NieuwVechtsporten

Het einde van het boksverbod

Precies tachtig jaar geleden werd in Amsterdam het boksverbod opgeheven. Na bijna twintig jaar kon deze sport zich eindelijk weer in het openbaar vertonen.

Afbeelding via het Stadsarchief Amsterdam 

De Nederlandse sportbeweging van begin vorige eeuw had weinig vrienden bij de overheid. Integendeel, want door een groot aantal beperkende wetten werd de ontwikkeling decennialang ernstig belemmerd.

Zo was er de Zondagswet uit 1815 met een verbod om op die dag vóór 13 uur een openbare activiteit te organiseren, religieuze bijeenkomsten uitgezonderd. Er kon daarom amper worden gesport op dat tijdstip. De voetbalbond spande regelmatig rechtszaken aan, die meestal werden verloren.

De Motor- en Rijwielwet van 1905 was dan weer de natuurlijke vijand van de Nederlandse wielersport op de weg vanwege een algemeen verbod, ‘tenzij er verlof is gegeven’. Tot eind jaren dertig zijn er daarom amper wegwedstrijden in ons land geweest. Het WK wielrennen van 1925 in Apeldoorn kreeg wél zo’n vrijstelling, maar alleen onder de voorwaarde dat de rijders onderweg moesten afstappen om een lunch te nuttigen en dat ze voor controles dwars door restaurant De Wilde Hoeve moesten rijden. Politieagenten hielden demarrerende renners tegen om ze terug te sturen naar het peloton.

Boksverbod

En ook de bokssport werd beperkt door een verbod in tientallen steden. Vooral die van Amsterdam, ingevoerd in 1922, had grote invloed, omdat er sindsdien op een zeer beperkt aantal locaties deze sport mocht worden beoefend. Volgens de hoofdcommissaris van politie was een bokswedstrijd een zedenverruwende verstoring, waarna veel steden en dorpen dit voorbeeld volgden, zelfs als daar nog nooit een wedstrijd was gebokst.

Tijdens de Olympische Spelen van 1928 werd het boksverbod tijdelijk buiten werking gesteld door de burgemeester. ‘Voor deze zeer bijzondere gelegenheid, en onder toezegging Uwerzijds, dat de strengst mogelijke maatregelen van toezicht zullen worden gehouden, neem ik mij voor de te verlenen vergunning over het boksen uit te strekken.’ Meteen na afloop van de Spelen werd het verbod opnieuw in werking gesteld.

Maastricht

De Duitse bezetters keken heel anders naar de bokssport. De Boksbond begon daarom een lobby richting de Nederlandse gemeentes om die weer mogelijk te maken. En met succes, want in maart 1941 was Maastricht de eerste stad, die het boksverbod buiten werking stelde. ‘Naar wij vernemen,’ aldus De Tijd op 5 maart, ‘heeft de burgemeester van Maastricht het bestuur van den Nederlandschen Boksbond toestemming verleend om onder bepaalde voorwaarden in het openbaar een bokswedstrijd te organiseeren. Dit is een succes voor het N.B.B.-bestuur, dat alle moeite doet het boksverbod in ons land op te heffen.’

Op 6 april was die eerste openbare bokswedstrijd in de Staarzaal, die te klein was om alle belangstellenden onder te brengen. Daarna volgden steden als Sneek, Eindhoven en Groningen, maar de echte doorbrak kwam op 9 april toen ook Amsterdam bezweek onder de aanhoudende druk van de Boksbond. De stad die in 1922 als eerste het boksverbod instelde, maakte daar eindelijk een einde aan. ‘Nu is de kroon op het werk gekomen,’ luidde de analyse van Het Volk over de campagne van de NBB. ‘Het boksen in Amsterdam is weer vrij. Dat is stellig een gelukwens waard.’

Nog in dezelfde week, tijdens Pasen 1941, waren er in Frascati de eerste openbare bokswedstrijden in Amsterdam sinds 1922. En ook in de jaren erna waren er veel evenementen, zelfs in het Ajax-stadion in 1942. Volgens de Nederlandse Boksbond is het einde van het boksverbod daarom ook het enige positieve dat de Duitsers voor deze sport hebben betekend.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.