SchaatsenWinterspelen

Twaalf manieren om de Olympische Winterspelen te missen

Je hebt jarenlang getraind en je hebt je alles ontzegd. Alles met maar één doel. Vlammen op de Olympische Winterspelen. Je bent uitstekend in vorm en de strenge limieten en selectiecriteria van het NOC bleken niet meer dan een peuleschil. Je bent klaar voor het belangrijkste toernooi van je leven. Wat kan er nog misgaan? Heel veel, zien we in dit overzicht.

Siem Heiden

Door Bert Roosien

1. Geen geld voor uitzending

Aan de vooravond van het olympische jaar 1932 zuchtte ons land onder de gevolgen van de economische crisis. Omdat zowel voor de Winter- als de Zomerspelen ook nog eens helemaal naar de Verenigde Staten moest worden gereisd, zagen het NOC en de nationale sportbonden zich gedwongen tot een pijnlijk besluit. Om financiële redenen werden naar de Olympische Winterspelen van Lake Placid geen Nederlandse sporters afgevaardigd.

Tot de belangrijkste slachtoffers van deze maatregel behoorden skispringer Jan Loopuyt, bobsleeërs Evert van de Pol en Piet Metzelaar en schaatsers Siem Heiden, Teun Hooftman en Dolf van der Scheer. Voor Heiden en Hooftman was dat extra zuur, omdat ze in de aanloop naar Lake Placid al het hele jaar hadden getraind op de Amerikaanse manier van wedstrijden rijden (met zes tot acht schaatsers tegelijk in de baan) .

2. Ruzie met de eigen bond

Siem Heiden was in die tijd met afstand Nederlands beste schaatser. En hij durfde in 1935 ook zijn mond open te doen. Toen KNSB-voorzitter Gerrit van Laer – ingegeven door zijn eigen zakelijke belangen in de Zwitserse hotelwereld – de kernploeg jaar na jaar naar Davos op trainingskamp stuurde, was het Siem Heiden die daartegen in opstand kwam. Hij wilde juist meer naar Noorwegen. ‘Als we niet veel vaker naar Scandinavië gaan om daar de kunst af te kijken en de strijd aan te gaan met onze echte concurrenten’, zo betoogde hij, ‘zullen we de kloof met de Noren en de Finnen nooit dichten’.

De ruzie met de koppige, autoritaire Gerrit van Laer liep hoog op en geen van beide betrokkenen wilde bakzeil halen. Heiden werd tot nader order geschorst en vier jaar lang werd hij niet geselecteerd voor internationale wedstrijden. Zo miste de man uit IJsselmonde, die in 1933 nog het wereldrecord op de 5000 meter had verbeterd, na de Spelen van 1932 ook die van 1936.

3. Ziekte en blessures

Ziekte, blessures en ongelukken, ze zitten in een klein hoekje. Een paar voorbeelden.

Wie herinnert zich niet schaatsster Marianne Timmer die zich in 2010 opmaakte voor wat dan toch echt haar laatste Olympische Spelen hadden moeten worden. Na een ernstige blessure in de voorbereiding, opgelopen tijdens de World Cup wedstrijden in Heerenveen, was de tijd om haar concurrentes te achterhalen en zich zo alsnog voor de Spelen te plaatsen domweg te kort.

Voor sprinter Frits Bartling gold in 1968 precies hetzelfde. Als gevolg van een zwaar auto-ongeluk miste hij een belangrijk deel van de voorbereiding. Wat restte was een wanhopige strijd tegen het uurwerk om zich alsnog te kwalificeren voor Grenoble. Tevergeefs.

In 1936 had de viermansbob van Evert van de Pol lang uitgekeken naar de start van de Olympische Spelen. Toen het allemaal was begonnen en ook de bobbaan werd opengesteld om te oefenen, ging het echter alsnog fout. Tijdens de training sloeg de Nederlandse slee om en raakten drie van de bobbers geblesseerd. Voor Van de Pol en zijn teamgenoten waren de Spelen van Garmisch-Partenkirchen voorbij voordat ze überhaupt waren begonnen.

In Innsbruck zou Nederland in 1976 met vijf mannen meedoen aan het olympische schaatstoernooi. In het olympisch dorp heerste echter een hardnekkig griepvirus. Terwijl hun teamgenoten met buitenlandse concurrenten om de medailles streden, zagen de door koorts overmande Klaas Vriend en Jan Derksen niet veel meer dan het bed van hun hotelkamer.

4. Geen Nederlandse nationaliteit

Het aantal mensen dat in Nederland de skeletonsport beoefent is minimaal. Op dit moment is eigenlijk alleen Joska le Conté actief in internationale wedstrijden. Een paar jaar geleden was er het tweetal Peter van Wees en Dirk Matschenz dat de vaderlandse eer hooghield.

Matschenz was een voormalige internationale topper uit Erfurt, die er na een ernstige blessure en een meningsverschil met de Duitse bond voor had gekozen om zijn loopbaan in Nederland voort te zetten. En waar Van Wees er maar niet in slaagde om zich voor de Oympische Spelen te kwalificeren, voldeed de reeds afgeschreven Matschenz met twee keer een plaats bij de beste vijftien in een Wereldbekerwedstrijd verrassend genoeg wèl aan de norm. In 2006 zou ons land dan eindelijk bij het skeleton op de Spelen zijn vertegenwoordigd.

