NieuwOverige sport

Die groote turnhal in Amsterdam, met slingers van frisch groen

De beroemde Amsterdamse filantroop A.C. Wertheim stond in 1885 aan de basis van het Amsterdamse Turngebouw, tegenwoordig bekend als onderkomen van jeugdtheater De Krakeling. ‘De groote turnhal, met slingers van frisch groen.’

Waar nu Jeugdtheater Krakeling zit, was ooit het Turngebouw van Amsterdam. Het is vlakbij het Leidseplein, op de hoek van de Marnixstraat en de Nieuwe Passeerdersstraat. De geschiedenis hiervan gaat helemaal terug tot 1885 toen een comité van stedelijke notabelen besloot tot de bouw hiervan.

De bekende filantroop A.C. Wertheim hoorde bij deze groep, net als wethouder Warner Willem van Lennep. Niet dat een man als Wertheim van gymnastiek hield, want die bezigheid kende hij eigenlijk alleen maar uit boeken. Het ging hem vooral om de maatschappelijke waarde van lichaamsbeweging, een inzicht dat ruim 130 jaar geleden langzaam terrein won onder progressieve en liberale geesten. In 1882 was gymnastiek al verplicht gesteld op de Amsterdamse lagere scholen voor zowel de jongens als de meisjes.

Amsterdam kende toen zo’n 800 tot 900 gymnasten, vooral lid van Olympia dat in 1863 was opgericht (en nog steeds bestaat!). Deze mensen hadden nog niet de beschikking over goede gymlokalen, zoals Het Nieuws van den Dag in 1885 opmerkte: ‘Die oefeningen moeten plaats hebben in gebrekkige lokalen, met onvoldoende luchtverversching, zonder gelegenheid voor een behoorlijke reiniging, en waarin een, naar evenredigheid van de afmetingen der lokalen, een te groot aantal turners gelijktijdig werkzaam is.’ Kortom: er was een schreeuwende behoefte aan een nieuw turngebouw.

Een speciale Maatschappij voor Turngebouwen, opgericht in 1886, zette daarom de architecten J. Ingenohl en K.J. Muller aan het werk om het onderkomen aan de Marnixstraat te realiseren. Muller was zelf turner, zodat hij wist waarop gelet moest worden en – vooral – dat hij zijn inspiratie moest halen uit Duitsland, geboorteland van deze vorm van lichaamsbeweging. Behalve ruimtes om de oefeningen in te doen was er veel aandacht voor de hygiëne – geen vanzelfsprekend voor heel veel Amsterdammers eind negentiende eeuw die woonden in krotten en alleen bij regen stromend water hadden. Het Turngebouw was daarmee een antwoord op een groot maatschappelijk probleem van die tijd. Er was 130.000 gulden beschikbaar, in onze tijd te vergelijken met een kleine twee miljoen euro.

Zo kon eind 1887 het gebouw officieel worden geopend, een plechtigheid waarvan het maatschappelijke belang werd getoond door de aanwezigheid van de burgemeester, twee wethouders, enkele gemeenteraadsleden en nog wat professoren en doctoren. ‘Het Turngebouw werd beschouwd als eene groote aanwinst voor de gymmastiek hier te lande in ’t algemeen en voor Amsterdam in ’t bijzonder,’ zo oordeelde het Algemeen Handelsblad in zijn verslag.

Enkele weken later namen de gymnasten zelf hun nieuwe onderkomen feestelijk in gebruik, onder wie de leden van Olympia. ‘De groote turnhal,’ schreef Het Nieuws van den Dag, ‘met slingers van frisch groen, vlaggen en banieren versierd, kon het aantal dames en heeren, die het feest kwamen bijwonen, nauwelijks bevatten.’ Het gebouw ademde de geest uit van samenwerking, benadrukte professor Stokvis in zijn feestrede, verwijzend naar de spreuk op de muur Drie die elkander helpen willen, zijn machtig zesmans werk te tillen. Deze spreuk is nog steeds zichtbaar, net als Zeggen is goed, maar doen is beter en Als het hoofd zwiert, sukkelen de leden.

De oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit gebouw nog steeds in functie, het tijdperk waarin de sport die door zoveel Joden en socialisten werd beoefend zeer zwaar werd getroffen. Verenigingen met honderden leden bleven soms over met twintig mensen; de rest was vermoord in kampen.

Op 3 mei 1952 werd daarom aan de buitenkant van het gebouw een klein monument onthuld: Aan onze gevallen makkers 1940 – 1945. De kosten hiervan werden gedragen door de turners zelf, want er was geen enkele organisatie of overheid die hier een bijdrage aan wilde leveren. De kranten hadden er ook weinig aandacht voor. Er stonden een paar zinnen in het communistische dagblad De Waarheid. ‘In de middag had een aparte plechtigheid plaats in het gebouw van de Amsterdamse Turnbond.’ Honderden gymnasten marcheerden die dag langs als dit eerbetoon aan hun gevallen sportgenoten

Het werd voor de turnbeweging de vaste plek voor de herdenking op 4 mei, maar nog geen vijftien jaar later was ook de belangstelling van de turners zelf verdwenen en kwam er helemaal niemand meer opdagen bij herdenkingen. Dat klinkt nu gek, maar inde jaren 50 en 60 was de Dodenherdenking lang niet zo belangrijk als in onze tijd. Het monument bleef echter en is inmiddels geadopteerd door een nabijgelegen basisschool.

In 1978 trok Jeugdtheater De Krakeling als nieuwe gebruiker in het Turngebouw. Het gebouw zelf is sinds 2001 een rijksmonument.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.