Home > Schaatsen > Carry Geijssen en het magische schaatsjaar 1963
SchaatsenWinterspelen

Carry Geijssen en het magische schaatsjaar 1963

Op 10 januari 1947 is Carry Geijssen geboren, de eerste Nederlandse langebaanschaatser met een olympische titel.

Aan het eind van 1963 verscheen de naam van de Amsterdamse schaatster Carry Geijssen voor de eerste keer in de kranten. Tijdens een wedstrijd in Deventer trok de pas zestienjarige toen de aandacht van Klaas Schenk, de vader van Ard. “Ik vind dit een hoopgevende dag voor het komende schaatsseizoen,” zei hij heel profetisch vanwege de goede prestaties van de jonge schaatsers, onder wie Geijssen.

Later bleek dat niet alleen dat seizoen gediend was bij de komst van Geijssen, maar de complete jaren zestig. Op de Winterspelen van 1968 schreef ze geschiedenis door als eerste Nederlandse langebaanschaatser een gouden olympische medaille te winnen.

Zo bleek 1963 het kanteljaar, waarin op Nederlands schaatsgebied alles veranderde. Het was het jaar met de koudste winter van de twintigste eeuw. Op de koudste dag van die koudste winter werd de meest legendarische Elfstedentocht ooit gereden, die door Reinier Paping werd gewonnen. Ruim een halve eeuw later staat die zege nog steeds in de top vijf van meest populaire Nederlandse schaatsmomenten aller tijden.

Verder werd op 17 en 18 februari 1963 in het Noord-Hollandse Graft een grote vierkamp op natuurijs gereden, waar voor de eerste keer Ard Schenk en Kees Verkerk tegen elkaar reden. Het werd het begin van het zogenaamde Ard & Keessie-tijdperk, waarin de schaatskoorts in Nederland ongekende hoogten bereikte. Waar Nederland aanvankelijk amper meetelde in de internationale schaatswereld, kwam daar in die periode verandering in. Eerst door de wereldtitel voor Henk van der Grift in 1961 (de eerste voor een Nederlandse schaatser sinds 1905!) en daarna door Ard & Keessie.

Vrouwenschaatsen

Ook bij het Nederlandse vrouwenschaatsen is het schaatsjaar 1963 doorslaggevend geweest, door de komst van Carry Geijssen. In december werd ze door de KNSB geselecteerd voor de kernploeg. Samen met Willy de Beer vormde ze het vrouwelijk deel van de ploeg, bij wie verder onder meer Schenk, Verkerk en Van der Grift zich aansloten. De belangrijkste naam die we hier dan missen, is die van Stien Kaiser, maar die werd door de schaatsbond als te oud beschouwd – zoals we eerder al schreven in deze eregalerij.

Waar Geijssen en De Beer in 1963 nog met de mannelijke schaatsers in een kernploeg werden opgenomen, werd vanaf 1965 een eigen ploeg voor vrouwen samengesteld. De prestaties van de Nederlandse schaatsvrouwen gingen met sprongen vooruit. Schaatshistoricus Marnix Koolhaas schreef hierover: “Het Nederlands kampioenschap van 1965 werd een prooi voor Stien Kaiser. Carry Geijssen werd tweede, de derde plaats was voor de nog onbekende 20-jarige Ans Schut uit Apeldoorn, die had leren schaatsen op de nieuwe kunstijsbaan in Deventer. Dat met Stien, Carry en Ans een gouden olympisch trio was geboren, kon niemand toen nog bevroeden.”

Zowel Geijssen als Kaiser was in 1964 eigenlijk al in staat geweest om als eerste Nederlandse vrouw ooit mee te doen aan het olympische schaatstoernooi, maar de KNSB stuurde toen nog Willy de Beer. Zo zat Geijssen thuis voor de buis te balen toen De Beer in actie kwam. “Daar had ik óók kunnen staan,” zei ze tegen De Telegraaf. “Ik zou vast geen slecht figuur hebben geslagen. Op de 500 meter zou ik bij de eerste tien hebben kunnen eindigen.”

Misschien was het uit de teleurstelling van dat moment dat ze op het idee kwam om fotomodel te worden. Tegen Marnix Koolhaas zei ze dat ze in 1965 kort met die gedachte had gespeeld en dat ze zelfs enkele foto’s had laten maken in het Limburgse Geuldal voor haar portfolio. Uiteindelijk besloot ze de foto’s toch niet op te sturen en verder te gaan met schaatsen.

Vier jaar later sloeg Geijssen op de Winterspelen in Grenoble alsnog toe door als eerste Nederlandse langebaanschaatser een gouden medaille te winnen, op de 1.000 meter. Leuke bijkomstigheid voor haar was dat er toen heel veel foto’s van haar werden gemaakt, zodat ze toch nog een beetje fotomodel was.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.