In de dagen na zijn kwalificatie kwam er alsnog een kink in de kabel. Ineens bleek Dirk Matschenz nog niet de Nederlandse nationaliteit te hebben. Onduidelijkheid en ruzie binnen de eigen bond volgden elkaar in hoog tempo op. Om te beginnen was men het onderling niet eens of er nu een verzoek tot versnelde naturalisatie zou moeten worden gedaan of niet. En hoewel Matschenz nog geen Nederlander was, werd hij toch voor de Olympische Spelen voorgedragen.

De uiteindelijke afloop van dit schimmige belangenspel kende slechts verliezers. Het bestuur van de bobsleebond BSBN, waaronder ook skeleton valt, zag drie leden opstappen en Matschenz ging definitief niet naar Turijn.

5. Onmisbaarheid op het werk

Schaatser Eppie Bleeker was klaar voor de Winterspelen van 1976 in Innsbruck. In 1973 en 1974 had hij een bronzen plak gewonnen op de WK sprint en ook nu was hij een belangrijke medaillekandidaat. Maar Bleeker deed niet alleen aan schaatsen, hij had ook een baan in het onderwijs. Als hoofd van de Sint Ludgerusschool in Balk was hij verantwoordelijk voor zes klassen en vier leerkrachten.

Toen een van zijn collega’s zwanger was en een ander een nieuwe werkkring vond, bleek het vinden van vervangers allesbehalve eenvoudig. Daarom wilde het schoolbestuur Bleeker geen vrijaf geven voor deelname aan de Olympische Spelen. Even leek het erop dat collega-schaatser Jan Heida – ook onderwijzer – redding zou brengen, maar toen die uiteindelijk voor een (langere) waarneming in Joure koos, zat er voor Eppie Bleeker niks anders op dan zelf in Balk achter te blijven.

6. Reglementen IOC

Marathonschaatsster Gretha Smit had met succes de overstap gemaakt naar het langebaanschaatsen. Tot veler verrassing kwalificeerde ze zich voor de Spelen van 2002 in Salt Lake City. Daar reed ze een prachtig Nederlands record en won ze zilver op de 5000 meter. Dit tot groot enthousiasme van de Oranje-fans, die haar spontaan omdoopten in ‘Salt Lake Smitty’. Het succes smaakte naar meer en vier jaar later wilde ze voor goud gaan. In de aanloop naar Italië wierpen ziekte en blessures haar echter ver terug. Toch plaatste Smit zich op het kwalificatietoernooi voor de Spelen nog met de hakken over de sloot voor Turijn. En gelukkig was er nog tijd om in conditie te komen.

Verscheidene weken gingen voorbij. De Winterspelen waren inmiddels begonnen en Gretha Smit had de juiste vorm weer te pakken. Maar meedoen aan de 5000 meter zat er voor haar niet in. De deelname aan de langste afstand was gekoppeld aan het resultaat op de 3000 meter en omdat Moniek Kleinsman daar voor Nederland een uiterst teleurstellende 17e plaats had behaald, had ons land op de 5000 meter een kostbare startplek verloren. Dat ging ten koste van de zwaar aangeslagen Smit, die nu vanaf de tribune moest toezien hoe Renate Groenewold en Carien Kleibeuker er op haar favoriete afstand met de pet naar gooiden.

7. De quotum-maatregel

Nederland domineert momenteel het langebaanschaatsen. Zowel bij de mannen als de vrouwen heeft Nederland op de individuele nummers recht op het maximum van 18 startplaatsen. Echter, in totaal mogen slechts tien Nederlandse mannen en tien Nederlandse vrouwen worden ingeschreven.

Uit die tien deelnemers moeten dan ook nog de teams voor de ploegenachtervolging worden samengesteld. Dit betekent dat ons land diverse potentiële medaillewinnaars thuis moet laten. Een hard gelag. Zo missen dit jaar zelfs erkende wereldtoppers als Kjeld Nuis en Thijsje Oenema de Spelen van Sotsji. Vier jaar geleden kostte deze maatregel o.a. Erben Wennemars, Carl Verheijen, Wouter Olde Heuvel, Beorn Nijenhuis en – wederom – Kjeld Nuis de kop.

8. Leeftijd

Carry Geijssen was in 1964 een jonge, beloftevolle schaatsster. Goed genoeg om aan de Winterspelen van Innsbruck mee te doen. Maar ze was nog maar net 17 en dat vonden de keuzeheren van de KNSB nog wel erg jong voor deelname aan zo’n zwaar toernooi. Ze kreeg dus geen olympisch startbewijs.

Vier jaar later mocht Carry gelukkig wel meedoen aan de Winterspelen van 1968. Prompt won ze zilver op de 1500 meter en goud op de 1000 meter.

