NieuwOlympische SpelenZomerspelenZwemmen

Rie Mastenbroek en de strijd om de bonbon

Op 26 februari 1919 is Rie Mastenbroek geboren, drievoudig olympisch kampioene in 1936.

Sportief Rotterdam leeft in 1936 in een roes. Feyenoord is kampioen van Nederland, en elftalaanvoerder Puck van Heel staat in het middelpunt van de belangstelling vanwege zijn vijftigste interland. In dat jaar legt de volksclub de laatste hand aan de Kuip – het magistrale nieuwe stadion dat groter is dan het Olympisch Stadion in Amsterdam. Ook de wielerliefhebbers genieten, want voor de eerste keer is er een Zesdaagse in de stad. Het mooiste van alles is toch wel het enorme succes van zwemster Rie Mastenbroek op de Olympische Spelen in Berlijn. Met drie gouden en één zilveren medaille is ze de ster van 1936 – samen met Jesse Owens.

Al die opwinding staat in schril contrast met de sleur van de Nederlandse vrouwelijke deelnemers in Berlijn. Ondanks de prestaties van met name de zwemsters – van de vijf Olympische disciplines winnen ze er vier! – is er tussen de wedstrijden door weinig te beleven. Ze zitten namelijk niet in het Olympisch Dorp en hebben weinig afleiding. ‘Zoo ging men dan uit verveling om acht uur of half negen naar bed,’ tekent een journalist op. Heel vervelend, maar misschien heeft die verveling er juist voor gezorgd dat Mastenbroek haar derde gouden medaille wint.

Mastenbroek zwemt de finale van de 400 meter vrije slag op de slotdag van de Spelen. Ze is wat vermoeid door de vele wedstrijden en hoopt dat ze nog één medaille zal winnen – na de drie eerdere plakken. Ze moet dan vooral het gevecht aan met de Deense Ragnhild Hveger, die in de series al een Olympisch record breekt. ‘Op een zege rekende men in het Nederlandsche kamp allerminst,’ schrijft een journalist in een realistische bui.

Vlak voor de finale begaat Hveger echter een fout, die wellicht wordt uitvergroot omdat Mastenbroek zich de dagen ervoor zo heeft verveeld. De Deense trakteert iedereen namelijk op een bonbon, behalve Mastenbroek. De Rotterdamse is woedend en zweert wraak: “Daar zul je spijt van krijgen!” De laatste zwemfinale van 1936 wordt daarmee De Strijd Om De Bonbon.

Het zwemstadion is bezet tot op de laatste plaats. Het publiek smult, want Mastenbroek en Hveger strijden tot op de laatste centimeter om de eindzege. ‘De hoop bij de Nederlanders steeg voortdurend’, meldt het wedstrijdverslag. ‘Men kende de zwemwijze van onze kampioene en men wist dat, wanneer zij over voldoende reservekrachten zou beschikken, ons land de vierde gouden medaille in de zwemwedstrijden zou behalen.’

Pas dertig meter voor het einde beslist Mastenbroek de finale met de verwachte eindsprint. ‘Met onweerstaanbaar élan kwam ze opzetten. Daar was de kleine Hveger niet tegen bestand. Rie zwom royaal voorbij en met flinken voorsprong tikte zij als eerste aan.’

De drievoudig kampioene krijgt op deze Spelen een huldiging, die vermoedelijk geen andere Nederlandse sporter ooit heeft gehad. Meer dan 100.000 toeschouwers zitten in een verduisterd Olympisch Stadion. Het enige licht komt van enkele schijnwerpers, die zijn gericht op de Rotterdamse. ‘Het was voor de Nederlanders, die nog aanwezig waren in deze ontzagwekkende volte en de wonderlijke sfeer beleefden, een ontroerend oogenblik, toen het Wilhelmus werd ingezet.’ Eind vorige eeuw toont Mastenbroek zich nog steeds onder de indruk in een gesprek met Wilfried de Jong. “Het was gigantisch.”

Advertentie

Bestel bij Bol.com

 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.