NieuwOverige sport

Tachtig jaar geleden was in Zandvoort de eerste autorace

Op 3 juni 1939 was in Zandvoort de eerste autorace. Niet op het huidige circuit, want dat was er toen nog niet. De wedstrijd vond plaats op een stratencircuit, een werkverschaffingsproject in de crisisjaren.

Een kleine honderd jaar geleden waren er de eerste plannen in ons land om een autocircuit te bouwen. Nog niet in Zandvoort, maar in Lisse of Den Haag. Dat schreef tijdschrift De Revue der Sporten tenminste op 24 januari 1923: ‘Ja, heusch, we krijgen een automobielrenbaan, wij krijgen er een, ik bezweer het U.’

In de nabijheid van Lisse en Noordwijk was een terreinencomplex bemachtigd met een oppervlakte van meer dan één miljoen vierkante meter en in Den Haag werden er mogelijkheden onderzocht in de buurt van Kijkduin en Ockenburg. Het kwam er nooit van, zoals wij hier eerder lieten zien.

In de jaren dertig werden ook pogingen gewaagd bij Arnhem en Heerlen – eveneens tevergeefs. Over al die mislukte pogingen plaatste ik hier een Twitter-draadje.

Zandvoort

In 1936 mijmerde Het Haarlems Dagbad over een stratencircuit in Zandvoort, maar dan voor wielrenners. Zo’n evenement zou de badplaats ten goede komen en voor ‘de noodige opvrolijking’ zorgen. Het is een interessante gedachte dat we het circuit van Zandvoort indirect te danken te hebben aan wielrenners.

In november 1938 volgden de eerste berichten vanuit Zandvoort over een autocircuit, aangeboden door de gemeente aan de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club (KNAC). Het was een stratenparcours voor ‘den eersten internationalen snelheidswedstrijd in Nederland voor automobielen’, zo wist Het Haarlems Dagblad. Daaraan voegde De Revue der Sporten toe dat de wedstrijden zouden worden gehouden in een deel ‘dat alleen de echte Zandvoorters kennen, ten noorden van de spoorbaan, tusschen de Noordboschrand, de spoor en immense hoeveelheid varkenshokken die ontzettend stinken.’

Deze plek had de gemeente al jaren op het oog nadat daar in 1934 straten waren aangelegd tijdens de werkverschaffing. ‘Sindsdien hebben die wegen daar doelloos gelegen.’ In april 1939 kwam de definitieve toestemming van de autoriteiten voor 3 juni dat jaar en kreeg burgemeester van Alphen van Zandvoort eindelijk zijn zin. ‘Het tot stand komen van het circuit voor de autoraces is een nieuw bewijs van zijn onvermoeid streven om Zandvoort aantrekkelijker te maken.’

Het circuit van Zandvoort is dus ooit begonnen als werkverschaffingsproject, wat in de meeste historische overzichten van deze locatie niet wordt vermeld. Die beginnen tenslotte pas in 1948, toen het huidige circuit werd geopend, letterlijk gebouwd op de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog. Het stratencircuit is echter een directe voorganger hiervan en moet dus worden meegenomen in historische onderzoeken. En waar in die crisisjaren door heel Nederland met werkverschaffingsprojecten nieuwe locaties voor sport en recreatie werden gebouwd – de Kuip, de Goffert, het Amsterdamse Bos – gebeurde dat dus ook in Zandvoort met het stratencircuit.

Er moest binnen drie maanden dan ook heel wat werk worden verzet, blijkt uit de cijfers die op een persconferentie werden gepresenteerd. Het ging om 40.000 kubieke meter grond, 500.000 stenen, 50 ton staal, 100 kubieke meter beton, 20 kubieke meter natuursteen, 15.000 ton funderingsmateriaal, 4000 meter trottoirband, 44.000 meter asfaltbetonwerk, 6000 meter gewapende betonbanden en vijf kilometer rioolleidingen.

De burgemeester van Zandvoort hoopte op 80.000 kijkers bij de wedstrijd van tachtig jaar geleden, ‘zoo er sprake mocht zijn van een zomerschen Juni-dag’. Ideale marketing in de concurrentiestrijd met andere badplaatsen als Noordwijk, Scheveningen of Katwijk.

Een race zonder racewagens

Op de website Circuits of the past kunnen we zien hoe dit deel van Zandvoort er in 2019 uitziet, bij de Van Lennepweg, de Nicolaas Beetslaan en de Vondellaan – vlakbij het huidige circuit. Iemand moet de nodige fantasie hebben om hier een autorace bij te denken, tussen de parkeerhavens en rotondes door. Er reden dan in 1939 ook geen echte racewagens, aldus De Revue. ‘Die worden geweerd, dat is de opzet van de K.N.A.C. niet geweest met dezen Prijs van Zandvoort.’

In plaats daarvan deden er auto’s mee die volgens de organisatoren ‘in vérgaande mate overeenkomen met de normaal voor het publiek verkrijgbare serie producten der betreffende fabrieken’. Met andere woorden: de doodgewone auto. Echte racewagens zouden te snel rijden om de bochten te houden.

Geen ongelukken

Het maakte de publieke belangstelling weinig minder, alhoewel het gedroomde aantal van de doortastende burgemeester niet werd gehaald. Toch vond dagblad De Tijd het een mooi spektakel: ‘Naar schatting zijn een kleine 50.000 toeschouwers getuige geweest van de eerste autoraces in ons land, die Zaterdagmiddag op het circuit van Zandvoort zijn gehouden. Dat zij een groot succes zijn geworden, is te danken geweest op de eerste plaats aan het mooie weer, dat de wedstrijden heeft begunstigd, op de tweede plaats aan het sportieve verloop daarvan en ten slotte niet het minst aan het feit, dat ongelukken, waarvoor men zoo hier en daar in stilte nogal gevreesd had, geheel achterwege zijn gebleven.’

De Revue der Sporten plaatste na de stratenrace een voorspelling onder de kop Zeegeruisch en motorgeronk. ‘De eerste groote prijs van Zandvoort is een voorspoedige baby geworden en het zou ons verwonderen, als dit kind niet binnen afzienbaren tijd tot een reus van een kerel zou zijn uitgegroeid. Want als men midden tusschen gouden duinen, vlak bij de blauwe zee geboren wordt en dan meteen tienduizenden de baby komen bewonderen, dan moet dat iets bijzonders zijn. Het was ook iets bijzonders, deze eerste autoraces op een gesloten circuit.’

Het was in ieder geval een goed begin, zo vond het tijdschrift, voor een groter doel: ‘Internationale snelheidswedstrijden.’ In 1948 werd het huidige circuit gebouwd, waarop die internationale snelheidswedstrijden in 2020 zullen terugkeren, zo weten we sinds kort. Tachtig jaar na die voorspelling blijkt die dus opnieuw te kloppen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Foto’s via de beeldbank van het Noord-Hollands Archief

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.