NieuwVechtsporten

Het kickboksen in Nederland bestaat vijftig jaar

Op 31 mei 1976 was in de Jaap Edenhal in Amsterdam het eerste kickboksgala. Vijftig jaar later organiseerde de Nederlandse Vechtsportautoriteit op deze historische plek een congres.

Kickboksen in 1974, toen het nog geen kickboksen heette. Rechts zit Thom Harinck. Foto uit de collectie van Harinck

Op verzoek van de Vechtsportautoriteit onderzocht ik de geschiedenis van het kickboksen, waarvoor we verder terug moeten dan het eerste gala.

Kun je het free fight los zien van worstelen en kickboksen? Die samenhang is een historisch gegeven

History

Thom Harinck organiseerde dat eerste gala in samenwerking met Jan Plas. Een jaartje eerder was Plas met Peter van den Hemel en Jan van Looijen naar Japan gereisd voor een trainingsstage. Daar ontdekten ze het kickboksen en kregen meteen een stoomcursus. Zo werd in Nederland de basis gelegd van een sport, die een halve eeuw later gigantisch is gegroeid.

Ik heb nog wel een vraag: zijn zij nou de Founding Fathers of de Fighting Fathers? Of gewoon allemaal?

Meteen na dit eerste kickboksgala kwam er kritiek op de hardheid van deze nieuwe variant in de vechtsport. De organisatoren werden zelfs ontboden bij de burgemeester van Amsterdam, omdat de elleboogslag was toegepast. Deze techniek werd daarna tot 1987 verboden.

De columnisten van die tijd pasten die elleboogslag alsnog toe in hun bijdrages. Nico Scheepmaker had het gala op tv gezien en vond het helemaal niets. ‘De twee grootste lefgozers van twee elkaar bestrijdende straatbendes schoppen en slaan elkaar in elkaar, en omdat dit in een ring gebeurt met een scheidsrechter erbij, noemt men het sport.’

Zijn collega Hans van Reijsen was nog feller in het Algemeen Dagblad. ‘Kickboksen, een onmenselijk partijtje doodslaan en trappen dat eigenlijk door de politie verboden zou moeten worden.’

Alle vooroordelen komen in deze citaten bij elkaar. Kort samengevat: als je een kickbokser tegenkomt in een donkere steeg, slaat die je helemaal in elkaar. Ze kunnen niets anders.

Toevallig ken ik Thom Harinck, omdat hij bij mij om de hoek woont. Een jaartje of twintig geleden ben ik wel eens op bezoek geweest bij de boksers op de Albert Cuyp en de sportschool van Bertus Kops sr. Daar heb ik gemerkt hoe erg al die vooroordelen over die vechtsporters zijn.

De fundamenten van vecht- en krachtsporten zijn namelijk discipline, respect en maatschappelijke betrokkenheid. Wat iemand leert op de sportschool of bij de club wordt alleen in wedstrijden gebruikt en in uiterste nood als zelfverdediging. Het is nooit toegestaan om die vaardigheden toe te passen op wat andere mensen, waar je toevallig net ruzie mee hebt of zoekt. Als ik vanavond door een donkere steeg loop, hoop ik daarom alleen maar vechtsporters tegen te komen.

Jaap Nauwelaerts de Agé in de Sportacademie Bloemendaal in 1954.Foto H. Hilterman via het Nationaal Archief

Geschiedenis

Het eerste kickboksgala leidde dus tot heftige reacties uit de maatschappij. Dat is daarna nog veel vaker gebeurd. Het is de reden waarom de Nederlandse Vechtsportautoriteit bestaat. Hoe kunnen het kickboksen, thaiboksen en MMA het beste samenwerken met de overheid?

Die geschiedenis gaat verder terug dan naar het eerste kickboksgala van 1976. Het is niet alleen kickboksen, thaiboksen en MMA, maar ook boksen, judo, jiujitsu en andere kracht- en vechtsporten. Al die disciplines en varianten zijn niet los van elkaar te zien.

