Dankzij de kunstijsbanen is Nederland nu het beste schaatsland ter wereld
In het weekend van 19 en 20 februari 1961 veranderde een sportman uit Breukelen het internationale schaatsen voor altijd.

Henk van der Grift in 1962, foto Henk Blansjaar via het Nationaal Archief
Schaatser Henk van der Grift leverde een unieke prestatie: hij werd wereldkampioen in de tijd dat ons land nog geen kunstijsbanen had.
Wanneer Nederland kunstijsbanen had, zou uitzending van schaatsenrijders naar Noorwegen om te trainen geen noodzaak meer zijn.
Brief
Op het moment van schrijven heeft Nederland precies 59 gouden medailles gewonnen op de Winterspelen, waarvan dertig op de laatste vier edities. Anders gezegd: in de afgelopen twaalf jaar waren Nederlandse sporters succesvoller dan in de voorgaande negentig jaar.
Kijk maar:

Overzicht van 19 februari 2026
Wie dit succes wil ontleden krijgt te maken met een ingewikkelde brei van persoonlijke verhalen, talent, doorzettingsvermogen, beleid, visie, geluk, tegenslag en een samenleving die steeds meer waarde hecht aan topsport.
In die brei is één constante factor: de aanwezigheid van kunstijsbanen. Alle olympische titels zijn gewonnen na de opening van de Jaap Edenbaan in Amsterdam in 1961 en het IJsselstadion in Deventer in 1962!
Henk van der Grift, afkomstig uit Breukelen, schreef voor aanvang van het WK allround van 1961 in Gothenburg een brief over de noodzaak van die kunstijsbanen. Het slotdeel werd in verschillende kranten afgedrukt.
‘Ik wil graag deze brief besluiten met een opmerking, die de Noor Knut Tangen tegen mij maakte en die duidelijk demonstreert hoe men zelfs in Noorwegen de trainingsmogelijkheden voor de toekomst ziet. Oslo heeft namelijk de laatste winters nogal eens met slecht ijs te kampen gehad.
“Als wij geen kunstijsbaan krijgen hier in Noorwegen dan komen we nooit meer aan de top. We moeten goed ijs hebben om te kunnen trainen. Niet één dag trainen en de andere dag niet.”
Naar aanleiding van deze uitspraak zou ik willen zeggen: waar komen we in Nederland dan terecht?’
Aldus Van der Grift.
Wereldkampioen
Jaap Eden had eind negentiende eeuw drie wereldtitels gewonnen, waarna Coen de Koning dat in 1905 ook nog een keer deed. Sindsdien had geen Nederlandse schaatser die prestatie geëvenaard.
Kees Broekman kwam in 1953 het verste met een Europese titel, die helaas precies in het Watersnoodweekend werd gewonnen. Er was even geen tijd voor een feestje om dat te vieren.
Het WK van 1961 verliep daarom sensationeel met de eindzege voor Van der Grift én een derde plaats voor Rudie Liebrechts. Dat had Van der Grift helemaal aan zichzelf te danken, omdat hij was verhuisd naar Noorwegen om daar te trainen op een baan op natuurijs, die hij zelf had aangelegd. Ondertussen verdiende hij zijn geld als automonteur. Zijn vriendin Reijka werd receptioniste in een hotel.
In 2011 reisde Van der Grift met Andere Tijden Sport terug naar die plek, samen met Reijka. “Tja, waarom gingen we hierheen? Omdat we in eigen land nog geen kunstijsbanen hadden natuurlijk.”
De kernploeg vertrok altijd pas in december naar Noorwegen, waarmee die schaatsers meteen al een achterstand hadden van minstens een maand op de Noren, Zweden en Russen. “Bovendien reed je half december al de eerste selectiewedstrijden. Zat je er dan niet bij dan kon je naar huis. Dus tijd om lekker rustig aan je techniek te werken was er niet. En dat nekte ons. Technisch kwamen we gewoon te kort omdat we te weinig op het ijs stonden.”
Henk en Rejka van der Grift bij een benzinestation, foto Henk Blansjaar via het Nationaal Archief
Dubbel feest
Zo won Van der Grift de wereldtitel, nota bene op kunstijs. In een tv-interview zei Van der Grift opnieuw dat er iets moest veranderen. “Wanneer Nederland kunstijsbanen had, zou uitzending van schaatsenrijders naar Noorwegen om te trainen geen noodzaak meer zijn.”
Meteen daarna kreeg hij goed nieuws van de KNSB. “Als er maar eerst een tweetal banen zijn,” verklaarde vicevoorzitter Henk Wesselo op tv, “dan kunnen we een grotere voorselectie houden, dan kunnen onze jongens rijden voor eigen publiek en dan kunnen ook in ons land grote internationale wedstrijden worden gehouden.”
Daarom was het dubbel feest voor de Nederlandse schaatsers: én een wereldtitel én de komst van de eerste kunstijsbanen van ons land. En dat werd ook wel eens tijd, oordeelde dagblad De Waarheid in een commentaar.
‘Laat men nu niet aankomen met het praatje, dat het succes van dit weekeinde bewezen heeft, dat het ook zonder zo’n kunstijsbaan kan, want ook dat is onjuist. Henk van der Grift dankt zijn succes zeker niet in de laatste plaats aan het feit, dat hij in Noorwegen werkt en sinds eind oktober op het ijs heeft kunnen trainen. Dat kunnen straks veel meer Nederlandse jongens doen, in ons eigen land, als de overheid haar taak begrijpt en er voor zorgt dat het financieel mogelijk wordt ook hier kunstijs aan te leggen.’
Een nieuwe toekomst diende zich aan voor het Nederlandse schaatsen, dat inderdaad vanaf dat historische weekend een steeds grotere rol voor zich opeiste bij de internationale toernooien. Precies 65 jaar na het dubbele feest blijkt dat Van der Grift het heel goed had gezien met die kunstijsbanen, als laatste succesvolle Nederlandse schaatser uit het tijdperk van het natuurijs.


