NieuwZwemmen

Nederlandse zwemvrouwen van wereldklasse

In de jaren dertig was Nederland het allerbeste zwemland ter wereld bij de vrouwen, waar de Duitsers, Japanners en Amerikanen slechts met jaloezie naar konden kijken. Op de Olympische Spelen van 1936 werd deze status bevestigd door de nationale damesestafetteploeg.

Willy den Ouden, Rie Mastenbroek, Jo Timmermans en Jopie Selbach tijdens het EK van 1934 in Maagdenburg

Het Nederlandse zwemmen van de jaren dertig was van wereldklasse – bij de vrouwen dan. Het hoogtepunt hiervan was op de Olympische Spelen in Berlijn bij de finale van de damesestafetteploeg. Juist in die wedstrijd was de tegenstand het grootst, omdat gastland Duitsland voor een uitzinnig thuispubliek goud wilde winnen. Tijdens de 4 x 100 meter vrij hadden Rie Mastenbroek, Willy den Ouden, Jopie Selbach en Tini Wagner daarom meer te verliezen dan alleen een gouden medaille: de status van Nederland als zwemland stond op het spel.

Felicitaties

Al in 1934 liet deze ploeg zien waartoe het in staat was. Op het Europese Kampioenschap in het Duitse Maagdenburg verpulverde Nederland de tegenstanders in een tijd van 4.41,5. Bijna negen seconden later tikten de Duitsers aan, die daarmee op de tweede plaats eindigden. ‘In het Nederlandsche kamp heerschte begrijpelijkerwijze groot enthousiasme en de zwemsters hadden van alle kanten felicitaties in ontvangst te nemen.’

Op dit toernooi zat Wagner overigens nog niet in de ploeg, maar Ans Timmermans. Twee jaar later, toen Nederland in de aanloop naar Berlijn 1936 naar een nieuw wereldrecord zwom, was Wagner wél definitief opgenomen. Ze moest zich blijkbaar nog aanpassen, want ondanks de nieuwe recordtijd viel juist haar bijdrage tegen. Gelukkig was Den Ouden in bloedvorm om de opgelopen schade meteen te herstellen. In de twee daaropvolgende maanden handhaafde Wagner zich en werd daarmee definitief opgenomen in het Olympische team. Timmermans moest zich tevreden stellen als reserve.

In die tijd was Den Ouden al wel een vaste kracht. Op de Spelen van 1932 in Los Angeles maakte ze indruk met een zilveren medaille, en was ze een populaire verschijning. “We hebben een mooie reis gehad, veel gezien, gereisd en meegemaakt,” zegt ze na die Spelen tegen Polygoon. Maar als sporter moet je niet te lang stilstaan bij het verleden, en dus wendde ze zich tot de camera met een opwekkende boodschap: “Dames en heren: deze keer ben ik op de Olympiade tweede geworden. Ik hoop dat ik over vier jaar eerste zal worden.” Toen dan eindelijk de Spelen in Berlijn aanbraken, had ze maar liefst acht wereldrecords op haar naam staan.

Rie Mastenbroek in 1934

Tien wereldrecords

En ook Mastenbroek was een klasse apart. Vooral haar eindsprint was fenomenaal en beslissend in finales. Op het moment dat ze naar Berlijn vertrok, was ze houdster van twee wereldrecords. Met Den Ouden en Mastenbroek herbergde het estafetteteam dus tien individuele wereldrecords! Het was niet vreemd dat Nederland torenhoog favoriet was.

Plaatsing voor de olympische finale ging via twee seriewedstrijden met negen landen. Hiervan plaatsten zich zeven voor de eindstrijd, dus slechts twee landen vielen af in deze voorselectie. Nederland hoefde zich daarom weinig zorgen te maken. Het was die dag ook nog eens lekker weer – zonnig en ongeveer 22 graden – maar dat gold natuurlijk ook voor de andere deelnemers.

Het kostte de Nederlandse vrouwen inderdaad weinig moeite om zich te plaatsen. Hun tegenstanders Denemarken, Japan en Duitsland waren absoluut niet opgewassen tegen het zwemgeweld van met name Mastenbroek en Den Ouden. De Duitsers werden tweede in deze serie, maar zij wisten dat het pas om de volgende wedstrijd draaide: de finale in eigen huis tegen het beste zwemland ter wereld. Die moest worden gewonnen – de rest was bijzaak.

Het was beroerd weer tijdens de finale – stromende regen en slechts veertien graden – maar dat gold natuurlijk ook voor de andere deelnemers. Alle plaatsen rond het bad waren bezet om deze prestigeslag bij te wonen. ‘Haast ademlooze stilte heerschte, toen het startschot klonk.’

Willy den Ouden geeft de plantjes water

Selbach opende voor Nederland, die haar Duitse tegenstander net iets eerder zag aantikken. Wagner startte daarom met een kleine seconde achterstand haar race. De stilte op de tribunes was dan allang verdwenen: ‘De aanmoedigingskreten van het duizendkoppige Duitsche publiek schalden door het stadion, maar de Nederlandsche kolonie weerde zich niet minder.’

Ook Wagner verloor licht terrein, maar Den Ouden zwom het gat dicht – geheel volgens haar stand. En toen was het de beurt aan Mastenbroek, die het moest afmaken. Het was voor mevrouw van Wuyckhuise, die de zwemsters begeleidde, het teken dat het goed ging: “Wat hebben we in spanning gezeten bij de estafette! Ik voel mijn hart nog bonzen als ik eraan denk. Maar toen ik Rie zag zwemmen, was het in orde.”

En dat terwijl Mastenbroek de meeste wedstrijden van iedereen had gezwommen en menselijk gesproken aan het einde van haar krachten moest zijn. Toch was het opnieuw haar beroemde eindsprint, die de beslissing forceerde. ‘Machtig kwam Rie opzetten. Met duidelijke voorsprong tikte Rie als eerste aan en toen klonken overal juichkreten van de vele Nederlanders.’

De kroon was geplaatst op het Nederlandse vrouwenzwemmen. Nederland was definitief het sterkste land ter wereld. ‘De vreugde in het Oranje-kamp is moeilijk te beschrijven.’

Eikenboompje

Tijdens de huldiging in Berlijn ontvingen de Nederlandse zwemsters niet alleen een medaille, maar ook een piepklein eikenboompje. Zoals de organisatie hier zelf over schreef: ‘De kampioenen krijgen deze kleine eikenboom als een aandenken aan het land dat de 11e Olympische Spelen organiseerde.’

Terug in Nederland werd deze boom geplant bij het Olympisch Stadion in Amsterdam. ‘De directeur van het Stadion, dhr. J.J. van den Berg, aanvaardde in dank de beide planten, welke altijd den tijd der groote successen op zwemgebied in de herinnering zullen vasthouden.’ Ook Nida Senff plaatst hier haar eik, zodat er twee naast elkaar staan – nog steeds!

De boompjes stonden aanvankelijk voor de hoofdingang, naast de Marathontoren, maar in 1952 werden deze verplaatst naar de achterzijde. Dick Bessem, in die tijd stadiondirecteur, was bang dat het anders verkeerd zou aflopen: “De bomen stonden er wat schriel bij, bijna nooit zon en altijd in de gure noordenwind. Ze hadden vast de geest gegeven. Dat was een reden om ze over te planten.” Inmiddels zijn ze uitgegroeid tot enorme bomen.

Zo is de nalatenschap van zwemland Nederland in de jaren dertig bij het Olympisch Stadion nog steeds te zien door de twee eikenbomen aan de achterkant van het gebouw.

De olympische eik

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.