Home > Nieuw > Kritiek uit 1972: op een sportgala worden appels en peren met elkaar vergeleken
NieuwOverige sport

Kritiek uit 1972: op een sportgala worden appels en peren met elkaar vergeleken

Het sportgala is net een groenteveiling met appels en peren die met elkaar worden vergeleken. Inmiddels wordt zelfs de vraag gesteld of de verkiezingen van de beste sporters van het jaar wel moeten worden gehandhaafd. Die kritiek was er in 1972 ook al.

Hennie Kuiper is Sportman van het jaar van 1977

De verkiezing as we know it werd in 1951 voor de eerste keer gehouden, na een idee van radiosportjournalist Tom Schreurs bij de AVRO. De omroep vroeg toen aan zijn luisteraars – de televisie was nog niet bepaald doorgebroken in ons land – om de beste sporter van het jaar aan te wijzen, nog zonder onderscheid tussen mannen en vrouwen. Zo bereikte deze nieuwigheid de Nederlandse publieke omroep, waar een land als Zweden al in 1925 was begonnen als het eerste land in de wereld. De Verenigde Staten en Canada volgden in de jaren dertig, waarna de oorlog uitbrak. Frankrijk begon in 1946, Finland en West-Duitsland in 1947, Noorwegen in 1948 en Australië in 1949.

Met de kennis van nu zien we dat het gewoon een kwestie van tijd was dat Nederland zou volgen. Precies 29.921 mensen stuurden in ieder geval een briefkaart naar de AVRO met hun voorkeur voor 1951, waarbij voetballer Abe Lenstra het meest werd genoemd, ruim voor Fanny Blankers-Koen en Wim van Es. En dus kreeg de Fries op 28 januari 1952 live op de radio een staande ovatie. Verder kreeg de voetballer een fraaie zilveren sigarettendoos, want toen was roken nog gezond.

Fanny is boos

Sinds 1951 is deze verkiezing een traditie geworden, alhoewel er eerder in ons land toch al iets vergelijkbaars was gebeurd. Nog voordat de AVRO zich aansloot bij de internationale golf van sportgala’s waren er in ons land namelijk al andere sportjournalisten op dit idee gekomen. Op 10 april 1949 bijvoorbeeld organiseerde Het Parool in het City Theater in Amsterdam een Sportnachtfeest de verkiezing van de meest populaire Nederlandse sportman of sportvrouw van het voorgaande winterseizoen. Het ging dus niet om een heel jaar, maar om enkele maanden. Maar goed, het was een verkiezing van de beste sporter – twee jaar éérder dan de AVRO.

Het echte begin van het aanwijzen van de beste sporter van het jaar is van 3 januari 1947 toen het weekblad Sportief bekendmaakte dat zij een wisselbeker beschikbaar stelde ‘aan die sportvrouw of sportman die de voor Nederland meest opmerkelijke prestatie heeft verricht’. Ook werd er een trofee gemaakt voor de sportploeg ‘welke in dat jaar dezelfde verdiensten konden worden toegekend’.

Een commissie van sportbestuurders en sportjournalisten besloot welke sporters hiervoor in aanmerking kwamen – onder meer met allesbestuurder Karel Lotsy en atletiekofficial Ad Paulen. Met de sigaren en sigaretten binnen handbereik wezen zij zwemster Nel van Vliet aan als de eerste winnaar van de Sportief Beker, ‘de schoolslagzwemster die in 1946 een aantal wereldrecords op haar naam bracht’. De andere wisselbeker bleef in de kast, ‘aangezien volgens het oordeel van de commissie hiervoor geen enkele ploeg van welke tak ook in aanmerking kwam’.

In de jaren erop wonnen Fanny Blankers-Koen (1947 en 1948) en het nationale waterpoloteam (1948 en 1949) deze trofee. In 1949 echter stuurde Blankers-Koen haar beker boos terug, omdat Sportief iets onaardigs over haar had geschreven – ook toen was er dus al ruzie. Het was ook het einde van deze prijs.

Nel van Vliet

Veranderingen 

Sinds de AVRO in 1951 begon met de sportprijzen is dit fenomeen steeds groter geworden. In 1959 kwam er een aparte categorie voor sportvrouwen, tot en met 1964 jaarlijks gewonnen door Sjoukje Dijkstra. In 1954 was zwemster Geertje Wielema trouwens al de eerste vrouw geweest die tot beste sporter van het jaar was uitgeroepen, maar dat was nog in de tijd dat er geen aparte categorieën waren. Precies vijftig jaar geleden had Ajax de primeur om tot beste sportploeg te worden uitgeroepen. En in 2002 werd de beste Paralympische Sporter toegevoegd.

Wat ook is veranderd is de media-aandacht. De uitslag van 1951 werd vanaf 21.15 uur live uitgezonden op Hilversum 1. Daarvoor werd precies een kwartier uitgetrokken, wat altijd nog beter was dan een jaar later toen de verkiezing van de beste sportman het pauzenummer was in het radioprogramma Tiroler Muziek. Ruim 65 jaar later beheerst het Sportgala al weken het nieuws, waarna het tv-verslag zelf ook nog eens uren duurt. Niet gek, want de maatschappelijke rol van sport is in diezelfde tijd explosief gegroeid.

Appels en peren

Dat wil niet zeggen dat meningsverschillen over deze verkiezingen vroeger niet bestonden – integendeel. Philip van Tijn maakte er op 28 december 1972 gehakt van in Het Vrije Volk. ‘Elk jaar tegen de 31ste december huurt de AVRO ergens in het land een zaal af, stopt die vol met sporthelden en heldinnen, stuurt een blikje wybertjes naar Dick van Rijn [sportjournalist, jRRT] om er zeker van te zijn dat hij goed bij stem is, trommelt een aantal deskundige en minder deskundige sportjournalisten op die een middag moeten gaan jureren en komt dan tenslotte met zijn daverende show Sportman, Sportvrouw en Sportploeg van het jaar.’

Hij had grote problemen mee met deze onderscheiding voor sporters: ‘Daar ligt de bekroning al in het behalen van een Europees-, wereld- of Olympisch kampioenschap of de Europacup. Daar hoeft dan niet nog een AVRO-trofee overheen te komen, ook al omdat de prestaties in de verschillende takken van sport volkomen onvergelijkbaar zijn.’

Appels en peren, dus.

En hoe zag die verkiezing er dan uit voor de tv-kijker? Van Tijn: ‘In de Haagse Sweelinckzaal zat als gewoonlijk het puikje van onze sport onwennig in het burgerkloffie bijeen. Dick van Rijn las als van ouds van papier met een gekwelde blik in de ogen, Ruud ter Weijden kende al weer iedereen bij de voornaam en het bal aan het slot (waarmee de kijkers nog even jaloers werden gemaakt) werd natuurlijk geopend door de zojuist bekroonde sportman en sportvrouw, Ard Schenk en Ans van Gerwen. Niet op de ijsbaan en niet op de evenwichtsbalk, maar gewoon in de Sweelinckzaal.’

Gaat er daarom vanaf nu wat veranderen met het Sportgala? Vast, want sinds 1951 zijn er al heel veel dingen veranderd. Maar wat er ook gebeurt, er komt vast kritiek op. Appels en peren – dat soort dingen.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.