeerd official. Nog 25 jaren, Piet!” Ruimers was in Rotterdam werkzaam bij de gemeentelijke gasfabriek. Naar verluidt verdiende hij in de havenstad ook geld met werk voor duivenmelkers. Ruimers bracht de ringen van de thuisgekomen duiven zo snel mogelijk naar de plek waar de tijden werden genoteerd, een uitermate geschikt karwei voor een snelwandelaar.

Naar Texel

Nadat Rotterdam in mei 1940 was gebombardeerd door de Duitsers, vertrok Ruimers naar Texel. Alleen, want zijn huwelijk was daarvoor al gestrand. Hij was als trouwe bezoeker niet onbekend met het eiland. Op 7 september schreef hij zich er definitief in. Zover bekend is Ruimers op Texel niet meer werkzaam geweest en ging hij dus eigenlijk met vervroegd pensioen. Aanvankelijk woonde Ruimers in hotel Bos en Duin, aan de rand van het bos. Hij was een groot natuurliefhebber en trok er vaak op uit om vogels en planten te bekijken. Ook schreef hij eens een lofdicht op natuurbeschermer Jac. P Thijsse.

In 1942 verhuisde Ruimers. Sindsdien woonde hij in bij weduwe Schraag aan de Gravenstraat in Den Burg. Voor vermoedelijk zo’n twaalf à dertien gulden per week huurde hij daar een kamer. In het blad van de Historische Vereniging Texel (nummer 55) wordt gemeld: “Hij leefde met plezier, had veel vrienden en kennissen. ’s Winters zat hij vaak in het café, daar kende hij ook veel Duitsers van. Hij ging gemoedelijk met iedereen om, maakte geen onderscheid.” Uit een bericht in de krant De Waarheid blijkt dat hij op Texel een tijdlang consul was van de biljartbond.

Georgische Opstand

Ruimers kwam zonder problemen de oorlogsjaren door. Tot april 1945. In de nacht van 5 op 6 april kwam het op Texel gelegerde Georgische bataljon (in Duitse dienst om het krijgsgevangenenkamp te ontlopen) in opstand. Zo’n 450 Duitsers werden die nacht gedood. Een deel van Den Burg, het grootste dorp op het eiland, bleef in Duitse handen, net zoals de twee geschutsbatterijen in het zuiden. Veel Texelaars steunden de Georgiërs en op sommige plekken werd de bevrijding al gevierd.

Dat bleek te voorbarig. In de navolgende dagen zouden de Duitsers hard terugslaan tegen de Georgiërs en de Texelse bevolking. Dat begon al op 6 april. In de buurt van de Molenstraat hadden de Duitsers de touwtjes nog in handen en veertien tamelijk lukraak geselecteerde Texelaars werden daar op een vrachtwagen geladen. Voor het merendeel jonge mannen, maar ook de zestigjarige Piet Ruimers. Waarschijnlijk dreef nieuwsgierigheid hem naar de plek des onheils, omdat hij wilde weten wat er gaande was.

Noodlottig einde

Vier van de veertien Texelaars in de vrachtwagen vertrouwden allerminst wat er gebeurde en sprongen onderweg van de wagen. De anderen hadden kennelijk niet in de gaten dat er gevaar dreigde. Ruimers schijnt zelfs tegen Wim Mulder (een van degenen die van de vrachtwagen afsprong) gezegd te hebben, dat hij later met alle genoegen een boodschap aan diens ouders wilde overbrengen. Ruimers vermoedde dus dat hij binnen enkele uren wel weer terug in Den Burg zou zijn. Het liep helaas anders. De tien overgeblevenen werden na aankomst op het militaire kamp De Mok geëxecuteerd, zonder enige vorm van proces, als represaillemaatregel voor de steun van de Texelaars aan de Georgiërs.

Tot 5 mei zou hevig gestreden worden op het eiland. De rust keerde pas echt terug op 20 mei, toen de Canadese bevrijders op Texel arriveerden. De lichamen van de tien geëxecuteerden werden op 22 mei gevonden. Ruimers werd daarna begraven op de katholieke begraafplaats in Den Burg en later verplaatst naar het ereveld in Loenen. Een verzetsman was hij niet geweest. Ruimers was simpelweg op het verkeerde moment op de verkeerde plek.

Dit verhaal komt uit het boek De Romário-show en andere sportverhalen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Frank Grootemaat
Frank Grootemaat schreef twee boeken over sportgeschiedenis. In "Burenruzies. Voetbalinterlands vol strijd en rivaliteit" maakte hij een wereldreis langs twaalf internationale voetbalderby’s, van Engeland-Schotland en Argentinië-Brazilië tot Irak-Iran en Honduras-El Salvador. "De Romário-show en andere sportverhalen" is een bundeling van opmerkelijke gebeurtenissen, tragische voorvallen, grappige anekdotes en onbekende pareltjes uit de geschiedenis van het Nederlands elftal, het EK en WK voetbal, de Olympische Spelen en nog veel meer.