ElfverhalentochtNieuwSchaatsen

Gonne Donker was de eerste Nederlandse vrouw op het WK allround

Op 2 maart 1918 was in Ilpendam de geboorte van Hillegonda Everdina Donker. Onder de naam Gonne of Gonda Donker was zij de bekendste vooroorlogse vrouwelijke schaatser van Nederland. Ze was alleen dertig jaar te vroeg geboren, want op haar honderdste geboortedag is haar sportieve pionierswerk compleet vergeten. Deel acht van de Elfverhalentocht door de Amsterdamse schaatsgeschiedenis.

De jaren zestig van de vorige eeuw worden doorgaans beschouwd als het begin van het Nederlandse vrouwenschaatsen op de langebaan. Atje Keulen-Deelstra, Stien Kaiser en Carry Geijssen zijn inderdaad enkele van de pioniers uit die tijd met wereldtitels en olympische medailles, maar toch waren zij niet de eerste. Al in 1937 was Gonne Donker namelijk de eerste Nederlandse vrouw op het WK allround, méér dan tachtig jaar geleden.

DE TOPSTUKKEN VAN DE AMSTERDAMSE SPORTGESCHIEDENIS
KIJK HIER BIJ HET STADSARCHIEF

Eerste kunstijsbaan

De oudste melding van de schaatser Gonne Donker is van 26 januari 1933 als veertienjarige in een direct duel tegen Ma de Dood uit Landsmeer, in die tijd in de buurt een bekende hardrijster. ‘Op het midden der baan suist Gon met “mannenslagen” de Landsmeerder favoriete voorbij,’ schreef een lokale verslaggever. Vanuit zijn auto keek vader Donker, de plaatselijke huisarts van Ilpendam, naar deze wedstrijd. “Gon heeft den eerste,” schreeuwde hij naar iedereen die het wilde horen.

Donker had het geluk dat precies in die tijd de kunstijsbaan in Amsterdam werd geopend, gelegen achter het Sportfondsenbad in Oost. Het was de eerste van ons land, geopend in 1934.

Via Stadsarchief Amsterdam

Ze reisde daarom veel naar Amsterdam voor trainingen en wedstrijden. ‘Onze jonge dorpsgenoote mej. Donker zal, hopen wij, hier gelijk vorigen winter menige triomf behalen,’ blikte De Schuitemakers Purmerender Courant vooruit op 15 oktober 1935. Donker werd daarbij geholpen door haar persoonlijke trainer Cor Jongert, in 1940 één van de vijf winnaars van de Elfstedentocht na het zogenaamde Pact van Dokkum.

De verrichtingen van de jonge schaatster uit Ilpendam kregen al snel nationale aandacht. Na een jaar werd ze zelfs geselecteerd door de schaatsbond voor trainingen in Davos en om er mee te doen aan het WK allroundschaatsen van 30 en 31 januari 1937. “Zij is vol goeden moed en ziet de dagen tegemoet, waarop zij den strijd zal aanbinden met de snelste dames uit alle landen.” Donker was toen al enkele maanden in training op de kunstijsbaan in Amsterdam.

We vertoeven – nu we daar het blonde llpendamsche meiske zien – bij haar land, bij óns land, bij háár Waterland, bij óns Waterland, het land zonder bergen, het vlakke land.

Haar uitverkiezing voor het wereldkampioenschap was uniek, want tot dat moment had de KNSB nog maar weinig belangstelling getoond voor het vrouwenschaatsen. Als enige vrouw zat ze opeens in een Nederlandse mannenploeg in Davos. De Ilpendamse werd daarmee de eerste Nederlandse vrouw ooit op het WK allround, dertig jaar vóór Stien Kaiser en Atje Keulen-Deelstra.

Donker greep deze gelegenheid met beide handen aan, want het was voor haar de enige kans om serieuze wedstrijden te rijden. Voor de Tweede Wereldoorlog werden er nog géén Nederlandse schaatskampioenschappen voor vrouwen gehouden, géén EK’s en géén Olympische Spelen.

