NieuwZwemmen

De Amerikaanse zwemlegende Johnny Weissmuller op bezoek in Amsterdam

Op 2 januari 1904 werd de Amerikaanse zwemlegende Johnny Weissmuller geboren, één van de grootste sporthelden van zijn tijd. In 1924 en 1928 zwom hij wereldrecords in Amsterdam, maar die werden niet erkend.

Johnny Weissmuller werd geboren als János Weißmüller. Zijn ouders woonden in de voormalige dubbelrepubliek Oostenrijk – Hongarije, waarvandaan ze vertrokken toen hij zeven maanden oud was. Vanuit Rotterdam vertrok de boot naar de Verenigde Staten, waar de achternaam werd veranderd in Weissmuller. Al jong trok hij als zwemmer de aandacht en kwam op twaalfjarige leeftijd in het YMCA-zwemteam.

Op 4 augustus 1922 werd hij opgemerkt in de Nederlandse krant Het Vaderland: ‘Ziedaar Johnny Weissmuller, een knaap van 17 jaar, geboren te Chicago, die al die geweldige kampioenen ver in de schaduw stelt. Weissmuller zwemt nu pas een jaar voor de Illinois A.C. en hij is thans reeds de meest beroemde kampioen van deze eeuw!

Back Barrack, de trainer, beweert, dat Johnny de snelste zwemmer is, die ooit geleefd heeft. Voor een wedstrijd, zegt Back, vraagt hij mij steeds hoe het record is op dien afstand. Zeg ik ’t hem, dan antwoordt hij stereotiep: Well, ik zal dat kloppen!’ Aldus Het Vaderland, dat zich een jaartje vergiste in de leeftijd van Weissmuller.

In Amsterdam

Twee jaar later was de zwemmer in Amsterdam, nadat hij successen had geboekt op de Olympische Spelen in Parijs. De Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef op 29 juli 1924: ‘Gisteravond om 9 u. 42 zijn een aantal Amerikaansche zwemmers, die aan de Internationale zwemwedstrijden van het IJ op Zondagmiddag 3 augustus a.s. in het voormalig Badhuis Obelt zullen deelnemen, te Amsterdam aangekomen. Aan het Centraalstation werden ze door den voorzitter van het IJ, den heer C.V. Kramer, verwelkomd.’ De andere zwemmer was Harold Kruger.

Weissmuller zou in Amsterdam proberen het wereldrecord op de 100 meter te verbeteren, meedoen aan een waterpolowedstrijd, en vanaf de duikplank – zo meldde de N.R.C. – ‘hoogstwaarschijnlijk zijn 1 ½ salto maken.’ Het weer zat niet mee, maar desondanks waren veel mensen komen opdagen om Weissmuller met eigen ogen te zien.

Het ruwe water

Ze zagen de Amerikaanse zwemmer inderdaad iets moois doen vanaf de duikplank en hem zijn wedstrijden winnen. Samen met Kruger zwom hij zelfs een 4 x 100 meter tegen een Amsterdams viertal. Alhoewel de Amerikanen maar met zijn tweeën waren, wonnen ze met een voorsprong van twaalf meter. ‘Toch liet Weissmuller nog even iets bijzonders zien’, aldus Het Vaderland, ‘ door zijn tegenstanders bij te laten komen om de laatste 20 Meter een formidabele spurt in te zetten.’ Alleen was het beloofde wereldrecord nog niet gelukt vanwege ‘het ruwe water’.

Door het grote succes werd er voor de volgende ochtend nog een wedstrijd aangekondigd, waar inderdaad het wereldrecord werd gebroken. De Wereldzwembond erkende de tijd echter niet, omdat er sprake was geweest van een zogenaamde handicaprace, waarbij de tegenstanders een voorsprong kregen om het spannend te houden. Amsterdam baalde als een stekker: ‘Was men van deze bepaling op de hoogte geweest, dan zou men allicht en zeer zeker den handicapwedstrijd hebben laten vervallen en daarvoor gewoon de 100 meter laten verzwemmen.’

Niet als zoodanig

Weer vier jaar later was Weissmuller in Amsterdam om er voor de laatste keer mee te doen aan de Olympische Spelen. Daaraan voorafgaand zwom hij in de hoofdstad opnieuw een wereldrecord op de 100 meter, maar dat werd wederom niet erkend. Plaats van handeling was het zwembad van de A.M.V.J. aan het Leidsebosje.

Het Vaderland meldde hierover op 5 augustus 1928 dat Weissmuller had gezwommen ‘in den tijd van 56,1 seconde’ – ruim een seconde beter dan zijn staande wereldrecord van 57,3 seconden. ‘Daar dit record echter niet officieel is opgenomen, kan het natuurlijk niet als zoodanig worden erkend en gehomologeerd.’

Met de wereldrecords wilde het dus niet lukken in de hoofdstad, maar tijdens de Spelen van Amsterdam vestigde hij wél olympische records. In de finale van de estafette van de heren wonnen de Verenigde Staten – met Weissmuller erbij. De N.R.C. schreef: ‘Weissmuller deed het kalm aan. Desondanks ging het Olympisch record er met twintig seconden aan.’

Ook in de halve finale 100 meter vrije slag vestigde hij een nieuw olympisch record. De finale was moeilijker dan verwacht, maar hij won wel. ‘Johnny Weissmuller noemde zijn tijd slecht en weet dat aan ’t feit, dat het water, door de deining, die de zeven sprinters maakten, te veel van de wanden van het bassin teruggolfde.’

In zijn hele loopbaan won hij in totaal vijf gouden olympische medailles. Ook behaalde hij brons in 1924 met het waterpoloteam. Behalve als sportheld verwierf Weissmuller wereldfaam als filmster. Tussen 1932 en 1950 speelde hij in negentien Tarzan-films, maar toch verliepen zijn laatste jaren in eenzaamheid.

Op 20 januari 1984 is hij overleden. Hij wordt onder meer nog herinnerd op de Hollywood Walk of Fame én met een inscriptie in het Olympisch Stadion in Amsterdam.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.