NieuwSchaatsen

De plasstop van Reinier Paping was beslissend voor de Elfstedentocht van 1963

Het beslissende moment van de Elfstedentocht van 1963 werd niet vastgelegd op film. Daarom tekent schaatshistoricus Marnix Koolhaas dit alsnog op.

Reinier Paping wint de Elfstedentocht. Foto Joop van Bilsen via het Nationaal Archief

Het moet ergens na Bolsward geweest zijn, dus ongeveer halverwege de tocht. Door het moordende tempo van vooral Reinier Paping zelf was de kopgroep al uitgedund tot vier man. Alleen Jeen van den Berg, de altijd sluwe Fries die de tocht in 1954 al had gewonnen, de Groningse stoomlocomotief Jan Uitham en het Brabantse oermens Anton Verhoeven waren in staat gebleken het moordende tempo van Paping bij te houden. Als laatsten waren de vooraf getipte kanshebbers Jan van der Hoorn – medewinnaar in 1956 – en Albert Weijs afgehaakt.

Na Bolsward, op de Witmarsumer Vaart richting Harlingen, moest Reinier even aan de kant voor een sanitaire stop. Het zal bij Schettens geweest zijn, maar Paping kende de Friese ijswegen nauwelijks, laat staan de dorpen die er langs liggen. En beelden zijn er niet van bewaard gebleven. Net als in het wielrennen geldt de erecode dat de medevluchters langzaam doorrijden totdat de plasser weer is aangesloten. Zo reed ook Reinier na gedane zaken weer terug naar de kopgroep die voor zijn gevoel niet écht ingehouden reed. En was dat niet Jeen die daar op kop reed? Met enige moeite keerde Paping terug in de groep. Hij kon het niet laten om zijn ongenoegen even te uiten. “Wilden jullie me kwijt?” vroeg hij om zich heen. Blikken van onschuld, niemand zei wat. Paping nam weer plaats in het treintje en rouleerde al snel weer mee. Toch had zijn opmerking wat onrust veroorzaakt. De overnames liepen niet meer zo soepel als voorheen.

Toen Paping aan de beurt was om van Jeen van den Berg over te nemen merkte hij dat de Fries het tempo wat had laten zakken. Met een kleine versnelling nam Paping over. Het ging nog zó makkelijk dat hij er even flink aan trok. Hij liet ze voelen dat het hem niet lekker had gezeten toen hij na die plasstop weer terug was gekomen. Niemand nam meer over. Geen probleem, moeiteloos gleed Paping over het hobbelige kwalsterijs.

Na een minuut of vijf keek hij eens achterom en zag tot zijn verbazing dat hij zo’n tweehonderd meter los was. De vertwijfeling sloeg toe. Hij had hier nog nooit geschaatst maar hij wist wel dat er nog een kleine honderd kilometer te gaan was en dat het ijs vanaf Harlingen en Franeker nog slechter zou zijn en dat bovendien de oostenwind waarschijnlijk aan zou gaan wakkeren. Wat was wijsheid? Het verstand zei hem dat hij zich beter terug kon laten zakken want alleen tegen de wind negentig kilometer een groep voorblijven? Gekkenwerk. Maar één ding wilde Reinier toch ook vermijden: dat hij weer in een kopgroep samen met Jeen terecht zou komen. Want tegen die sluwe vos zou hij weinig kans maken.

Reinier herinnerde zich nog maar al te goed hoe hij een week eerder in de Ronde van Spannenburg ook met Jeen in een kopgroep zat. Het was zijn eerste wedstrijdtocht in Friesland geweest. Omdat er onderweg weinig informatie gegeven werd, had Reinier op een gegeven moment aan Jeen gevraagd of hij wist hoe ver het nog was. Jeen kende immers elke sloot in Friesland. “O, ik geloof nog wel een paar kilometer”, had Jeen geantwoord. Maar diezelfde Jeen demarreerde vervolgens een paar honderd meter later. “Die pakken we nog wel terug,” had Reinier gedacht, totdat hij en zijn medevluchters onder een brug doorreden en in de verte het spandoek met het woord “Finish” erop zagen. Nog maar een paar honderd meter! Onsportief? Niet echt natuurlijk, Reinier had zelf even kunnen gaan kijken bij de finish. Maar om nu wéér met Jeen naar de finish te rijden?

Bij het binnenrijden van Witmarsum besloten de benen wat het hoofd nog niet had aangedurfd. Het tempo ging weer omhoog, de beslissing was genomen: Reinier Paping zou gewoon alleen doorrijden. Op niemand wachten. En dan maar zien hoe het zou lopen.

Het vervolg werd geschiedenis. Reinier Paping won op 18 januari 1963 de twaalfde en meest memorabele Elfstedentocht uit de geschiedenis na een solo van zo’n 90 kilometer met een voorsprong van 22 minuten op Jan Uitham (“de fout van de eeuw dat ik niet achter Paping ben aangesprongen,” zou hij later zeggen) en 24 minuten op Jeen van den Berg, die volkomen sneeuwblind kilometers lang achter de trouw voor hem rijdende Uitham was blijven rijden.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Marnix Koolhaas
Marnix Koolhaas werkt sinds 1986 voor de VPRO, o.a. als presentator/eindredacteur van het programma OVT, Andere Tijden en Andere Tijden Sport. Daarnaast publiceert hij regelmatig over de Nederlandse schaatsgeschiedenis. Zo verscheen in van zijn hand "Schaatsenrijden - een cultuurgeschiedenis". Op dit moment werkt hij aan een geschiedschrijving van het langebaanschaatsen.