De eerste berichten vanuit Davos waren in ieder geval positief, nog voor aanvang van het toernooi. De exacte trainingstijden werden uit tactische overwegingen stil gehouden, maar dat Donker veel harder was gaan rijden, was al snel bekend in Ilpendam en omgeving. ‘Zij heeft de 500 M. reeds 8 seconden vlugger gereden dan in haar snelsten wedstrijd in Nederland. Zij heeft beloofd alles te zullen doen om Ilpendam een wereldkampioenschap te bezorgen. Ilpendam, Waterland, neen, heel Nederland hoopt daarop!’

 

 

Háár Waterland, óns Waterland

Gerard Schriefer reisde als verslaggever van De Waterlander met Donker mee naar het wereldkampioenschap Het werd hem allemaal teveel toen hij haar in training zag op de 5000 meter.

‘Onze gedachten zijn op dit oogenblik niet in Davos. We vertoeven – nu we daar het blonde llpendamsche meiske zien – bij haar land, bij óns land, bij háár Waterland, bij óns Waterland, het land zonder bergen, het vlakke land. Zoo ver als het oog reikt, daar niets dan weiden en water; een enkele torenspits en een groepje huizen brengen afwisseling. Rechts Watergang, links Ilpendam, vooruit – wat wazig – Monnikendam verbonden door die lange boomenrij met Broek. Meer naar rechts Zunderdorp en zoekende vinden wij ook den ouden toren van Ransdorp In de verte, het oog naar de andere zijde gericht, duiken eenige torens van Amsterdam op, daar ligt Buiksloot en den Ilp – een lange streep huizen – ja, en daar moet Purmerend liggen. Weiden en water en rietscholen met daarin wat huizen en boomen.

De zon laat zich zoo nu en dan tusschen de door de wind snel voortgedreven wolken zien. De wind heeft in dit Waterland vrij spel en als hij giert langs en rukt aan de huizen, de takken der boomen in één richting doet buigen, het riet plat drukt en het water der slooten opzwiept en verstuift, dan heeft men boos weer. Wie van hen, die hier woont, kan daar niet van meepraten? Hoe het echter ook was, steeds wisten de bewoners van dit vlakke land het water te overwinnen en ze bouwden verder. Wind en water stalen in dit land de menschen in hun strijd om het bestaan.’

Donker evenaarde ondertussen het wereldrecord op de 5000 meter. De verslaggever schrok wakker: ‘Houdt dat geen schoone belofte in voor de komende wedstrijd?’

Ik kan wel een beetje schaatsenrijden, maar spreken niet. Daarom als jullie wat meer wilt weten en foto’s wilt zien, kan je gerust bij me thuis komen!

Volharding

De dagen erop reed Donker op alle afstanden de snelste tijd ooit door een Nederlandse vrouw, op de 500, 1000, 3000 en 5000 meter. De KNSB erkende die tijden echter niet als officiële records, omdat ze in het buitenland waren gereden.

Van de zes deelnemers eindigde ze op de één-na-laatste plaats, maar daar had iedereen eigenlijk wel rekening mee gehouden, gezien de concurrentie uit Noorwegen en Finland waar op een veel hoger niveau werd geschaatst. Hoe dan ook: Donker behoorde tot de snelste vrouwelijke schaatsers van de wereld en dus was Ilpendam in een feestroes na dit kampioenschap. De plaatselijke voetbalclub wilde meteen een huldiging. Donker vond het allemaal best, als het maar niet te gek werd en daarom werd op haar verzoek de optocht door het dorp afgelast. ‘Temidden van haar familie kwam zij nu – rustig wandelend – naar het Onthoudersgebouw, waar een volle zaal hunkerde naar haar komst.’ Fanfarecorps Volharding blies er de hele avond lustig op los.

Aan het eind van het feest nam Donker zelf het woord: “Ik kan wel een beetje schaatsenrijden, maar spreken niet. Daarom als jullie wat meer wilt weten en foto’s wilt zien, kan je gerust bij me thuis komen!”

Hamar

Ook de KNSB was blijkbaar tevreden met de resultaten, want Donker werd een jaar later opnieuw naar het buitenland gestuurd voor trainingen en een wereldkampioenschap – dit keer in Hamar en Oslo. Ze zou daar maar liefst zeven weken blijven – drie weken langer dan de mannelijke schaatsers! Het jaar ervoor had Donker aan haar conditie gewerkt, zowel op de kunstijsbaan in Amsterdam als op fiets en hardlopend. Ook trainde ze enkele malen met de mannen mee in het Olympisch Stadion.

