Winterspelen

Bij de opening van Albertville 1992 stonden de schulden van Grenbole 1968 nog open

De Olympische Winterspelen kosten gemiddeld vijf keer zoveel als de organisatoren aan het begin voorschotelen. Sportgeschiedenis rekent het de komende weken helemaal uit, van 1924 tot en met 2018. Bij aanvang van Albertville 1992 waren de Winterspelen van 1968 in hetzelfde land nog niet eens afbetaald. Zo werd schuld op schuld gestapeld.

 

De geschiedenis is cyclisch – ook voor het IOC. Net als in de jaren zestig liep de enorme concurrentiestrijd bij het aanwijzen van de gastheer van de Olympische Spelen van 1992 helemaal uit de hand. Op 18 oktober 1985 schreef De Leeuwarder Courant namelijk: ‘De voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, Juan Antonio Samaranch, heeft donderdag gezegd zich zorgen te maken over de gigantische uitgaven die worden besteed aan promotiecampagnes.’

Precies hetzelfde was gebeurd bij de kandidatuur voor de Winterspelen van 1968. Op 21 oktober 1963 schreef De Tijd De Maasbode dat het IOC nieuwe regels had opgesteld over de contacten met kandidaatsteden: ‘Er mogen geen cocktailparties worden gegeven voordat de beslissing waar de Winterspelen zullen worden gehouden, is gevallen; de delegaties zullen geen informatie aan leden van het IOC mogen geven, tenzij hier speciaal om gevraagd is; er mogen geen speciale bezoeken aan leden van het IOC worden gebracht, noch mag men hen benaderen via officiële of diplomatieke kanalen; er mogen geen giften of geschenken aan leden van het IOC worden gepresenteerd.’

Dat de bedragen in de jaren tachtig opnieuw steeds groter werden, blijkt alleen al uit het startbedrag van Albertville voor de Winterspelen van 1992. Met een begroting van één miljard gulden stapte de stad naar het IOC in de hoop als gastheer te worden aangewezen. Nog nooit waren organisatoren van de Winterspelen met zo’n hoog bedrag begonnen. Niet dat het veel uitmaakte, want het was toch te weinig. De begroting werd in aanloop naar de openingsceremonie keer op keer opgepompt.

HET COMPLETE OVERZICHT 1924 – 2014
HIER KIJKEN

 

Welke begroting?

Zo liepen de kosten op door koerswijzigingen – net als in 1972 en 1984. Dat beweerde de organisatie in ieder geval vier maanden nadat het IOC de eer aan de Fransen had gegeven. “Nu al bestaat een tekort op de begroting van 25 procent en waarschijnlijk wordt dat zelfs 40 procent,” citeerde het Nieuwsblad van het Noorden de organisatie op 12 februari 1987.

Enkele weken voor aanvang van de Winterspelen werden de geluiden nog veel somberder. “We slagen er waarschijnlijk niet in binnen de begroting te blijven,” zei Jean Glanavy, de gedelegeerde van de Franse regeringscommissie, heel voorzichtig.

Twee jaar na afloop werd aan alle illusies een einde gemaakt. Alle kosten, inclusief de infrastructuur, bedroeg 2,4 miljard dollar. Dagblad Trouw schreef op 20 februari 1992 dat de extreem hoge kosten grote problemen veroorzaakte in de regio.

‘De kleine dorpen brengt dat aan de rand van een faillissement. Brides-les-Bains, dat het merendeel van de atleten huisvest, moest voor de verbetering van haar imago 72 miljoen gulden op tafel leggen. De burgemeester is naarstig op zoek naar een bank die het derde deel daarvan wil financieren. Het zal waarschijnlijk op een krediet van een louche financieringsmaatschappij uitdraaien, omdat de gemeente geen fatsoenlijk onderpand heeft te bieden. In de huishoudkas van het dorp wordt jaarlijks slechts vijf miljoen gulden gestort.’

De kleine dorpen brengt dat aan de rand van een faillisement. Brides-les-Bains, dat het merendeel van de atleten huisvest, moest voor de verbetering van haar imago 72 miljoen gulden op tafel leggen.

Net als na de Winterspelen van 1968 bleven de Fransen zo achter met enorme schulden. En dan te bedenken dat ze in Grenoble toen nog steeds niet klaar waren met de afbetaling van de Winterspelen van 1968… De ene schuld werd zo op de andere schuld gestapeld.

De olympische geschiedenis is cyclisch – én kostbaar.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.