NieuwZwemmen

Honderdvijftig jaar geleden was in Amsterdam de oprichting van de eerste zwemclub van Europa

De Amsterdamsche Zwemclub 1870 is de oudste zwemclub van Europa. Dat de meeste Nederlanders kunnen zwemmen, hebben we onder meer te danken aan deze pioniers. Een gratis verhaal, maar een donatie voor ons werk is welkom – onderaan deze pagina. 

Op 25 juni 1870 was de oprichting van AZ 1870 met als doel de zwemsport meer vertrouwd te maken. Dat was anderhalve eeuw geleden geen overbodige luxe, omdat er maar weinig mensen waren die zichzelf konden redden als ze in het water vielen. Het ging dus niet alleen over sport, maar nog meer over veiligheid.

Het eerste jaarverslag

De oudste melding in de kranten van deze club is al van 31 mei 1870 toen het Nieuws van den Dag schreef: ‘Naar wij vernemen vereenigden zich Zaterdagavond in de Bad- en Zweminrichting van den Heer C.J. Löwenstrom, aan den Westerdoksdijk alhier, eenige jongelingen, met het doel het wenschelijke te bespreken om hier ter stede eene Amsterdamsche Zwem-Club op te richten. Bereids werd aldaar een voorloopig bestuur uit de aanwezigen gekozen, ten einde uitvoering aan dit plan te geven.’

Op 19 april 1871 was de eerste terugblik, handgeschreven in een notitieboekje, en daarin werd bevestigd dat de oprichting in twee stappen was verlopen. De eerste elf leden meldden zich op 28 mei, gevolgd door dertig nieuwe aanmeldingen op 25 juni. Op die 25e juni werden echter de statuten officieel vastgelegd, het fundament van de organisatie.

De eerste zwemwedstrijd

Hoe dan ook: de Amsterdamsche Zwemclub was de eerste in zijn soort. In de jaren daarvoor waren er al zwemwedstrijden georganiseerd, de eerste zelfs al op 23 september 1844 in Den Haag was door een burger-zwemschool aan het kanaal naar Scheveningen. Zoals de Rotterdamsche Courant een dag later schreef: ‘Gisteren had alhier een wedstrijd plaats, die wel is waar nieuw in zijne soort, maar, den aard van ons Land in aanmerking genomen, ook op meer plaatsen van ons Vaderland nagevolgd, althans zeker aangemoedigd verdient te worden.’

Een echte zwemclub bestond alleen nog niet totdat die in 1870 in Amsterdam werd opgericht. ‘Het doel dezer Amsterdamsche Zwem-Club zal zijn,’ legden de aanwezigen vast, ‘het zwemmen meer algemeen te doen worden en zoo mogelijk jongelingen, welke hunne maatschappelijke loopbaan op of over het water wenschen te zoeken, in de gelegenheid te stellen, de voor hen zoo onontbeerlijke zwemkunst te beoefenen. Voorts behoudt zij zich voor, om voor het redden van drenkelingen geldelijke belooningen te mogen uitreiken, en eindelijk nog het houden van zwemwedstrijden met uitloving van prijzen en premiën.’

Triebels en Bredius

Twee van de belangrijkste personen van de zwemclub in de eerste decennia waren waren M.E. Bredius en J.E. Triebels-Koens, bijgenaamd De Zwemmoeder. De naam van Bredius is inmiddels vastgelegd in een naar hem vernoemd zwembad.

Triebels-Koen was niet allen geïnteresseerd in de sport, maar ook in de veiligheid. In 1886 richtte ze de Hollandsche Dames Zwemclub op, de eerste zwemclub voor vrouwen in Nederland. Deze nieuwe club gaf gratis zwemlessen aan minvermogende vrouwen en meisjes.

Zo begon Triebels-Koens aan haar strijd voor zwemlessen, in de jaren dertig bekend geworden onder de leus ‘Elke Nederlander Zwemmer’. In het jubileumboek van de KNZB uit 1938 wordt duidelijk hoe belangrijk zij was voor zowel de bond als de sport: ‘Zij werd de onvermoeide en krachtige propagandiste voor het doel van den bond, een centrale figuur die als de moeder in het gezin allen tot zich trok, een figuur zooals werkelijk maar eens de vijftig jaar naar voren komt. Het is niet mogelijk zich de Zwembond voor te stellen zonder Moeder Triebels. God geve dat wij haar nog jaren in ons midden mogen behouden.’

Koningshuis

Het belang van die club werd tot in koninklijke kringen opgemerkt, bleek in 1895 tijdens de viering van het 25-jarig bestaan. De club ontving toen een zilveren medaille van de koningin ‘om te dienen tot prijs voor den wedstrijd “gekleed duiken”.’ Daarnaast gaf Emma een kleine zilveren medaille ‘voor den volkswedstrijd’.

Bij het eeuwfeest in 1970 kreeg de club de koninklijke eretitel. Wéér een jubileum: vandaag is dat tenslotte precies een halve eeuw geleden.

Het archief van de Koninklijke AZ 1870 ligt bij het Stadsarchief en is voor een groot deel digitaal te raadplegen – hier.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.