NieuwSchaatsen

Amsterdam liep massaal uit voor Jeen van den Berg, de populairste Fries van 1956

De winter van 1956 was heel prettig voor schaatsliefhebbers. En voor Jeen van den Berg al helemaal.

Jeen van den Berg bij zijn wedstrijd in het Amsterdamse Bos, foto Joop van Bilsen via het Nationaal Archief

Abe Lenstra was de populairste sporter uit Friesland. Zeventig jaar geleden had hij wel een grote concurrent.

Jeen van den Berg was verwonderd over het enthousiasme dat Amsterdammers voor een schaatswedstrijd kunnen opbrengen

Natuurijs

Op 26 februari 1956 kwam er voor Jeen van den Berg een einde aan een zeer opmerkelijke schaatswinter. In de voorgaande maanden had deze Friese schaatser meegedaan aan tientallen wedstrijden in Nederland en het buitenland.

Deze winter is nog steeds de enige met zowel de Olympische Winterspelen als de Elfstedentocht. Van den Berg deed aan allebei mee en sloot uiteindelijk dit schaatsseizoen af op het ijs in het Amsterdamse Bos, toegejuicht door zo’n 50.000 bezoekers.

De winter van 1956 was ook één van de laatste waarin de Nederlandse schaatsers afhankelijk waren van natuurijs na strenge vorst. Er bestond nog geen kunstijsbaan in ons land, zodat er pas wedstrijden werden georganiseerd als het koud genoeg was. Het was in die tijd dus niet eens zeker of er elk jaar een NK allround kon worden gereden.

De beste schaatsers werden daarom door de KNSB opgenomen in een kernploeg om te trainen in het buitenland, waar het wél koud genoeg was. De grote wedstrijden werden ook allemaal daar gereden.

Elfstedenwinnaar

In januari 1956 was Jeen van den Berg de hele maand in het buitenland. Twee jaar eerder was hij een nationale bekendheid geworden nadat hij de Elfstedentocht had gewonnen. Op 3 januari werd hij opgenomen in de nationale schaatsploeg met uitzicht op deelname aan de Winterspelen in Cortina d’Ampezzo. In de weken daarna kwam hij onder meer in actie in Hamar en Davos.

Tot vlak voor de openingsceremonie van de Winterspelen bleef de KNSB onduidelijk of Van den Berg inderdaad mocht meedoen aan dit evenement. Nu maken we ruzie over iets als een OKT, maar zeventig jaar geleden was een schaatser veel afhankelijker van de grillen van de schaatsbestuurders. De ene dag was Van den Berg geselecteerd, de volgende dag weer niet en dan toch weer wél.

En dan was de KNSB ook nog eens vergeten om voor hem een officieel tenue mee te nemen voor pre-olympische wedstrijden in Davos. Met zo’n voorbereiding was het niet zo gek dat hij 24e werd op de 5.000 meter.

Naar Nederland

Meteen na zijn olympische wedstrijd kwam Van den Berg terug naar Nederland, omdat de winter goed op dreef was gekomen. Het hoogtepunt was de Elfstedentocht op 14 februari, waarin hij op de zesde plaats eindigde.

Normale mensen moeten even bijkomen van een monstertocht van 200 kilometer, maar Van den Berg niet. Op 17 februari was er een Grachtenrace gepland in Amsterdam, maar die werd na enkele meters rijden alweer gestaakt, nog voordat de eerste brug was bereikt. Het ijs was zo vreselijk slecht dat verder rijden onverantwoord was, zo hadden de rijders vooraf al geconstateerd. De duizenden toeschouwers bleven teleurgesteld achter.

Het circus werd meteen verplaatst naar de Kruislaan in Amsterdam-Oost, waar de gemeentelijke sproei-ijsbaan lag. (Zo’n beetje op de plek waar vijf jaar later de Jaap Edenbaan in gebruik werd genomen.) Met steun van de gemeente kon daar enkele uren later alsnog een wedstrijd over 77 kilometer worden gehouden, die Van den Berg won. De Amsterdamse toeschouwers klapten hard voor de Fries.

De Grote Prijs van Amsterdam. Foto Joop van Bilsen via het Nationaal Archief

Amsterdamse Bos

Tien dagen later keerden de schaatsers terug naar de hoofdstad voor een wedstrijd van 75 kilometer lang in het Amsterdamse Bos, natuurlijk ook Van den Berg. ‘In een aparte dameswedstijd zullen onder meer uitkomen mej. Meijer, mej. Louer en mej. Ottenschot,’ meldde het Algemeen Handelsblad verder. ‘De baan is op mechanische wijze geveegd door de inspectie voor de lichamelijke opvoeding van de gemeente Amsterdam en verkeert volgens de KNSB in uitstekende toestand.’

Naar schatting 50.000 toeschouwers waren hierop afgekomen. Het Parool schreef in een verslag dat zij geen geheim maakten van hun bewondering voor Van den Berg. ‘De ovatie, die er voor de Friese schoolmeester losbrak, maakte speaker Steenbergen ondanks zijn welluidende stem gedurende enige minuten onverstaanbaar.’

Onder deze belangstelling won Van den Berg na een rit over voortreffelijk buitenijs de eindsprint. Kort achter hem eindigden de beste schaatsers van de Elfstedentocht van eerder die maand, waarmee hij revanche had genomen op zijn zesde plaats.

Het Parool: ‘Jeen van den Berg werd daardoor eigenaar van een heren-sportfiets en een forse bokaal. En opnieuw was hij verwonderd over het enthousiasme dat Amsterdammers voor een schaatswedstrijd kunnen opbrengen.’

Winnaar Jeen van den Berg op de Kruislaan in Amsterdam. Foto Joop van Bilsen via het Nationaal Archief

Dozen

Na twee opwindende maanden kwam er een einde aan de schaatswinter van Van den Berg, die hem door heel Europa voerde. ‘Het ziet er naar uit dat het winterseizoen 1955—1956 weer achter de rug is,’ schreef het Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde op 29 februari 1956. ‘Honderdduizenden in ons land hebben kunnen genieten van de gezonde sport op de gladde ijzers.’

De krant trok daarna een opmerkelijke conclusie: ‘Jeen van den Berg overklaste Abe Lenstra op het gebied van populariteit. Typisch wel dat twee Friezen zo in de belangstelling der „Hollanders” kunnen staan.’

Het huis van Van den Berg in Nij Beets, bij Drachten, stond weer vol nieuwe prijzen. Een halve eeuw later, in de winter van 2004, bracht hij die allemaal naar het schaatsmuseum in Hindeloopen. Het waren dozen vol met medailles, bekers, medailles en andere trofeeën, die hij had gewonnen in zijn loopbaan van ongeveer twintig jaar lang.

Daar zat ook de beker bij, die hij in 1956 had gewonnen bij de Grachtenrace, het tastbare bewijs van de winter waarin Van den Berg populairder was dan Abe Lenstra.

De Nederlandse ploeg voor de Olympische Winterspelen van 1960 in Squaw Valley. Vlnr. A. Gerschwiler (trainer kunstrijdsters), Piet Zwanenburg (trainer schaatsers), Kees Broekman, Jan Pesman, Sjoukje Dijkstra, Joan Haanappel, Klaas Schenk (chef d’equipe), Henk van der Grift, Wim de Graaff en Jeen van de Berg. Foto Wim van Rossem via het Nationaal Archief

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Al meer dan 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.