De gemeente Amsterdam wilde niet dat de Surinaamse inwoners ook gingen schaatsen
Tijdens de Elfstedenwinters van de jaren 80 werden in Amsterdam-Zuidoost de Open Surinaamse Schaatskampioenschappen gehouden. Na afloop was de gemeente boos dat hiervoor subsidiegeld was gebruikt.
De eerste editie in 1985, via het Stadsarchief Amsterdam en Beeld & Geluid
De Elfstedentocht van 1985 was het hoogtepunt van een zeer koude winter met veel sneeuw en vorstdagen, de eerste na een periode van 22 jaar. Een jaar later volgde nog een editie.
We moesten een stuk schrijven waarom een Surinaams jongerencentrum schaatswedstrijden organiseert
Kwakoe
“Het was een slechte tijd voor de Bijlmer,” zegt Marcel La Rose over de jaren tachtig. La Rose werkte in die tijd voor het Jongerencentrum Kwakoe, een instelling van en voor Surinaamse en Antilliaanse jongeren. “Armoede, ontevredenheid, discriminatie, noem maar op. De Surinaamse gemeenschap zat niet echt lekker in zijn vel.”
Toen kwam die lange, koude winter van 1985. Tot verbazing van de medewerkers van Kwakoe werden ze aanhoudend gebeld door journalisten, die wilden weten of zij wel tegen die kou konden. “Zou je niet liever terug willen naar je warme landje?”, was één van de terugkerende vragen. Deze telefoontjes stonden krom van de vooroordelen, omdat veel Surinamers allang in Nederland woonden of hier zelfs waren geboren. Zij hadden dus net zoveel koude winters meegemaakt als de bellende journalisten.
La Rose herkende een maatschappelijk probleem. ‘Winterse toestanden en kou, dat zijn dingen voor witte mensen,’ schreef hij in februari 1985 in het tijdschrift Kwakoe Njoensoe. ‘Zwarte mensen voelen zich veel beter thuis in de warme tropenzon.’
En daar verzette hij zich tegen: ‘Als wij ons hier in dit land steeds laten vertellen wat wél en, en wat geen dingen voor de zwarte mensen zijn, dan zal er een tijd aanbreken dat niets in dit land meer voor ons bestemd is. Dan mogen wij nergens meer met onze vingers aan zitten.’
Zonder draaiboek
Na het zoveelste telefoontje kwam Chas Warning van Kwakoe op het idee voor een ludiek antwoord. Hij stelde voor om de Open Surinaamse Schaatskampioenschappen te organiseren, waar iedereen aan mee mocht doen. “We hebben eerst hartelijk gelachen om onszelf,” aldus La Rose, totdat één van de aanwezigen het tegen een journalist zei. “Toen moesten we het wel organiseren, maar eigenlijk was het een grap.”
De Surinaamse gemeenschap had zich nooit eerder op een schaatstoernooi gestort, maar daarover waren geen zorgen. Kwakoe bestond officieel al tien jaar, net als het bijhorende voetbaltoernooi, zodat er veel organisatorische ervaring was. “We hadden geen draaiboeken, maar iedereen deed intuïtief wat nodig was.” Toch was de hulp van het echtpaar Muis zeer welkom, omdat zij werkten voor de Jaap Eden Baan. “Zij hebben ons uit de brand geholpen.”
Organisator Marcel La Rose in 1985
Veel te koud
En zo waren op 20 januari 1985, op de vijver bij het Kantershof, de eerste Open Surinaamse Schaatskampioenschappen. Namens de KNSB was bestuurslid Letty Corbijn van Willenswaard aanwezig als toeschouwer.
Het vroor vijftien graden, waarbij er een felle oostenwind stond, zo stond in Kwakoe Njoensoe. “Veel te koud man,” vatte één van de organisatoren het bondig samen in een gesprek met deze website.
De dag ervoor waren er sneeuwschuivers geleend bij de brandweer om de baan schoon te vegen, 200 meter lang. “We hebben hard gewerkt,” zegt La Rose, terwijl hij weer denkt aan die twintig centimeter sneeuw die ze moesten verwijderen.
De broers Imro en Erwin Wielkens wonnen ieder een bronzen medaille in hun leeftijdsklassement, waarmee er ook Surinamers in de prijzen waren gevallen. Vooral Imro viel op, normaal een marathonloper. Kwakoe Njoensoe: ‘Hij bereikte met zijn lange benen op het rechte eind geweldige snelheden, maar de bochten waren hem te machtig. Onder luid gejuich en opstuivend sneeuw verdween hij bij elke bocht tussen de toeschouwers.’
Na afloop waarschuwde ook hij tegen de vooroordelen: “Ik ben al dertig jaar in Nederland, dus ijs is voor mij een normaal verschijnsel. Helaas is het toch nog bij het gros van de Nederlanders zo, dat de wenkbrauwen gefronst worden als een Surinamer de ijsmuts opzet en een baantje trekt.”
Oproerkraaiers
Het schaatstoernooi was een groot succes met veel media-aandacht. Migranten Televisie Amsterdam maakte een reportage, die door deze website is teruggevonden bij het Stadsarchief Amsterdam – bovenaan deze pagina te zien. Heel bijzonder, want deze opname is slechts één keer uitgezonden op een Amsterdamse stadszender. De betrokken organisatoren wisten dat de film bestond, maar hadden die daarna nooit meer gezien.
De Bijlmermeer, waar in de jaren 80 vooral slecht over werd geschreven, stond zo op een positieve manier in de belangstelling. De organisatie was daarom zo tevreden dat ze met de belofte kwam om na elke Elfstedentocht opnieuw een schaatstoernooi te organiseren.
De gemeente Amsterdam dacht daar als subsidiegever dan weer heel anders over. “Ze hielden niet van het zwarte jongerenwerk,” zegt La Rose. “We waren oproepkraaiers. We werden op de vingers getikt dat we buiten onze begroting om geld hadden geïnvesteerd in deze schaatswedstrijd.”
Het werd Kwakoe zelfs verboden om opnieuw een schaatstoernooi te organiseren, maar dat hield de jongeren niet tegen. Tenslotte was er een jaar later wéér een Elfstedentocht. La Rose benaderde de gemeente, die zuinig reageerde. “We moesten eerst een stuk schrijven om te rechtvaardigen waarom een Surinaams jongerencentrum schaatswedstrijden organiseert.”
Het idee om een tweede editie te houden op 27 februari 1986, de dag na de Elfstedentocht, werd door de gemeente zonder verdere verklaring afgewezen. In plaats daarvan werd zaterdag 1 maart aangewezen, maar daar was Kwakoe het niet mee eens. De zaterdag is belangrijk voor het sociale leven in Zuidoost, omdat mensen elkaar dan ontmoeten tijdens het doen van boodschappen.
De gemeente negeerde de waarschuwing, waarna de tweede Open Surinaamse Schaatskampioenschappen inderdaad veel minder publiek trokken. Die verkeerde beslissing was volledig de schuld van de gemeente, schreef Kwakoe daarna in hoogstaand beleidsjargon: ‘Die was ons enigszins opgedrongen, om participatie van officials te kunnen krijgen.’
Na twee Surinaamse schaatsevenementen liepen de gemoederen in Amsterdam Zuid-Oost dus net zo hoog op als daarvoor. Er is nooit meer een derde editie georganiseerd, waarmee heel snel een einde was gekomen aan deze Surinaamse bijdrage aan de Nederlandse schaatstraditie.


