NieuwSchaatsen

Al in 1940 werd er voor de eerste keer Elfstedenkoorts vastgesteld

Alleen de Elfstedenkoorts verspreidt zich sneller door Nederland dan corona. Het begrip kreeg in 1940 nationale bekendheid toen Leeuwarden werd overspoeld door toerrijders vanuit het hele land – een nieuw verschijnsel. 

In zijn boek De Elfstedentocht uit 1963 beschreef Piet Maaskant wat Elfstedenkoorts is: ‘Zodra er maar drie dagen ijs in de sloten ligt, hunkeren alle rechtgeaarde liefhebbers van grote tochten op het winterse marmer naar de Elfstedentocht. Ieder van hen geraakt onder de betovering van deze merkwaardig aanstekelijke bacil.’

De eerste die dit dit begrip gebruikte, was Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant op 18 december 1933 in het verslag van de tocht die zojuist was voltooid. ‘De Elfstedenkoorts heeft ons te pakken en we nemen ons vast voor in snellen tijd Stavoren te bereiken om daar met de collega’s per auto verder te gaan.’

Zeven jaar later, bij de eerstvolgende tocht, hield niets de koorts meer tegen. Vanuit heel het land stroomden toerschaatsers Leeuwarden binnen. ‘Nu heerscht de Elfstedenkoorts dan op volle hoogte!’, riep De Leeuwarder Courant op 30 januari 1940. Tijdens de twee volgende edities van 1941 en 1942 – de enige keer ooit dat er in drie opeenvolgende winters een Elfstedentocht werd gereden – werd het een terugkerend begrip.

Binnen tien jaar, van 1933 tot en met 1942, was het woord ‘Elfstedenkoorts’ bedacht en opgenomen in de Nederlandse taal om elke koude winter terug te keren. Dit gebeurde precies in de jaren dat de belangstelling voor de Elfstedentocht buiten Friesland snel groter werd – met dank aan de massamedia die met liefde de Elfstedenkoorts op grote schaal verspreiden. Het aantal toerrijders steeg daarmee van 339 in 1933 naar 2.746 in 1940 – ongeveer een verachtvoudiging! En ondanks de oorlog bleef deze belangstelling groot met 1.900 rijders in 1941 en 3.862 in 1942.

Drommels

Zo was er een woord gevonden voor een gevoel dat overigens al veel langer bestond. Minne Hoekstra bijvoorbeeld beschreef al in 1909 hoe hij zich voelde in de laatste dagen vóór de Elfstedentocht. Dat leek toch echt akelig veel op Elfstedenkoorts: ‘In mijn gedachten is geen rust, daar spookt ’t rond; drommels, we zijn al aan ’t rijden en ook niet zoo maar eventjes: daar ligt Dokkum …floep, voorbij; kijk, de Oldehove doemt weer op; daar hè-je Franeker, Harlingen, Bolsward, sjonge, sjonge; hwet giet del hird… en zoo gaat ’t maar aldoor in m’n rusteloos brein, totdat ’n vaste slaap aan dat alles kort en bondig ’n eind maakt. ’t Mocht wat, dat kun je maar denken, daar in den droom begint ’t lieve leventje opnieuw; daar duiken ze weer op: Dokkum met z’n garnaal, Leeuwarden met de Oldehove, Franeker met z’n planetarium, met duizelingwekkende vaart gaat ’t langs controle-posten en van verbazing gapende menschen, kris-kras: oer de âlve stêdden fen Fryslân….’

In 2021 is er maar één diagnose mogelijk: Hoekstra leed aan Elfstedenkoorts nog voordat die ziekte was ontdekt.

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schreef mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.