Home > Nieuw > De oprichting van de Internationale Schaatsunie
NieuwSchaatsen

De oprichting van de Internationale Schaatsunie

Tijdens het Internationaal Schaatsenrijders Congres in Scheveningen was de oprichting van de internationale schaatsbond. Deze organisatie moest een einde maken aan de sportieve chaos van dat moment.

Scheveningen, 23 juli 1892. Voorste rij: Ladislaus Stuller (Budapester Eislauf-Verein), dr. O. Bohn (Deutscher und Österreichischer Eislauf-Verband), Jonkheer A. E. Barnaart, president van het congres (Nederlandsche Schaatsenrijdersbond,) Kapitein Victor Balck (Stockholmer und Gothenburger Eislauf-Verein) en dr. G. Cunningham (National Skating Association). Tweede rij: E. L. Graaf van Limburg Stirum (Nederlandsche Schaatsenrijdersbond), Willem Mulier, secretaris van het congres, en W. M. van Son tot Gellicum (Amsterdamsche IJsclub). Derde rij: mr. M. Mzn. van Heloma (Nederlandsche Schaatsenrijdersbond), Ch. Goodman Tebbutt (National Skating Association), G. Beverley Cooper (National Skating Association) en Mr. B. van Eeten (Nederlandsche Schaatsenrijdersbond), Bovenste rij: Tibor Földvary (Budapester Eislauf-Verein), Newton Digby en Ch. Crute (National Skating Associati- on), en H. Kolff (Nederlandsche Schaatsenrijdersbond). Bron: Balbian Verster, Jan de. De Amsterdamsche IJsclub 1864-1914. Gedenkschrift bij het 50-jarig bestaan. [s.l.: s.n.], [1915].

Van juni tot oktober 1892, tijdens het badseizoen, werd in Scheveningen de ‘Internationale Sport-, Visscherij-, en Paardententoonstelling’ gehouden. Voor de ontwikkeling van de sport in Nederland zou dit evenement van grote betekenis blijken te zijn. Omdat de tentoonstelling ook veel internationale belangstelling trok, besloot het bestuur van de in 1882 opgerichte Nederlandsche Schaatsenrijders Bond de gelegenheid te baat te nemen om van 22 tot en met 24 juli een ‘Internationaal Schaatsenrijders Congres’ bijeen te roepen, met als doel de oprichting van een internationale schaatsbond.

Op 23 en 24 juli 1892 was de daadwerkelijke oprichtingsvergadering van de Internationale Eislauf Vereinigung, wat nu de Internationale Schaatsunie is. Het eerste besluit van de aanwezigen was dat elk land één stem kreeg, waarna de afstanden van de internationale vierkampen werden besproken. ‘Er werd bepaald’, schreef het Algemeen Handelsblad op 27 juli 1892, ‘dat de Engelsche maten daarbij niet meer zouden gebruikt en in ’t vervolg bij int. kampioenschappen alleen over 500, 1500, 5000 en 10000 M. zou worden gereden.’

Er werd nog een besluit genomen: ‘Voorts zal er in alle internationale kampioenritten op tijd en in paren worden gereden; over de korte afstanden zullen ook eindritten kunnen worden gehouden.’ In onze tijd noemen we dat finaleritten, inmiddels alweer afgeschaft.

DIT VERHAAL IS AFKOMSTIG UIT DE SPORTWERELD, HET ENIGE BLAD OVER SPORTGESCHIEDENIS IN NEDERLAND EN VLAANDEREN
NEEM HIER EEN ABONNEMENT VOOR €25 PER JAAR

Chaos

Het initiatief voor de internationale schaatsbond kwam voort uit de chaos die destijds in de schaatswereld leefde. Rijders die zichzelf tot kampioen uitriepen, en records waar vaak aan getwijfeld werd, omdat ze werden geclaimd op allerhande afstanden in meters of mijlen.

Dat de Nederlandse schaatsbond dit initiatief nam lag voor de hand. Al vanaf 1889 hadden eerst de Amsterdamsche Sport Club en daarna de Amsterdamsche IJsclub het initiatief genomen tot een officieus wereldkampioenschap. Dit toernooi werd alom erkend als het enige serieus te nemen wereldkampioenschap voor amateurs.

In de internationale ontwikkeling van de sport waren de schaatsers voorlopers. Van alle huidige olympische takken van sport is alleen de internationale roeibond (FISA) ouder: die werd een maand eerder, op 25 juni 1892, in Turijn opgericht.

Dit is een ingekorte versie van een artikel van Marnix Koolhaas in het sporthistorische tijdschrift De Sportwereld. Het complete artikel staat hier.

Marnix Koolhaas
Marnix Koolhaas werkt sinds 1986 voor de VPRO, o.a. als presentator/eindredacteur van het programma OVT, Andere Tijden en Andere Tijden Sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Zo verscheen in van zijn hand "Schaatsenrijden - een cultuurgeschiedenis". Op dit moment werkt hij aan een geschiedschrijving van het langebaanschaatsen.