Home > Schaatsen > 19 december 1676: de Twaalfstedentocht van Noord-Holland
Schaatsen

19 december 1676: de Twaalfstedentocht van Noord-Holland

De Elfstedentocht is heel oud, maar in Noord-Holland was er nog eerder al een Twaalfstedentocht geschaatst.

De oudste melding van de Elfstedentocht is uit 1749 als wordt geschreven over ‘Pier die d’ellef Steden van Vriesland op één dag heeft in het rond gereden’.

Veertien jaar later verschijnt het boek Historische Beschryvinge van Friesland: ‘Het is ook meer als eens gebeurt dat goede Schaatse-ryders op een winterse dag alle XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben.’

De Twaalfstedentocht

Een kleine honderd jaar eerder lag Amsterdam al op de route van de Twaalfstedentocht, een monsterlijk lange tocht van bijna 300 kilometer door Noord-Holland – langs Haarlem, Amsterdam, Weesp, Naarden, Muiden, Monnikendam, Edam, Purmerend, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik en Alkmaar. Op 19 december 1676 vertrokken Claes Ariszoon Caeskoper, Maijndert Arent, Jakop Blau en Jakop Buur om vier in de ochtend – allemaal als inwoner van Koog aan de Zaan. Om half negen ’s avonds waren zij weer thuis.

Deze schaatsers reden bij volle maan, wat twee dagen vóór de kortste dag van het jaar noodzakelijk was. Op 19 december 1676 kwam de zon pas iets na acht uur op en was al om kwart voor vier ’s middags weer onder. Van de ruim zestien schaatsuren was anders meer dan de helft in het donker of schemer gereden.

Claes Caeskoper was de gangmaker, afkomstig uit de gegoede Zaanse burgerij. In zijn aantekeningen beschreef hij kort en zakelijk zijn Twaalfstedentocht, want het enige wat hij vastlegde was de volgorde van steden en dat het na vertrek uit Alkmaar begon te sneeuwen.

Alleen door deze persoonlijke aantekeningen weten we van de Twaalfstedentocht, want verder werd er weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Waar de Elfstedentocht in Friesland vanaf de zeventiende eeuw een terugkerend verschijnsel is geworden van dappere individuen met sinds 1909 een georganiseerde tocht, gebeurde dat niet in Noord-Holland. Sinds 1676 is deze tocht slechts één keer herhaald door de gebroeders Klaas en Willem Oostindie, net als hun voorgangers afkomstig uit Koog aan de Zaan.

Klunen en storm

Op 29 december 1822 passeerden de broers ook de twaalf steden van Noord-Holland, alhoewel zij deze andersom aflegden. Omdat de Zuiderzee nog niet was bevroren, moesten ze dertig kilometer extra afleggen, waarvan een groot deel klunend. De wind werd gedurende de dag steeds stormachtiger. Pas na 24 uur waren ze thuis, waarna zelfs De Nederlandsche Staatscourant erover schreef. Zelf deden ze dat in de Algemeene Kunst- en Letter-Bode van 1828.

In de twee eeuwen daarna heeft nooit iemand voor een derde keer de twaalf Noord-Hollandse steden op één dag geschaatst, alhoewel De Telegraaf op 25 december 1938 een poging heeft gewaagd: ‘Voelt niet één der ijsclubs in het Westen des lands zich geroepen in deze vorstperiode den 12-stedentocht te doen herleven?’

Dagblad De Zaanlander reageerde positief. ‘Waar zijn de Zaansche nazaten?’ vroeg het zich op 29 december 1938 retorisch af. ‘Voelen zij er niets voor om morgenavond bijeen te komen, overmorgen de twaalfstedenbaan te verkennen, Donderdag de organisatie op papier vast te stellen en diezelfde avond per radio de twaalfstedentocht op Nieuwjaarsdag uit te schrijven?’

Het is er nooit van gekomen.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.