Olympische SpelenSport en politiekZomerspelenZwemmen

19 december 1936: zwemkampioenes planten olympische eikjes

Tijdens de Olympische Spelen van 1936 kregen alle kampioenen een eikenzaailing als geschenk, omdat de Duitse organisatie die beschouwde als een symbool van kracht. Zo kwamen er zes eikenbomen naar ons land, want zoveel gouden medailles werden er gewonnen door Nederlandse sporters. De enige twee olympische eikenboompjes in Nederland die er nog zijn staan achter het Olympisch Stadion.


Op 19 december 1936 was er een speciale bijeenkomst waarbij twee eikenboompjes in de grond werden gezet. De toenmalige directeur van het stadion zei in zijn toespraak, dat hij hoopte dat de zwemsters de tijd zouden meemaken dat deze planten tot statige eiken zouden zijn uitgegroeid. Daarna werden ze in de grond gezet en overleefden de oorlog en de Hongerwinter.

Ruim tachtig jaar later staan ze inderdaad als statige eiken aan het water, een levende herinnering aan de beruchte Olympische Spelen van 1936, die door de nationaalsocialisten werden misbruikt voor propaganda. Deze bomen maken zo onderdeel uit van onze nationale sportgeschiedenis, al voelt het misschien ongemakkelijk. Tijdschrift ‘Ons Amsterdam’ sprak in 2009 zelfs over “foute bomen”, alsof die eikjes tijdens de oorlogsjaren openlijk met de bezetter hadden gecollaboreerd.

De Nederlandse zwemvrouwen van 1936

Deze ogenschijnlijk onschuldige natuur wordt daarmee bijna één op één vergeleken met het zogenaamde ‘schuldige erfgoed’ of ‘dadererfgoed’, objecten in het Nederlandse landschap die achtergelaten zijn door de nationaalsocialisten. Een bekend voorbeeld van zulke nalatenschap is de ‘Muur van Mussert’ in  Lunteren, waar een emotionele discussie over woedt wat we er in onze tijd mee moeten doen.

Een ander voorbeeld is een sporthal in het Gelderse Ellecom, die mede door Joodse dwangarbeiders onder gruwelijke omstandigheden is aangelegd. Die hal wordt momenteel gerenoveerd als enige nationaal-socialistische architectuur in Nederland met een monumentenstatus.

De eikenbomen werden echter al vóór de bezettingsjaren geplant, geheel vrijwillig. De olympische kampioenen van 1936, van wie deze bomen zijn geweest, hebben tijdens de oorlog geen enkele oorlogsmisdaad gepleegd, waarmee er ook op die manier geen negatieve associaties zijn.

Tijdens de Nationale Sportherdenking van 2017 werd over deze bijzondere bomen gesproken. Wat moeten we doen met elementen uit ons nationale sportverleden, die direct of indirect een band hebben met de Tweede Wereldoorlog? Behoren deze eikenbomen tot ons ‘schuldig erfgoed’, net als de Muur van Mussert, of niet?

Advertentie

Bestel bij Bol.com

 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.