Er waren geen Nederlandse schaatsers op de eerste Olympische Winterspelen, omdat de KNSB bang was voor een afgang
De Nederlandse schaatsers moeten zich in Thialf plaatsen voor de Olympische Winterspelen. Ruim honderd jaar geleden handelde het Nederlands Olympisch Comité dit liever af met een oproep of er misschien iemand was, die zin had om mee te doen.

Clas Thunberg op het schaatstoernooi in Chamonix, foto via Europeana / Gallica
Toeval of niet, maar het Olympisch Kwalificatietoernooi – roepnaam OKT – wordt gesponsord door de Staatsloterij. Voor veel deelnemers zal dit zeker aanvoelen als een loterij, want ook daarvan kent niemand vooraf de afloop.
Dat het Nederlandse hardrijden op de schaats er belabberd voor stond, daar waren de heren schaatsbestuurders het over eens
Geen talent
De Olympische Winterspelen bestaan sinds 1924, inclusief het langebaanschaatsen. In die begintijd telde Nederland als sportland absoluut niet mee, al helemaal niet op het ijs.
De Schaatsbond vroeg zich daarom niet af welke sporters ons land zouden vertegenwoordigen op die eerste Winterspelen, maar was vooral bezorgd door de complete afwezigheid van jong aanstormend talent. Zoals Marnix Koolhaas in 2024 in De Sportwereld schreef: ‘Dat het Nederlandse hardrijden op de schaats er in 1923 belabberd voor stond, daar waren de heren schaatsbestuurders het over eens.’
Het NK allround van 1917 was gewonnen door de onbekende landarbeider Jan Harke Bakker. ‘De tijden die hij op de klokken zette waren zó matig (o.a. een 10 kilometer in meer dan 22 minuten!), dat de schaatsbond besloot om tijdens een NK voortaan de 10 kilometer te vervangen door een 3000 meter.’
Max Tetzner won in 1919 en 1922, wat zeer pijnlijk was voor het Nederlandse schaatsen. De kampioen was eigenlijk voetballer bij Be Quick uit Groningen die wedstrijden op het ijs vooral beschouwde als een aangename manier om de conditie op peil te houden. Tetzner heeft daarmee wel een unieke prestatie geleverd, omdat hij in 1920 ook de landstitel met Be Quick won. Daarmee is hij de enige Nederlandse sporter, die tegelijkertijd heersend landskampioen voetbal én langebaanschaatsen was.

Max Tetzner als schaatskampioen van 1921, foto via de Groninger Archieven
Advertentie
In aanloop naar de Winterspelen van 1924 waren er daarom helemaal geen kwalificatiewedstrijden voor de schaatsers. Een oproep in het tijdschrift Sportkroniek van 13 september 1923 vond het Nederlandsch Olympisch Comité al meer dan voldoende.

Wie weet zouden ze op die manier ergens een schaatser vinden, die zo gek was om naar Chamonix te gaan. Een briefkaart was dan voldoende.
Het is de vraag of de KNSB wist dat deze oproep zou worden geplaatst, omdat die geen enkele behoefte had om een afvaardiging samen te stellen. Er ontstond in november 1923 de nodige onrust toen de uitnodiging werd ontvangen van het Franse Olympische Comité om deel te nemen.
Uit de reconstructie van Koolhaas blijkt dat er op 17 november 1923 over werd gesproken op de ledenvergadering van de KNSB. De IJsclub Zwolle stelde voor om toch Nederlandse schaatsers te selecteren, maar de bond wees dat idee af.
In het jubileumboek bij het 50-jarig bestaan van de KNSB, verschenen in 1932, legde KNSB-bestuurder Gerrit van Laer uit dat de wedstrijden in Chamonix volgens hem feitelijk niet veel voorstelden. Een ander probleem was dat de verliezende landen van de Eerste Wereldoorlog waren uitgesloten van deelname, wat onsportief was in de ogen van de KSNB.
Geen talent
Het grootste probleem noemde Van Laer liever niet: de KNSB was bang dat Nederland een afgang zou beleven om het ijs van Chamonix. “Er waren geen rijders in Nederland die voor deze internationale wedstrijden in aanmerking kwamen,” formuleerde hij zeer diplomatiek. Waarmee hij eigenlijk bedoelde dat de KNSB niet in staat was om dat talent op te sporen en te begeleiden.
Teun Boot
En toen werd het opeens heel koud, waarmee deze discussie een onverwachte wending kreeg. Opeens waren er overal schaatswedstrijden met enkele opvallend getalenteerde deelnemers Willem Kos, 19 jaar oud, won hij met overmacht het Noord-Hollands kampioenschap in zijn woonplaats Oudkarspel. (Bonusweetje: Kos is familie van Yvonne van Gennip, al is het met een ingewikkelde constructie. Haar grootvader Gerrit Mettes was zijn achterneef.)
En ook Teun Boot meldde zich als kandidaat, afkomstig uit een zeer sportieve familie uit Purmerend, die ook in de turnsport actief was. Op 12 december 1923 schreef Algemeen Handelsblad zelfs dat hij door de Schaatsbond was uitgenodigd voor trainingen in Zwitserland. ‘Zeer vermoedelijk zal Boot ons land dus bij de Olympische Spelen te Chamonix, waar de wintersport-olympiade wordt gehouden, vertegenwoordigen.’
De angst van de KNSB voor een afgang bleek toch te groot, zodat Nederland niet meedeed aan de eerste Winterspelen. ‘In verband met de ongeoefendheid der Hollandsche schaatsenrijders en het ontbreken van ijshockey-beoefenaars,’ vatte dagblad De Tijd mooi samen.
Zelfs het sturen van een briefkaart had in 1924 dus geen zin gehad, laat staan het organiseren van een kwalificatietoernooi.