Thom Harinck schreef dat zelf tenminste in dit boek Godfather of Muay Thai Kickboxing in the West. Begin jaren zeventig raakte hij bij het zogenaamde kyokushinkai per ongeluk een tegenstander in het gezicht, waarna hij werd gediskwalificeerd. Als mij dat zou gebeuren, zou ik ervoor zorgen dat ik dit niet nog een keer zou doen, maar Harinck koos een andere optie.

When I came home I started thinking: “I was the better fighter, but I got disqualified. I don’t think kyokushinkai is the style for me. Why don’t I combine the karate kicks with boxing?”

I worked at it at home for several months, researching many fighting styles through books and picking out everything I thougt efficient. I combined the traditional kicking and punching from kyokushinkai with English boxing and judo and started teaching it. It wasn’t just street fighting but also contained za-zen.’ 

Free-fight

Wat zo ruim vijftig jaar geleden begon, was daarmee een voortzetting van oudere technieken uit het westen en het oosten. Dat is essentieel om te onthouden, schreven de sportsociologen Maarten van Bottenburg en Johan Heilbron in 1995. Er woedde een heftig debat over free fight, omdat staatssecretaris Erica Terpstra dat wilde verbieden. En dat was gevaarlijk, schreven de wetenschappers, omdat de overheid dit standpunt baseerde op een gebrek aan kennis, ook historisch.

‘Kun je het free fight los zien van worstelen en kickboksen? Zijn de risico’s van het profboksen en het harde muay-thai kickboksen aanvaardbaar en die van het free fight niet? Ieder beleidsvoornemen op dit terrein moet berusten op inzicht in de samenhang tussen al die ringsporten waarbij contact is toegestaan. Die samenhang is een historisch gegeven.’

Door de teksten van Harinck, Van Bottenburg en Heilbron wordt duidelijk dat de vele tradities in vecht- en krachtsporten elkaar al heel lang beïnvloeden. Dat is allereerst belangrijk voor de sporters zelf om te weten. Het is ook essentieel in de relatie met de maatschappij, dus in het dagelijkse werk van de Vechtsportautoriteit. Die samenhang is historisch gegroeid en moet dus ook vanuit een breed historisch perspectief worden bekeken. Alleen dan is er goed beleid mogelijk.

De geschiedenis van kickboksen, thaiboksen en MMA is dus ook de geschiedenis van worstelen, judo en de eerste moderne sportschool, die al in 1887 door Eugen Sandow werd geopend in Amsterdam. Daar was het toen al mogelijk om met persoonlijke begeleiding te werken met halters, gewichten, wandtoestellen en speciale automaten voor de spierontwikkeling.

Misschien moeten we al die verschillende tradities in vecht- en krachtsporten daarom beschouwen als een groep van familie en vrienden. Ze komen elkaar overal tegen, vertellen verhalen en delen hun ervaringen. Het ene moment hebben ze de grootste lol en het andere moment weer ruzie. Uiteindelijk gaat ieder zijn of haar eigen weg, zoals wij dat straks ook zullen doen.

Academische figuurstudie van Eugen Sandow. Foto via het Rijksmuseum

Worstelen

Zo heeft iedereen wel een merkwaardige achterneef of een moeilijke tante. Dat geldt al helemaal voor de krachtsporters, want heel in de verte zijn die familie van de voetballers!

Daarvoor moeten we wel helemaal terug naar de begintijd van de moderne sport aan het einde van de negentiende eeuw, de tijd waarin de meeste regels nog moesten worden bedacht. Worstelen werd beschouwd als een zwaar onderdeel van atletiek. De loop- en veldnummers waren dan weer de lichte onderdelen.

Dat verschil zie je nu nog in de Duitse taal. Gewone atletiek is namelijk Leichtatletik. De krachtsporten worden samengevat als Schweratletik.

In 1889 werd de Nederlandsche Voetbal- en Athletiekbond opgericht, de voorloper van de huidige KNVB. Zoals de naam al zegt zaten de voetballers samen met de atleten, en daarmee dus ook de worstelaars. Dat duurde niet lang, want in 1895 gooiden de voetballers de atleten eruit. Daarna splitsen de worstelaars zich zelf weer af van de atleten en begonnen hun eigen bond.

