Schaatsen

Heilige schaatsgrond in Deventer is nu braakliggend terrein

In het IJsselstadion in Deventer brak het langebaanschaatsen definitief door als Nederlandse volkssport. Een halve eeuw later klimmen kinderen op diezelfde plek in boomhutten.

Nederland was tot in de jaren 60 een klein schaatsland. De eindzege van Henk van der Grift op het WK allround van 1961 was de eerste voor een Nederlander sinds 1905. Op de Olympische Spelen van 1968 werden de eerste gouden medailles gewonnen door Nederlandse langebaanschaatsers. Tijdens kwakkelwinters – en die bestonden vroeger ook – moesten de nationale toppers naar het buitenland om te trainen, omdat er in dit land geen kunstijsbaan was.

In 1961 werd alles anders met de komst van de Jaap Edenbaan in Amsterdam, de eerste met kunstijs. Dankzij burgemeester Bolkestein – vader van de latere VVD-leider – werd een jaar later in Deventer het IJsselstadion geopend, zodat er opeens twee kunstijsbanen waren. En dat in een stad met amper schaatsgeschiedenis, want het enige opwindende in Deventer tot dan toe was dat Jaap Eden er in 1893 een officieus wereldrecord reed.

Ard en Keessie! Ard en Keessie!

In 1966 mocht het IJsselstadion het EK allround organiseren, wat de eerste keer was dat zo’n groot schaatstoernooi in ons land werd gehouden. En met succes, want het evenement zette Nederland compleet op zijn kop. Het stadion was uitverkocht en ook de koningin was erbij.

Dit EK was live op tv – óók voor de eerste keer. Zo zag gans het land dat Verkerk het klassement leek te winnen, maar toen viel hij op de afsluitende 10.000 meter – nota bene voor het vak met zijn eigen supporters. Daardoor eindigde Ard Schenk op de eerste plaats, met Verkerk meteen naast hem op het erepodium als nummer twee. Het uitzinnige publiek was in een roes en schreeuwde spontaan als nieuwe yell ‘Ard-en-Keessie! Ard-en-Keessie!

Kijk maar:

Een jaar later was het WK vrouwen in Deventer met Stien Kaiser als eindwinnaar. Opnieuw werd in het IJsselstadion geschiedenis geschreven, want dit bleek de definitieve doorbraak van het vrouwenschaatsen in ons land. Na Ard en Keessie werden Kaiser, Ans Schut en Carry Geijssen de belangrijke sporters van ons land.

Tot de sloop in 1992 speelde het IJsselstadion een belangrijke rol in de schaatswereld. In 1979 trainde Eric Heiden daar als voorbereiding voor de Winterspelen in Lake Placid. De basis voor de allergrootste schaatsprestatie aller tijden – vijf gouden medailles op één Spelen – werd in het IJsselstadion gelegd.

Twee jaar daarna verzon Hilbert van der Duim op deze ijsbaan de meesterlijke smoes dat hij door vogelpoep was gereden, waardoor hij het EK had verpest. In 2011 kwam Andere Tijden Sport er weer eens op terug, waarop de schaatser zei dat hij die uitvlucht vooral had verzonnen om zijn gebrek aan zelfvertrouwen te verbergen.

WK schaatsen te Deventer dames, Stien Kaiser in aktie
Stien Kaiser
Bottom-up ontwikkelingen

In 1992 werd het IJsselstadion afgebroken en kwam er een einde van een periode van dertig jaar, waarin zo’n acht miljoen mensen een bezoek hadden gebracht. De tijden waren definitief veranderd door de komst van het overdekte Thialf in Heerenveen en om daarbij aansluiting te vinden had de raad van commissarissen van de Deventer baan in 1987 nog onderzocht of overkapping van het IJsselstadion mogelijk was. Daar kwam het niet van en in plaats daarvan volgde de opening van een halfoverdekte baan in De Scheg. Het maakt deel uit van een modern multifunctioneel centrum met ook een wedstrijdbad, een sub-tropisch zwemparadijs, sporthallen en squash- en tennisbanen. De aanleg kostte veertig miljoen gulden, zo meldde de Telegraaf dat tenminste op 29 oktober 1992.

Waar ooit het IJsselstadion lag, werden door de gemeente nieuwe bungalows gepland, maar die zijn er ruim twintig jaar later nog steeds niet. Waar ooit de ijsbaan lag werd een braakliggend terrein met contouren van het roemrijke schaatsverleden – ergens tussen brokken steen en overwoekerde tribuneresten.

In de afgelopen jaren is er toch weer wat leven op dit desolate terrein gekomen, alhoewel er nog steeds geen nieuwe huizen zijn. De website De Oude IJsbaan meldde: ‘Sinds 2011 zijn er verschillende projecten actief om van het terrein een bruisende plek te maken waar jong en oud kunnen genieten van natuur, eetbaar groen, feesten en meer.’ Kinderen mogen er avontuurlijk spelen en er zijn huttenbouwweekenden, moestuinen en plekken voor graffiti.

Sinds enkele maanden kan er zelfs weer worden gesport, want elke zaterdagmiddag wordt er met de handboog geschoten. Het is een idee van Karel Zuethoff, die vooral kinderen leert om met de handboog om te gaan. Het idee lijkt aan te slaan onder de plaatselijk jeugd, zodat we lichtjes mogen hopen op nieuwe handboogtalent.

Waar bijna een halve eeuw geleden het duo ‘Ard en Keessie’ werd geboren gebeurt er zo in ieder geval weer iets. De gemeente Deventer produceert ondertussen brochures met opwekkende titels als Quick Scan Ruimtelijke Verkenning Rembrandtkade, waarin hardop wordt gedroomd over bottom-up ontwikkelingen en een dynamisch rivierenlandschap.

De kinderen kunnen ongetwijfeld nog heel wat jaren avontuurlijk blijven spelen – alles in naam van Ard en Keessie.

De Noor Amund Sjøbrend in actie op de 10000 meter tegen Hilbert van der Duim

Amund Sjøbrend in 1981 op de 10.000 meter tegen Hilbert van der Duim

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.