Te oud kan ook. Neem Stien Kaiser. We schrijven weer 1964. Net als Carry Geijssen had Stien bij het schaatsen prima resultaten behaald. Maar Stien was ‘al’ 25. En dat vond de KNSB voor een schaatsster juist weer te oud. Nog even en ze zou trouwen en kinderen krijgen. Moest je daar als schaatsbond nou nog in investeren? Nee, het leek beter om Stien maar gewoon thuis te houden.

In de jaren daarna reeg Stien Kaiser de successen aaneen. Van 1965 tot en met 1972 stond ze ieder jaar op het podium bij het wereldkampioenschap. De tot inkeer gekomen KNSB stuurde haar gelukkig wel naar de Winterspelen van 1968 en 1972. In 1968 won ze bronzen medailles op de twee langste afstanden. Bij de Spelen van 1972 deed ze dat nog eens dunnetjes over met zilver op de 1500 meter en goud op de 3 kilometer. Ze was toen 33 jaar.

9. Vergeten in te schrijven

Jos Valentijn was een jong en uitstekend schaatser die vooral excelleerde op de sprintafstanden. Zijn ontwikkeling ging razendsnel. Zó snel dat de KNSB hem in eerste instantie niet in het rijtje van potentiële olympische deelnemers opgenomen had.

Hierdoor vergat men hem in te schrijven voor de Winterspelen van 1972 in Sapporo. Een pijnlijke fout. Nu mocht stayer Jappie van Dijk in Japan de 500 meter rijden. Van Dijk werd 32e, waar Valentijn zich met de strijd om de podiumplaatsen had kunnen bemoeien.

10. Status van professional

Vier jaar later, in 1976, was Jos Valentijn in de kracht van zijn leven. Tijdens de WK sprint ging hij in het tussenklassement riant aan de leiding. Drie valse starts op de afsluitende 1000 meter zorgden er echter voor dat de wereldtitel alsnog aan zijn neus voorbij ging. Ook een revanche bij de Olympische Spelen zat er voor hem niet in.

Na een langdurige schorsing – omdat hij in 1974 één (!) wedstrijd had geschaatst voor de zieltogende profbond ISSL – was hij door de schaatsbond ISU weliswaar weer tot internationale wedstrijden toegelaten, maar het Internationaal Olympisch Comité had zo zijn eigen regels. Ex-prof Jos Valentijn zou nimmer aan de Spelen deelnemen.

Veertig jaar eerder was er ook een Nederlander geweest die vanwege zijn status van professional niet meer in aanmerking kwam voor deelname aan de Winterspelen. Voorafgaand aan de Olympische Spelen van 1936 had het IOC aangekondigd dat skileraren voortaan als beroepssporters zouden worden beschouwd en daarom niet tot de Olympische Spelen zouden worden toegelaten.

Natuurlijk hadden de echte wintersportlanden als Oostenrijk en Zwitserland het meest te lijden onder deze maatregel, maar ook Jan Boon, de Nederlandse skikampioen, was slachtoffer van dit besluit. Wellicht was Gratia Schimmelpenninck van der Oye in 1936 anders niet de enige Nederlandse deelnemer aan het skitoernooi geweest….

11. Staking

Bij de Winterspelen van 1928 deed Nederland behalve bij het schaatsen ook mee aan het bobsleeën. Een van de oorspronkelijk aangewezen bobsleeërs was Albert Lévy Themans.

Vanwege een wilde staking op zijn fabriek moest Lévy Themans zich echter op het laatste moment terugtrekken. Hij werd vervangen door jonkheer Edwin Teixeira de Mattos. Deze telg uit een befaamd Portugees-joods geslacht mocht ook meteen de Nederlandse vlag dragen.

12. Terugtrekking team

Volgens planning zou Nederland in 1928 in Sankt Moritz eigenlijk niet met één, maar met twee vier- of vijfpersoonsbobs meedoen. Voor Hein Bulten, de beoogd stuurman van de tweede bob, gooiden zijn drukke werkzaamheden uiteindelijk roet in het eten. Hierdoor misten ook zijn teamgenoten de Spelen en zag Nederland zich gedwongen om de tweede slee in een vroegtijdig stadium terug te trekken.

Iets soortgelijks, maar nu om heel andere redenen en pas op het laatste moment, gebeurde vier jaar geleden. Timothy Beck, eerder actief op de Winterspelen van Salt Lake City (bobsleeën) en de Zomerspelen van Athene (atletiek) wilde nog één keer zijn kans op olympisch succes beproeven. Op 33-jarige leeftijd plaatste hij zich met de viermansbob voor de Winterspelen van 2010.

Vanwege zijn eerdere olympische deelnames mocht Beck tijdens de openingsceremonie zelfs de Nederlandse vlag dragen. Helaas kregen de Spelen voor hem geen vervolg. Omdat Edwin van Calker op de levensgevaarlijke baan van Vancouver zijn slee onvoldoende onder controle had, nam de Nederlandse stuurman de moeilijke beslissing om met zijn team niet van start te gaan. Zo eindigde de sportloopbaan van Timothy Beck met een forse domper.

 

 

Advertentie

Reserveer bij bol.com