En zo hebben de krachtsporters en het voetbal dezelfde voorouders.

Verboden

Bij het bestuderen van de geschiedenis van de kracht- en vechtsporten valt meteen op dat de relatie met de overheid niet altijd even goed was. We zagen het al bij de kickboksers van de jaren 70 en de free-fighters van de jaren 90. Dat is een terugkerend probleem in Nederland, óók bij andere sporten.

In 1815 werd de Zondagswet afgekondigd. Vanaf dat moment was het verboden om vóór 13 uur een openbare activiteit te organiseren, religieuze bijeenkomsten uitgezonderd. De sport heeft er heel veel last van gehad. En die wet bestaat nog steeds, onder andere met deze bepaling: ‘Het is verboden op Zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is.’

De Motor- en Rijwielwet was van 1905. Daarin stond dat wielerwedstrijden op de weg waren verboden. De wielrenners bouwden daarna tientallen wielerbanen, waar de overheid niets over had te zeggen. Deze wet werd wel afgeschaft, waarna Nederland goede wegrenners kreeg.

En dan was er het boksverbod, die in 1922 in Amsterdam werd ingevoerd, waarna nog eens tientallen gemeentes volgden. Rotterdam niet trouwens, zodat die sport in die stad zich verder kon ontwikkelen. Dit verbod werd in de Tweede Wereldoorlog beëindigd.

Ben Bril

Natuurlijk zorgt de sport zelf regelmatig voor problemen, maar toch is deze moeizame relatie met de autoriteiten erg jammer. In het geval van de kracht- en vechtsporten is die vaak gebaseerd op vooroordelen, wat het directe gevolg is van een gebrek aan historische kennis. De kernwaarden van discipline, respect en maatschappelijke betrokkenheid vinden we namelijk regelmatig terug bij deze sporten.

Bokser Ben Bril bijvoorbeeld groeide begin vorige eeuw op in de arme Joodse buurt in Amsterdam, bij het Waterlooplein. Hij was de meest succesvolle bokser van de jaren 30 en werd na de Tweede Wereldoorlog een vooraanstaande scheidsrechter bij internationale bokswedstrijden.

Bril heeft altijd gezegd dat hij door de sport zijn plek in het leven had gevonden. Als hij niet bij een boksclub was gegaan, was het waarschijnlijk slecht met hem afgelopen. Veel van zijn oude vrienden waren in de criminaliteit en armoede beland, maar hij had juist geleerd om discipline en respect te ontwikkelen. Zijn maatschappelijke loopbaan was positief beïnvloed door zijn sport.

Ben Bril. Foto Hugo van Gelderen via het Nationaal Archief

Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde hij zelf nog in de ring te stappen, omdat zijn Joodse familie er niet meer bij mocht zijn. Kort na het begin van de oorlog meldde hij zich bij Amsterdamse knokploegen, die vanuit zijn oude club werden aangestuurd. Zo kwam hij in verzet tegen het antisemitisme, samen met heel veel andere kracht- en vechtsporters.

Ik heb ongeveer 125 namen teruggevonden, bijna altijd Joods en in de meeste gevallen actieve sporters. Zij waagden hun leven voor het Joodse verzet, wat de meeste niet hebben overleefd. Over deze band tussen de vecht- en krachtsporten en het Joodste verzet is nog steeds weinig bekend, maar één ding is duidelijk: het was zeer moedig.

Zelfverdediging

Waar we ook nog heel weinig van weten, is de emancipatie in en rond de vecht- en krachtsporten. In sommige gevallen werden vrouwen al heel vroeg toegelaten, veel eerder zelfs dan in het voetbal of wielrennen. Dan praat ik niet over de Olympische Spelen, want daar duurde de uitsluiting van vrouwen juist het langste. Het gaat juist om de mogelijkheid voor vrouwen om trainingen te volgen in zelfverdediging, nog steeds een zeer actueel onderwerp.

