NieuwSchaatsen

De start van de Elfstedentocht zorgde vaak voor chaos

De Elfstedentocht start altijd in het donker. Dat wil niet zeggen dat dit elke keer op dezelfde manier is gegaan. Integendeel, want bij elke start is er wel weer een ander probleem. Dit verhaal is onderdeel van de Dag van de Elfstedentocht van 2021 – #11DAG21.

De start van 1947, die leidde tot de meest chaotische tocht ooit

De start van de Elfstedentocht is een permanent punt van aandacht. In 2006 nam de Elfstedenvereniging het besluit om de start voor de wedstrijdrijders bij een volgende editie niet meer vanuit een kooi te doen. “De kooi waarin alle deelnemers wachtten was mede ingevoerd om te voorkomen dat iemand eerder en op eigen gelegenheid het ijs opging,” verklaarde voorzitter Henk Kroes. “Straks kunnen de wedstrijdrijders in alle rust naar de start lopen en daar hun schaatsen onderbinden. Ze worden dan weggeschoten.”

Geen traditie

Dergelijke beslissingen zorgen per definitie voor veel rumoer over bedreigde tradities, maar sinds 1909 is de start op heel veel verschillende manieren georganiseerd: binnen het stadscentrum, buiten het stadscentrum, op het ijs, naast het ijs, vanuit een garage, vanuit de Frieslandhal.

Eén ding is nooit veranderd: de start is altijd in het donker. Theodoor van der Kooi maakte er in 2006 een mooi overzicht van in schaatstijdschrift Kouwe Drukte. ‘De start van de wedstrijdrijders ligt tussen 5 en 6 uur in de ochtend, zo ongeveer 2,5 uur voor zonsopkomst. Na het startsein rennen de schaatsers dan naar het ijs, binden de schaatsen in het donker onder en rijden weg. Straatverlichting, lichten van auto’s en magnesiumfakkels zorgen nog voor een beetje licht. Net genoeg om de rijders veilig te laten vertrekken, maar te weinig om alles nauwkeurig op beeld vast te leggen. Zeker als het gaat om de eerste edities van de tocht, toen de foto- en filmtechniek nog in de kinderschoenen stond.’

Dit verhaal is afkomstig uit mijn boek over de geschiedenis van de Elfstedentocht – hier kopen

Chaos 

De start van 1933 was een heel speciaal geval, omdat die editie heel vroeg in de winter was, op 16 december. Dat was nog vóór de winterse zonnewende, de enige keer in de Elfstedengeschiedenis. Sterker: de tocht van 1933 is de enige die is gereden in de astronomische herfst!

Dat betekende een korte dag voor de schaatsers met weinig zonlicht en daarom was de start later dan normaal, omdat de zonsopgang pas om 8.06 uur was. Hoe langer de schaatsers in het donker rijden, hoe groter de kans op ongelukken, zeker in die tijd met amper kunstlicht.

Desondanks begon de tocht chaotisch, zoals Abe de Vries, de latere winnaar, in zijn herinneringen vastlegde: ‘Na de start reden we achter elkaar aan met als enige verlichting een zaklantaarn in de hand.’ Er waren veel valpartijen en dan stonden er ook nog amper toeschouwers langs de route. ‘Van zo’n afrit merken de meeste inwoners onzer stad niet veel,’ merkte De Leeuwarder Courant in zijn verslag op. ‘Op zóó’n ongeboren uur plegen zij, die er niet veel te maken hebben, niet op te staan. De sfeer, de Elfsteden-sfeer, komt zoo geleidelijk aan ’s ochtends over de stad.’ Kortom: het was in 1933 donker en eenzaam tijdens die eerste kilometers.

Piet Kleine

Dat de organisatie van de Elfstedentocht rekening moet houden met het aantal zonuren werd op 4 januari 1997 opnieuw duidelijk. Piet Kleine werd die dag onsterfelijk door het missen van de stempelpost in Hindeloopen, omdat hij die in het donker passeerde. Op de filmbeelden is duidelijk te zien dat het bij de voorgaande edities van 1985 en 1986 al wél licht was toen de kopgroep in Hindeloopen arriveerde, maar in 1997 dus niet.

Niet zo gek, want in 1985 kwam de zon om 7.44 op en een jaar later om 7.34 uur. In 1997 was dat pas om tien voor negen – meer dan een uur later! De tochten van de jaren tachtig waren dan ook eind februari en die van 1997 begin januari, wat een verschil uitmaakt van meer dan twee en een half uur daglicht op de hele dag. Dit verhaal van Kleine had nooit in de jaren-tachtig-edities kunnen plaatsvinden, maar alleen in 1997. Of in 1933, maar toen deed Kleine niet mee.

Weg uit het centrum

De start is daarmee heel bepalend voor de voortgang van de Elfstedentocht, waarbij het opvallend is dat die vaak plaatsvond op een overdekte plek, ver weg van het ijs. Er moest in die gevallen eerst een stuk worden gelopen voordat de wedstrijdrijders hun schaatsen onder konden binden om te verdwijnen in de Friese winternacht. ‘Ik ken geen andere sportwedstrijd waar dit ook het geval is,’ schreef Van der Kooi in 2006. ‘Eerder zou je verwachten dat een wedstrijd op en over het ijs ook van start gaat op het ijs.’

Verder is er een verschuiving geweest van het centrum van Leeuwarden naar plekken daarbuiten. Van der Kooi: ‘Dit had vooral met de ijsomstandigheden te maken: meer scheepvaart, langzamer en onvoldoende ijsvorming door het warme koelwater van de elektriciteitscentrale.’

Slechts drie van de vijftien starts waren op het ijs zelf, van 1917 tot en met 1933. Het Elfstedenbestuur koos daarna vooral voor overdekte locaties, omdat de wedstrijdrijders dan niet in de kou hoefden te wachten. Ook was er geen kans op een valse start zolang de deuren of de kooien gesloten waren. En die startkooi werd pas in 1985 voor de eerste keer gebruikt, dus dat is helemaal niet zo’n oud verschijnsel in de Elfstedentocht.

Stel dat er ooit weer en tocht komt en dat het voornemen uit 2006 wordt uitgevoerd om de wedstrijdrijders vanaf het ijs te laten starten. In dat geval keren we in feite dus terug naar de situatie van de beginjaren.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.