Winterspelen

We gaan tellen op de Winterspelen: halen de Nederlandse vrouwen de mannen in?

Bij de Zomerspelen zijn de Nederlandse vrouwen sinds 2016 succesvoller dan de mannen. De mannen hebben nu in totaal 41 gouden olympische medailles gewonnen – drie minder dan de vrouwen. Bij de Winterspelen hebben de mannen nog een kleine voorsprong: twintig olympische titels tegen zeventien voor de vrouwen.

Ans Schut, Stien Kaiser en Carry Geijssen tonen hun medailles

Nederland heeft tot nu toe veruit de meeste gouden olympische medailles gewonnen bij het langebaanschaatsen: maar liefst 35. Zwemmen volgt op ruimte afstand met 22 gouden medailles. Ons land houdt er daarom een beetje rekening mee dat er in de komende weken weer wat schaatsgoud bij zal komen.

Op alle Winterspelen tot nu toe zijn er 37 olympische titels gewonnen door Nederlanders. De enige twee niet-langebaanschaatsers waren Sjoukje Dijkstra in 1964 en Nicolien Sauerbreij in 2010.

 

De lijst:

  1. Sjoukje Dijkstra, Innsbruck 1964, kunstschaatsen, individueel
  2. Carry Geijssen, Grenoble 1968, schaatsen, 1.000 meter
  3. Ans Schut, Grenoble 1968, schaatsen, 3.000 meter
  4. Kees Verkerk, Grenoble 1968, schaatsen, 1.500 meter
  5. Ard Schenk, Sapporo 1972, schaatsen, 5.000 meter
  6. Ard Schenk, Sapporo 1972, schaatsen, 1.500 meter
  7. Ard Schenk, Sapporo 1972, schaatsen, 10.000 meter
  8. Stien Baas-Kaiser, Sapporo 1972, schaatsen, 3.000 meter
  9. Piet Kleine, Innsbruck 1976, schaatsen, 10.000 meter
  10. Annie Borckink, Lake Placid 1980, schaatsen, 1.500 meter
  11. Yvonne van Gennip, Calgary 1988, schaatsen, 3.000 meter
  12. Yvonne van Gennip, Calgary 1988, schaatsen, 1.500 meter
  13. Yvonne van Gennip, Calgary 1988, schaatsen, 5.000 meter
  14. Bart Veldkamp, Albertville 1992, schaatsen, 10.000m
  15. Gianni Romme, Nagano 1998, schaatsen, 5.000 meter
  16. Ids Postma, Nagano 1998, schaatsen, 1.000 meter
  17. Marianne Timmer, Nagano 1998, schaatsen, 1.500 meter
  18. Gianni Romme, Nagano 1998, schaatsen, 10.000 meter
  19. Marianne Timmer, Nagano 1998, schaatsen, 1.000 meter
  20. Jochem Uytdehaage, Salt Lake City 2002, schaatsen, 5.000 meter
  21. Gerard van Velde, Salt Lake City 2002, schaatsen, 1.000 meter
  22. Jochem Uytdehaage, Salt Lake City 2002, schaatsen, 10.000 meter
  23. Ireen Wüst, Turijn 2006, schaatsen, 3.000 meter
  24. Marianne Timmer, Turijn 2006, schaatsen, 1.000 meter
  25. Bob de Jong, Turijn 2006, schaatsen, 10.000 meter
  26. Sven Kramer, Vancouver 2010, schaatsen, 5.000 meter
  27. Mark Tuitert, Vancouver 2010, schaatsen, 1.500 meter
  28. Ireen Wüst, Vancouver 2010, schaatsen, 1.500 meter
  29. Nicolien Sauerbreij, Vancouver 2010, snowboarden, parallel reuzenslalom
  30. Sven Kramer, Sochi 2014, schaatsen, 5.000 meter
  31. Ireen Wüst, Sochi 2014, schaatsen, 3.000 meter
  32. Michel Mulder, Sochi 2014, schaatsen, 500 meter
  33. Stefan Groothuis, Sochi 2014, schaatsen, 1.000 meter
  34. Jorien ter Mors, Sochi 2014, schaatsen, 1.500 meter
  35. Jorrit Bergsma, Sochi 2014, schaatsen, 10 kilometer
  36. Mannenploeg, Sochi 2014, schaatsen, achtervolging: Sven Kramer, Jan Blokhuijsen, Koen Verweij.
  37. Vrouwenploeg, Sochi 2014, schaatsen, achtervolging: Ireen Wüst, Jorien ter Mors, Marrit Leenstra, Lotte van Beek.

Er vallen een paar dingen op. Zo was de Amsterdamse Carry Geijssen pas in 1968 de eerste Nederlandse langebaanschaatser met een olympische titel – dit weekend exact vijftig jaar geleden. Het Nederlandse schaatsen stelde tot dat moment amper iets voor op olympisch niveau.

Ook valt op dat er pas in de afgelopen twintig jaar onafgebroken gouden medailles zijn gewonnen. In 1984 en 1994 daarentegen grepen de Nederlanders naast de olympische titels. En in 1992 redde Bart Veldkamp de eer, zoals Piet Kleine dat deed in 1976.

Tot slot kijken we naar de sekseverdeling en dan zien we dat de Nederlandse mannen nu twintig olympische titels hebben gewonnen en de vrouwen zeventien. Het onderlinge verschil is dus heel klein en dat gaat Sportgeschiedenis daarom in de gaten houden. Zodat we na de Winterspelen van 2018 opnieuw de balans kunnen opmaken.

We tellen verder

In PyeongChang worden weer gouden medailles gewonnen en gaan we verder bij de tussenstand 19-17 voor de mannen. Hoe is het nu?

  1. Carlijn Achtereekte, schaatsen, 3.000 meter: 20-18
  2. Sven Kramer, schaatsen, 5.000 meter: 21-18
  3. Ireen Wust, schaatsen, 1.500 meter: 21-19
  4. Kjeld Nuis, schaatsen, 1.500 meter: 22-19
  5. Jorien ter Mors, schaatsen, 1.000 meter: 22-20
  6. Esmee Visser, schaatsen, 5.000 meter: 22-21
  7. Suzanne Schulting, shorttrack, 1.000 meter: 22-22

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.