Dit verhaal gaat al 125 jaar terug, want begin vorige eeuw verscheen het boek Meine Selbsthilfe. Jiu Jitsu Für Damen. Het was geschreven door de Zwitserse worstelaar Armand Cherpillod, die net kennis had gemaakt met jiujitsu. Het westen en oosten komen al zolang bij elkaar.

De titel maakte duidelijk dat vrouwen konden leren hoe zij zich moesten verdedigen bij geweld op straat of in huis. Zoals een Nederlandse krant in 1906 schreef: ‘Is de vrouw in staat, zich tegen de handtastelijkheden van zekere individuen met succes te verdedigen?’

Dit boek is de oudste melding van zelfverdediging voor vrouwen, die ik heb gevonden. Het stond vol tips en illustraties.

In 1928 volgde de eerste Nederlandstalige publicatie voor zelfverdediging voor vrouwen. Die was vertaald uit het Engels en ook vol foto’s, die lieten zien wat een vrouw moest doen als ze werd bedreigd. Zo werd haar uitgelegd dat ze haar rechterknie met kracht tussen de benen van de aanvaller kon plaatsen. ‘Dit doet hem onmiddellijk in elkaar zakken en u zult verder geen last van hem ondervinden.’

Honderd jaar later zijn er door het hele land gemeentes met gratis cursussen zelfverdediging voor vrouwen. Ik vond voorbeelden in onder meer Gilze en Rijen, Winterswijk, Hoeksche Waard en Amsterdam.

Piet Toepoel

Er wordt bij de vecht- en krachtsporten dus al heel lang nagedacht over de maatschappelijke positie van vrouwen. En ook binnen die sporten zélf gaat de emancipatie ver terug.

Piet Toepoel opende in 1911 in Den Haag een eigen boks- en vechtschool. Drie jaar later liet hij de eerste vrouwen toe. Zoals hij zei: ‘‘Boksen als spel bedreven, is ook voor de vrouw in elk opzicht eene voortreffelijke lichaamsoefening en evenals voor den man, de eenige wijze om vaardig tegen een aanrander te worden.”

Binnen de organisaties zelf was ook sprake van emancipatie. Paul van de Bor had sinds een eigen sportschool in Groningen, onder meer voor judo en jiujitsu. Zijn echtgenote Ans van de Bor – van Dammen was in die tijd ook op hoog niveau actief in deze sport. Zij was zelfs de allereerste vrouwelijke scheidsrechter in het Nederlandse judo. In het voetbal was dat toen nog niet toegestaan.

Iets vergelijkbaar gebeurde in Amsterdam bij het echtpaar Dick Vollenhoven en Tineke Sikkel, dat in 1957 de sportschool *** Ad Astra opende, onder meer voor Aziatische gevechtstechnieken. Man en vrouw hadden vanaf het begin een gelijkwaardige rol. Sikkel was één van de hoogst geklasseerde judovrouwen van Nederland. Het echtpaar gaf trouwens ook les aan predikanten, maar dat deden ze dan weer stiekem.

Jiujitsu voor dames, foto uit 1928 uit het publieke domein via het Nationaal Archief

Het zijn slechts enkele voorbeelden, maar er zijn nog zoveel meer. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de vecht- en krachtsporten als emancipatiemotor voor nieuwkomers in Nederland. Hoe Ruud van der Linden het boksen op de Albert Cuyp gebruikte om straatjongeren te integreren in onze samenleving, zoals ik die verhalen ook ken van Thom Harinck en vele andere betrokkenen.

Precies vijftig jaar na het eerste kickboksgala is daarom een goed moment om te wijzen op deze maatschappelijke geschiedenis van kickboksen, thaiboksen en MMA en alle andere varianten in de kracht- en vechtsport. We moeten op zoek naar die verhalen, attributen en inzichten om die vast te leggen in boeken, archieven en exposities. En om beleid te maken, voor de toekomst van die sporten.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al dertig jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.