Bij het WK eindigde ze op de zesde plaats, met zelfs een podiumplek op de 500 meter. Ze had daar gereden voor wel 16.000 toeschouwers. “Het stadion was een heksenketel gelijk!” Tevreden keek ze terug in een gesprek met De Waterlander. “De KNSB had voor een uitstekende verzorging gezorgd.” Tussendoor had ze in de bergen sneeuwballengevechten gevoerd met de andere deelneemsters.

De familie Donker in 1940

Podiumplek

In 1939 deed Donker in het Finse Tampere voor de derde opeenvolgende keer mee aan het WK, tevens de laatste keer. Ze won de 500 meter en was daarmee de eerste Nederlandse vrouw dit bij die een internationale schaatswedstrijd presteerde.

Na de eerste dag stond Donker op de tweede plaats in het klassement, waar ze ook zou zijn geëindigd als ze niet was gediskwalificeerd voor de 5000 meter tegen de Poolse Zofia Nehringowa. Donker viel in deze race en vervolgde haar race in de verkeerde baan. Alleen als de tegenstander hiertegen in actie zou komen, zou de jury optreden en dat was precies wat Nehringowa deed, vermoedelijk omdat dit haar enige kans was om op de derde plaats te eindigen bij deze afstand. Het kostte Donker haar tweede plaats in de eindrangschikking. Tot op hoge leeftijd reageerde ze daarom boos als ze de naam van de Poolse hoorde.

Nog in dezelfde week was ze alweer thuis, misschien wel om de teleurstelling van de diskwalificatie te vergeten. Ze kwam zo wel precies op haar 21e verjaardag met de trein aan in Amsterdam om met haar familie door te rijden naar Ilpendam. Het fanfarecorps stond natuurlijk alweer klaar, net als de burgemeester voor een toespraak.

Mevrouw Zwarensteyn

En toen brak de oorlog uit, in 1939 nog niet in Nederland weliswaar, maar toch werd het wereldkampioenschap van 1940 afgelast. In plaats van een verblijf in het buitenland verloofde Donker zich die winter met Hendrik Zwarensteyn, geboren in Indië, gestudeerd in Leiden en vlak voor de oorlog als advocaat in Den Haag terecht gekomen. Tijdens de mobilisatie kwam hij in Zaandam en ontmoette zo Donker. In mei 1941 volgde het huwelijk, dat door Polygoon in het bioscoopjournaal werd vertoond.

De oorlog en het huwelijk betekende het einde van het schaatsleven van Donker, want er zijn daarna geen meldingen meer van wedstrijden met haar deelname. Het had ook weinig zin, want ze was veel te goed voor het Nederlandse vrouwenschaatsen én voor de meeste mannen. Wel trad ze nog zo nu en dan op bij propagandabijeenkomsten voor het schaatsen, maar zónder wedstrijden erbij.

Haar echtgenoot begon na de oorlog een loopbaan bij de Nederlandse Kamer voor Koophandel, eerst in België en Luxemburg en daarna in de Verenigde Staten, om er met het gezin in 1950 te gaan wonen. Hij hield daar aan de lopende band pleidooien voor meer onderlinge handel, waarbij hij zich vooral inzette voor de export van de Nederlandse haring. “Ik denk dat ik zo’n 300 maal in radio- en tv-interviews heb gestaan,” zei hij in 1962. “Voor de camera’s maakte ik de beestjes zelf schoon.” Na drie jaar propaganda voor de Nederlandse haring kreeg Zwarensteyn een aanbood voor een hoogleraarsstoel.

Ook Gonne ging mee naar de VS, alhoewel het huwelijk na zestien jaar strandde. Ze kreeg vier kinderen en vijf kleinkinderen. Ze bleef in de Verenigde Staten tot haar dood op 5 februari 2005.

Vandaag is dan de honderdste geboortedag van Hillegonda Everdina Donker, pionier van het Nederlandse vrouwenschaatsen op de lange baan. We hebben veel te danken aan Stien, Carry en Atje, maar het begon allemaal bij Gonne, in Ilpendam.

De Elfverhalentocht door de Amsterdamse schaatsgeschiedenis is een initiatief van het Stadsarchief Amsterdam en Sportgeschiedenis.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.